


|  |
J. Slauerhoff
Catastrophe
Hun vijver werd moeras,
Rust werd gevaar,
En nimfen zonken
Zwaar toen zij niet
Meer zwemmen konden.
Het bleekgroen riet
Week, door zwart poelgewas
Verstikt en overwoekerd,
Van de verwischte oevren.
Toen enklen bovendreven,
Gezwollen als verworgden,
De haren los,
Doken die overleefden
Dieper in 't bosch.
Maar steeds naar de ramp getrokken,
Zagen zij andere dooden
Die niet verdronken:
Zij die niet vloden,
Liggend in 't slib, de voeten
Domplend in drabbig water,
Een prooi voor iedren sater,
Wiens bronst hen komt bezoeken.
(uit: Archipel)
|
De Brakke Hond
Literair cadeau
nodig?
Verras
4x per jaar,
Met een
abonnement!
|
|