Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Wim Hazeu : Slauerhoff (1898-1936)

De dichter, prozaschrijver en scheepsarts Slauerhoff wordt zeventig jaar na zijn dood nog steeds gelezen en zijn werken worden regelmatig herdrukt. Dat genoegen smaakt hij met Elsschot en Vestdijk. De meeste van zijn tijdgenoten zijn verdwenen in de coulissen van de geschiedenis. Maar Slauerhoff niet: hij wordt méér vertaald dan ooit (Frankrijk, Duitsland, Italië, Portugal) en zijn gedichten zijn op muziek gezet en worden verspreid op minimaal vier cd's. Beroemd zijn zijn fado's, gezongen door Cristina Branco.

Slauerhoff groeide in Leeuwarden op, waar zijn vader en moeder een stoffeerderij hadden. Zijn broze gezondheid dwong hem ertoe de eerste kinderjaren vooral door te brengen op het eiland Vlieland, bij familieleden van moeders kant. Het was een geslacht van zeevaarders: scheepsloodsen, walvisvaarders, kapiteins op de grote vaart. Zijn liefde voor de zee en voor eilanden vond op dat Waddeneiland de voedingsbodem. Slauerhoff was altijd nieuwsgierig. Voor de schoolvereniging van de middelbare school, Eloquentia, hield hij een zeer lange lezing over de Russische letterkunde. Die was slechts mondjesmaat bekend, dankzij Duitse vertalingen. De liefde voor die letterkunde kwam later tot uiting in enkele verhalen en in het lange gedicht over Gogol. Tijdens de Grote Oorlog waren in een kazerne te Leeuwarden Belgische soldaten ondergebracht. De jongen Slauerhoff mocht er enkele Franssprekenden van thuis ontvangen. Hij leerde door hen beter Frans spreken en lezen, en zijn aandacht voor Franse dichters als Corbière, Rimbaud en Verlaine was gewekt. In zijn gedichten zal hij hen eren. Ook in het verdere leven van Slauerhoff zien wij zijn steeds uitbreidende artistieke kennis ontstaan door zijn nieuwsgierigheid. Na zijn studie medicijnen werd hij scheepsarts. Als schepen langer dan een dag in een haven moesten blijven liggen, bezocht hij het achterland. Bezoeken aan Lissabon en Oporto deden hem kennismaken met de fadocultuur; bezoeken aan Barcelona en Valencia met de flamencokunstenaars en, de grootste invloed van alle, bezoeken aan China, Japan en Noord Korea inspireerden hem tot zijn romans, verhalen en gedichten.
     Slauerhoff was een zoekend, romantisch dichter, die wel vergeleken is met de poète maudit. Hij was in de praktijk een romanticus die meermalen geslaagde pogingen deed om vrouwen uit bordelen en uit de handen van vrouwenhandelaars te redden. Hij had vele vriendinnen en één grote liefde, de mondaine, gevierde danseres Darja Collin. Haar dansschool was bijna failliet, hetgeen Slauerhoff ertoe dwong, ondanks zijn steeds slechtere gezondheid, scheepsreizen naar Zuid Amerika te maken. In verhalen en gedichten zien we hier ook weer de invloed van bijvoorbeeld de cultuur van de Indianen en van de Mexicanen. Aan Darja wijdder hij zijn mooiste liefdesgedichten, die pas na zijn dood en titelloos werden gepubliceerd in de Verzamelde gedichten.
     Met de dood op de hielen - als arts wist hij beter dan wie ook dat hij zeer slechte longen had. Aanvallen van malaria en later de valbijl van de tuberculose brachten hem op jonge leeftijd in het graf - schreef Slauerhoff een groot oeuvre bij elkaar: drie romans, tientallen verhalen, een toneelstuk, vierhonderd gedichten, vele vertalingen (om geld te verdienen), vele recensies (idem). Hij was een eigenzinnig dichter op wie de burgerlijke schrijvers jaloers waren. Zij waren het die hem het leven soms moeilijk maakten, door te protesteren tegen literaire prijzen, tegen zijn gedrag met vrouwen, en door over hem te lasteren. Voor lezers werd Slauerhoff door de decennia heen door die akties steeds aantrekkelijker.

De eerste reisjes die Slauerhoff nog als student maakte, met zijn toenmalige verloofde Truus de Ruyter (een lerares klassieke talen) voerden hem naar de Belgische Ardennen, naar Brussel en Parijs. Later raakte hij tijdelijk bevriend met E. du Perron, die een landhuis in Gistoux bewoonde. Vanuit Gistoux bezocht hij regelmatig Brussel en sprak hij met Franz Hellens, Jan van Nijlen en Jan Greshoff. Toen Du Perron later naar Parijs verhuisde en bevriend raakte met André Malraux, moest Slauerhoff niets hebben van de officiële literaire kringen. Status zoeken was hem vreemd. Hij gaf in Parijs de voorkeur aan ontmoetingen met gevluchte Witrussen. Hun verhalen inspireerden hem.
     Slauerhoff verlangde, na de tragedie met zijn zoontje, dat door Darja Collin dood ter wereld werd gebracht, en na zijn scheiding van Darja, naar een eerlijk zeemansgraf. Eerst vestigde hij zich nog als huidarts in Tanger, maar hij kreeg, als sociaal bewogen arts, alleen maar de armste patiënten. Reizen naar Costa Rica (waar hij nog een verhouding had met een ongehuwde moeder) en Zuid Afrika, brachten hem uiteindelijk doodziek thuis. Het idee om nog als arts de republikeinen tijdens de Spaanse Burgeroorlog te helpen, moest hij opgeven, evenals een (laatste) reis naar de Costaricaanse. Hij overleed in een particulier ziekenhuisje te Hilversum. De laatsten die hem bezochten waren zijn moeder, A. Roland Holst en Darja Collin.

Zeventig jaar na zijn dood en na zijn crematie op Westerveld in Noord Holland, is Slauerhoff nooit meer uit de publiciteit geweest. En jonge dichters in onze tijd aarzelen niet hem te bloemlezen of hem te noemen als hun voorbeeld.

Wim Hazeu

Gedichten J. Slauerhoff; © inleiding: Wim Hazeu

De Brakke Hond
Literair cadeau
nodig?
Verras
4x per jaar,
Met een
abonnement!