|
Beeld en onderwijs
Het lijkt me zondermeer de taak van het onderwijs om aan visuele scholing te doen. Net zoals jongeren de canon van de literatuur en de beeldende kunst worden bijgebracht, zo zou ook de filmcanon een vast onderdeel van het schoolpakket moeten zijn. In de lessen Nederlands leren jongeren aan de hand van Gezelle, Van Ostaijen of de Oostakkerse gedichten van Hugo Claus dat taal meer is dan een voertaal voor huis-tuin-en-keukengesprekken. Diezelfde jongeren zouden er van bewust moeten gemaakt worden dat je ook met filmtaal iets anders kunt doen dan banale verhaaltjes vertellen. Dat zou liefst niet moeten gebeuren aan de hand van soapopera's of weekendfilms. Dat taaltje kennen ze al als hun broekzak. Ik ben zelf nog in Leuven in de communicatiewetenschappen ingewijd via analyses van Mannix zaliger. Je kan al net zo goed gastronomen opleiden in een hamburgertent. Nee, wat jongeren moet worden bijgebracht is kritische omgang met beeldtaal, het weze films, schilderijen, foto's of sculpturen. In sommige tijdschriften zie je nog wel eens cartoons waaronder staat 'zonder woorden'. Eigenlijk zou visuele scholing moeten beginnen met alleen maar naar prenten te kijken zonder tekstballonnen, en van dat louter kijken te leren genieten. Zoiets als stil lezen, maar dan stil kijken. Pas dan zullen we niet alles wat we niet onder woorden kunnen brengen als onwaardig, oppervlakkig en niet terzake doende onder tafel vegen, zoals zo vaak met beelden gebeurt. Muziek komt ten slotte ook maar tot zijn recht door ze te beluisteren.
Visuele scholing is niet alleen nodig om het privé-genot van de mens te verhogen, maar het zal ook de kritische receptie van de wereld om ons heen aanscherpen. En een kritische houding, ook tegenover beelden, is meer dan ooit noodzakelijk, want beelden, ook mentale beelden, zijn evenmin als woorden per definitie heilig. Beelden kunnen vals zijn, verleidelijk, leugenachtig, onwaar, oppervlakkig, opzwepend, demagogisch, mensonvriendelijk of gevaarlijk. Beelden moeten dus voortdurend worden geëvalueerd, gecorrigeerd en desnoods doorgeprikt. We moeten alert blijven voor alle beelden die op ons afkomen en die ze ons proberen op te dringen, of ze nu via woorden of via film gemaakt worden. En er zijn er nogal wat tegenwoordig: Het Einde van de Ideologieën, Het Einde van de Geschiedenis, Het Einde van de Kunst, De Nieuwe Wereldorde, het nieuwe Grote Verhaal over het verval van de Grote Verhalen, Eigen Volk Eerst of nog recenter: de Kloof tussen Burger en Politiek. Laten we het bij dit laatste cliché houden. Ik kan me bij die kloof, eerlijk gezegd, niets voorstellen. Ze bestaat ook niet. In een tijd dat de intieme telefoons van prinses Diana breeduit in de pers verschijnen of een ander lid van de Britse royalty niet ongestraft topless kan zonnen in haar privé tuin zonder dat haar tepels de frontpagina van de kranten halen, kun je onmogelijk volhouden dat de machthebbers te ver van de massa staan. Niet de kloof is een probleem, maar integendeel het gebrek aan afstand tussen politici en kiezer. En dat danken we aan - de politici zullen zeggen: is te wijten aan - de camera's. De politicus is van zijn piëdestal gehaald, en zijn mythische allure van redder des vaderlands wordt dag aan dag aangetast. Van in onze luie zetel zien we immers wat hij doet en zegt. Read my lips, zei Bush, en hij heeft het geweten. De hedendaagse politicus blijkt even onbetrouwbaar, potsierlijk of jofel als onze buurman. We zien hem dansen met zijn kiezers, we zien hem op zogenaamde volksfeesten bloedworst met appelmoes eten, we zien hem fietsen, joggen en zwemmen en op de tribune van Club Brugge supporteren. Sterker, alsof het een luisterspel betreft wordt het schurende geluid van zijn mechanische hartklep voor de massa ten gehore gebracht.
De beeldcultuur is niet alleen de televisie, dat zijn u en ik. Onze hoofden zitten barstensvol met beelden: domme en intelligente, dwaze en rechtzinnige, mooie en lelijke, oppervlakkige en diepe, ware en valse. Alleen als wij kritisch blijven tegenover de beelden onder onze hersenpan en de beelden die massaal op ons afgevuurd worden, hoeven we niet te vrezen dat de kwaliteit van het leven en de cultuur in de verdrukking komt. Het is de taak van het onderwijs om jonge mensen tot deze kritische gezindheid op te voeden. En het is de taak van kunstenaars en intellectuelen daaraan mee te werken en alles met een sceptische en onderzoekende blik te volgen. Die inzet blijft meer dan de moeite waard. Ik vind het nog altijd choquerend dat de westerse politieke en intellectuele wereld Salman Rushdie in groep onvoldoende heeft gesteund. Immers, zijn terdoodveroordeling is het gevolg van niets meer en niets minder dan een literair-kritische, kortom artistieke visie op de islam. Elk goed kunstwerk is, om George Steiner eens instemmend te citeren, een tegen-stelling tot de wereld. Die tegenstelling, het sap van elke cultuur, wil de fatwa verbieden. De rijkdom van verschillende boeken wordt opgeofferd op het altaar van het ene boek, de Koran. Het gaat om een wezenlijk en diep conflict over de autonomie van de kunst (Kundera zou zeggen: van de roman) en van de mens. Dit schandelijke vonnis ging en gaat dus ieder van ons aan. Vrijheid van denken, kritiek en zelfkritiek raken aan de grondslagen van de Moderne Tijden en dus van onze cultuur. Kunstenaars, wetenschappers, journalisten en intellectuelen moeten onvoorwaardelijk de ruimte kunnen krijgen om bestaande beelden neer te halen en er nieuwe voor in de plaats te zetten. De aarde kan niet plat blijven als ze rond is. Salman Rushdie heeft de oprechte moslimgelovige misschien geschoffeerd, al is dat nog zeer de vraag want welke moslim heeft zich te moeite getroost om De Duivelsverzen te lezen? Maar met even veel stelligheid kunnen we zeggen dat ook iedere waarachtige democraat dagelijks tot in zijn diepste wezen gekwetst wordt door de tirannieke daden en uitspraken van fundamentalisten, waarvan zovele intellectuelen tegenwoordig het slachtoffer zijn. De aanslag op Nagieb Mafhoez, de terdoodveroordeling van Salman Rushdie, de moord op diens Japanse vertaler, de fysieke liquidatie van journalisten, feministen, toeristen en schrijvers in Algerije maken onderdeel uit van de oorlog die de islamitische theocratie tegen de oprukkende en bevrijdende beelden van de Moderne Tijd voert. Het is een gevecht op leven en dood pro en contra emancipatie en dus individualisering. Het is verbazend en ontmoedigend dat dit, ook door intellectuelen hier, zo weinig wordt beseft. Terwijl de islam naar de wapens grijpt, maken wij niet eens een vuist. Milan Kundera weet wel wat op het spel staat en is er het hart van in: 'Is Europa nog Europa? Dat wil zeggen "de samenleving van de roman"? Anders gezegd: verkeert zij nog in de Moderne Tijd? Staat ze niet al op het punt een ander tijdperk in te gaan dat nog geen naam heeft en waarvoor haar kunsten niet veel belang hebben? Waarom zou je je er dan nog over verbazen dat ze niet enorm in beroering kwam toen, voor het eerst in haar geschiedenis, de kunst van de roman, haar kunst bij uitstek, ter dood werd veroordeeld? Leidt de roman in dit nieuwe tijdperk, na de Moderne tijd, niet al enige tijd het leven van een veroordeelde?'
Zelf ben ik niet zo pessimistisch. Scepsis, zelfkritiek en twijfel staan tegenwoordig weliswaar niet in hoog aanzien, maar dat is al altijd zo geweest. Twijfel is immers niet louter een innerlijk gevecht, het tast ook de zekerheden van anderen aan. Toch heeft precies die twijfel het westen vooruitgang gebracht, hoe groot de tegenstand ook was. Hedendaagse kritische intellectuelen mogen dus al op een goedkope manier voor verraders en vijanden van de cultuur gescholden worden, het is geen reden om af te haken, ook niet nu er nieuwe dominees opstaan die brutale aanvallen op bovengenoemde intellectuele kwaliteiten legitimeren. Wat we vooral niet mogen vergeten is dat deze verworvenheden van de Verlichting ons op sociaal, politiek, wetenschappelijk en cultureel vlak tot historisch hoogtepunten hebben gebracht. Onderzoek, verdraagzaamheid en zin voor kritiek zijn de levertraan van onze cultuur. Het smaakt misschien bitter, maar het is reuzegezond. De verdediging ervan zal een felle en lange strijd zijn. En hij heeft al meer dan drie eeuwen geduurd, zoals iedereen die zijn geschiedenis kent weet. Al in 1611 dichtte John Donne in Een anatomie van de wereld: 'Alles is stuk, de samenhang is zoek.' Begin deze eeuw herhaalde Wiliam Butler Yeats ongeveer letterlijk deze gedachte. Het is een beeld dat ook nu nog velen angst aanjaagt. Slechts weinigen willen of kunnen er het positieve van inzien.
© Leo de Haes
|
|