|
Beeld en audiovisuele cultuur
Wat ik bedoel is: er ligt geen scheidslijn tussen de zogenaamde beeldcultuur en woordcultuur. Dat is een valse tegenstelling van koffiedikkijkers. Woord en beeld vullen elkaar aan, zoals muziek het beeld of het woord vaak moet versterken of er een emotionele lading voor moet suggereren die er objectief niet is. Patricia de Martelaere doet daar vrij nuchter over. In haar essay De wereld is een woord schrijft ze: 'Het zuivere "beeld" blijkt ook op de beeldbuis niet te worden geproduceerd, en zelfs wanneer al eens het geluid uitvalt verschijnt binnen de dertig seconden de verbale toelichting "Storing".' Zelfs als definitie van de ononderbroken audiovisuele produktie deugt de term beeldcultuur niet. Het belangrijkste kenmerk van de audiovisuele cultuur is namelijk dat ze relatief weinig levensvatbare beelden produceert in de zin die ik bedoel. De zogenaamde beeldcultuur is voor drie vierde orale cultuur die door een camera geregistreerd wordt en dan nog zonder veel verbeelding. Of hoe moet je anders programma's als De Drie Wijzen, Soundmix Show, Zeg 'ns Euh, Lingo, Waagstuk, Blokken of Rad van Fortuin noemen? Het zijn niet meer dan braaf gefilmde gezelschapsspelletjes voor het hele gezin. De televisie functioneert op dit punt louter als een soort visuele megafoon. En wat te denken van talkshows? Het woord zegt het al. Het is gefilmd gebabbel. Ook van FC De Kampioenen, Chez Bompa Lawijt, Wittekerke of Familie kunnen we moeilijk zeggen dat ze beelden creëren, tenzij van een Vlaanderen waar we voor de zoveelste keer 'arm' tegen moeten zeggen, beelden dus die indirect het Vlaanderen van sommige hooggestemde flaminganten definitief onderuit halen. Vlamingen blijken, dat heeft de commerciële televisie ons alleszins geleerd, inderdaad over geen betere doorsnee smaak te beschikken dan Amerikanen, Nederlanders, Duitsers, Italianen of Australiërs. Een geruststelling als een ander. Het is een verrijking te weten dat we geestelijk arm zijn.
![]()
|