Beeld als structurerend vermogen

Ontwikkelen dieren nog primitieve taal- en communicatiesystemen, beelden ontwerpen ze niet, kunnen ze niet ontwerpen, ook niet van zichzelf, want beelden zijn steeds interpretaties. Dieren doen dus niet aan zelfcreatie, laat staan dat ze een beeld van de samenleving hebben die ze zouden willen realiseren. Op dat vlak is de mens uniek. Sterker, zonder beeldpotentie is er geen menselijk leven (mogelijk). En ik heb het nu niet exclusief over de beeldende kunsten, want die vormen alleen maar een artistieke afgeleide van het metaforisch vermogen dat de mens zonder meer bezit. Ik heb het over mentale beelden, metaforen, symbolen, utopieën, morele richtsnoeren en religieuze, etnische of nationalistische mythes op basis waarvan we ons leven zin en richting geven. Hoe belangrijk dat beeldend vermogen is besef je pas als je autisten ziet worstelen om greep te krijgen op de werkelijkheid. Ze hebben niet alleen een gebrek aan ver-beeld-ing, ze zitten zondermeer ook gevangen in de letterlijkheid van hun waarneming. Als je een autist zou vragen 'Wat is er aan de hand' kijkt hij domweg naar zijn hand. Als je hem op zijn mond zoent, en je vraagt hoe hij dat vindt, antwoordt hij, zoals in de film Rain Man doodgemoedereerd 'nat!'. Theo Peeters maakt in zijn boek Autisme. Van begrijpen tot begeleiden duidelijk hoe moeilijk het is voor mensen die alleen maar zien wat ze zien en horen wat ze horen om de complexe werkelijkheid te vatten. Normale mensen kunnen de realiteit aan, dank zij figuurlijk taalgebruik, dank zij symbolen en metaforen. Precies daarom begrijpen wij autisten zo moeilijk. We missen de verbeelding om ons in te leven in mensen zonder verbeelding.
In de Bijbel staat weliswaar 'Eerst was er het woord', maar ik durf dat te betwijfelen. Volgens mij was er eerst het zien, ook het innerlijke zien (het zelfbeeld dus); daarna was er het beeld van de ander, het mensbeeld, het maatschappijbeeld, kortom, al de legendes, oordelen en vooroordelen die we via de traditie geërfd hebben, of die we telkens weer verzinnen of zelf (laten) fabriceren, als individu of als maatschappij. De kunsten zijn daartoe vaak alleen maar vehicles. Om het met een vergelijking te zeggen: de idee van het socialistisch realisme in de vroegere Sovjet-Unie is alleen maar mogelijk geweest, omdat er eerst het beeld van een socialistische heilstaat bestond. En die negentiende-eeuwse utopie was op haar beurt alleen maar denkbaar als wereldse pendant van en variant op het christelijke aardsparadijs. Of nog: het Hegeliaanse beeld van de geschiedenis als de voltooiing van de Geest werd door Marx puur materialistisch geïnterpreteerd, maar hij had het beeld van Hegel over het wetmatige, rationele verloop van de geschiedenis wel nodig om zelf tot een eigen interpretatie ervan te komen, al moest hij daartoe het oorspronkelijke beeld op zijn kop zetten. Beelden inspireren en genereren nu eenmaal voortdurend nieuwe beelden, nieuwe mythes waarmee mensen concreet gestalte willen geven aan het amorfe bestaan en de samenleving. Een filosoof als Richard Rorty zou in dit verband liever spreken over nieuwe vocabulaires of 'alternatieve taalspelen'. Zulke vocabulaires (zulke mentale beelden) kunnen bij wijze van spreken van de ene dag op de andere veranderd worden. De romantici hebben dat bijvoorbeeld gedaan door de taal van de rede te vervangen door die van de verbeelding; politici doen dat (of proberen het) door nieuwe meeslepende projecten te verzinnen en daarvoor nieuwe krachtige beelden te vinden. Om het bij enkele hedendaagse projecten te houden: de burger, de Nieuwe Wereldorde, De Verenigde Staten van Europa, Groot-Servië, Onafhankelijk Vlaanderen. Het zijn stuk voor stuk termen die met ons (of met de betrokkenen ) iets doen. Sinds Verhofstadt de burger tot de hoeksteen van een nieuw project gemaakt heeft, kan het woord burger niet meer onschuldig gebruikt worden. Het is geusurpeerd in een neoliberaal project waardoor voor sommigen het woord burger een negatieve bijklank heeft gekregen. Je kunt het in bepaalde milieus niet meer gebruiken zonder dat er vijandig op gereageerd wordt (zoals vroeger 'kameraad' fatsoenshalve alleen maar in communistische kringen kon worden gebruikt).
Zoveel is duidelijk, het beeldend vermogen van de mens is een structurerende capaciteit. Het geeft vorm aan ons leven, onze maatschappelijke idealen, onze onmiddellijke omgeving, onze toekomstdromen. Het is de motor van al onze aspiraties. Beelden zijn richtsnoeren. Niet voor niets staat in het begin van de Bijbel: 'En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem.' Eeuwen lang heeft de westerse mens zich trouw op deze oermythe van Godsschepping afgestemd. Het heeft de filosofie, de wetenschap en de moraal in grote mate en gedurende eeuwen bepaald en georiënteerd, en dat geldt ook voor alle kunstuitingen, het weze de hoofse poëzie, de brandramen van de Antwerpse kathedraal of de muziek van Bach. Het Bijbelverhaal, zelf een door mensen ontworpen beeld over onze genese, heeft de mens geïnspireerd tot nieuwe, doorgaans deemoedig ondersteunende beelden in sculpturen, schilderijen, composities, verhalen, toneelstukken en zo meer. Enkele jaren geleden heb ik voor de zoveelste keer het Uffizi in Firenze bezocht om me nog eens te bedrinken aan de doeken van Rafaël, Boticelli en Da Vinci. Ik raad iedereen zo'n bezoek aan, al was het maar om te beseffen dat kunst eigenlijk al eeuwenlang een vorm van toegepaste religie is geweest. Kunst was een onderdeel van een grootschalig gebeuren. Dat heeft de vroeg-westerse kunst trouwens gemeen met alle zogenaamde primitieve kunst.


© Leo de Haes