|
The Beatles
De vrijheid van de kunstenaar en de autonomie van het kunstwerk hebben ongetwijfeld de kloof tussen massacultuur en elitecultuur bemoeilijkt én vergroot, maar ze is ook weer niet zo breed dat ze totaal onoverbrugbaar is. Misschien kan de massacultuur er zelfs toe bijdragen het isolement van bepaalde cultuurspecialismen te doorbreken. Als jazzpianist Fred Vanhove op het jaarlijkse Free Music-festival in Antwerpen speelt, tel ik onveranderlijk zo'n zestig man in de zaal, voor 99% dezelfde mensen als het jaar voordien. Als Fred Vanhove op Middelheim Jazz Festival optreedt - wat de laatste jaren vaste prik is - vervijfvoudigt zijn publiek, ondanks het grote aantal dat de tent uitrent bij de eerste free jazz-noten van de pianist. Op een soortgelijke manier heeft de repetitieve muziek van Philip Glass pas een ruimer publiek gevonden, nadat ze verwerkt werd in films, balletopvoeringen (van Anne Teresa de Keersmaecker bijvoorbeeld) en in de internationale superproduktie Einstein on the beach. De calvinistisch-strenge, uitgepuurde kunst van Mondriaan is het publiek intussen vertrouwd via het gebruik van diens strakke lijnen en kleurvlakken in advertenties (voor een Nederlandse bank bijvoorbeeld of voor de haarprodukten van het merk L'Oréal!), design, architectuur (Hotel Mondriaan in Los Angeles bijvoorbeeld) en zelfs mode (Yves Saint Laurent). Ik beweer niet dat dat de ideale manier is om het werk van Mondriaan te leren smaken, ik bedoel alleen dat het grote publiek er op die manier mee in contact komt en die nieuwe vormwereld onbewust absorbeert, zoals men vroeger al even onbewust aan het kunstgebeuren deelnam via religieuze activiteiten. Je kan zoals sommige doemdenkers graag doen deze 'verdesigning' en dus vervlakking van de kunst vervloeken en bejammeren, maar als we eerlijk zijn moeten we toegeven dat veel van onze eerste contacten met beeldende kunst al pril indirect verlopen zijn, via prentbriefkaarten, posters, boekomslagen en andersoortige afbeeldingen. Niet iedereen heeft de kans om van jongsaf met een echte Miro, echte Van Gogh of echte Francis Bacon geconfronteerd te worden.
Soms lopen elitecultuur en massacultuur zondermeer in elkaar over en doet de sociale klasse van de consument nauwelijks ter zake. De graffiti-kunst van Keith Haring is daar een treffend voorbeeld van. Keith Haring wordt zowel door yups, straatbendes als pubers geadoreerd. Zijn werk vind je net zo goed op de muur in het cafétaria van het MUHKA dan als onderlegger in een prestigieus restaurant in Berchem of op goedkope T-shirts en bierviltjes. Keith Haring is tegelijk museumkunst en kunst met street credibility.
Of we het nu graag hebben of niet, er bestaat een voortdurende wisselwerking tussen massacultuur en elitecultuur en die verwevenheid neemt almaar toe. Hoog en laag doordringen elkaar in een complexe structuur van honderden culturen en cultuurspecialismen. De breakdance-rage is via het ballet tot op de podia van de duurste schouwburgen geraakt; moderne operacomponisten verwerken riffs uit de popmuziek en de zo verguisde beeldcultuur heeft geleid tot de (elitaire) videokunst maar ook tot het vaak zinnig gebruik van tv-monitoren in het hedendaagse theater. Op dezelfde manier hebben films en stripverhalen de literatuur beïnvloed en vice versa, en hebben strips via de beeldende kunst hun intrede in de musea gedaan. Beeldend kunstenaar Jeff Koons haalt zijn mosterd zelfs in de pornobusiness en de pure kitschwinkel. Ook hier weer zijn alle combinaties mogelijk. Als we Nobelprijswinnaar Octavio Paz mogen geloven en hij schrijft schitterende bladzijden over de mechanismen van culturele uitwisseling en beïnvloeding, zijn 'grote beschavingen altijd een synthese geweest van verschillende, tegengestelde culturen. Daar waar een beschaving nooit geconfronteerd is met de bedreiging en de prikkel van een andere cultuur is het haar lot pas op de plaats te maken en in cirkels rond te draaien. Het ervaren van de ander is het geheim van verandering. En dat van het leven.' Anders gezegd, de multiculturele samenleving is meer dan een sociologisch begrip, ze is ook vanuit artistiek oogpunt belangrijk. Het culturele pluralisme van vandaag is dus hoopgevend. De internationalisering van de cultuur betekent volgens Paz trouwens geen uniformisering maar een diversifiëring, want elke poging om een culturele Global Village te organiseren roept automatisch regionale en national(istisch)e weerstanden op, en die vertalen zich ook cultureel-artistiek. De internationale popcultuur, graag afgedaan als één pot nat maar in wezen een waaier van de meest uiteenlopende muzikale richtingen, heeft in andere continenten de reactie van en bij het publiek de belangstelling voor de 'wereldmuziek' veroorzaakt. De Engelse literatuur is vandaag precies zo rijk en zo gediversifieerd, omdat ze onderdak verschaft aan auteurs van het Common Wealth, en ze worden ook als zodanig als Engele auteurs erkend. Ik denk aan Ben Okri, Salman Rushdie, Abdulrazak Gurnah, Romesh Gunetesera, Vitram Seth.
Ook Rik Pinxten wijst in zijn boek Culturen sterven langzaam erop dat een cultuur taaier is dan we denken, en dat de homogenisering minder groot is dan algemeen wordt aangenomen. Niet-westerse culturen nemen mondjesmaat en selectief een aantal westerse verworvenheden over (technologieën, fastfood-tenten, westerse geneeskunde, wapensystemen... ), maar blijven verder trouwer dan ooit aan hun eigen wortels. Soms is er zelfs een duidelijke terugkeer naar het (gemythologiseerde) verleden zoals bij het islamitisch réveil en het fundamentalisme. Volgens Rik Pinxten overwaardeert het westen voortdurend de macht van de economie, terwijl dat maar één van de componenten is die een volk of een natie drijft. De cultuur in zijn brede betekenis als drager van waarden, smaken, gewoonten en de manier waarop die kwaliliteiten worden overgedragen, is en blijft een even belangrijke motor. En inderdaad, overal zie je etnische groepen meer op zichzelf terugplooien: de Italianen van de derde generatie in de New Yorkse wijk Little Italy zijn Italiaanser dan hun familieleden van de tweede generatie, de zwarten in de VS grijpen massaal terug naar hun Afro-wortels en de Japanners profileren zich, ondanks al hun westerse know how, Japanser dan ooit (op bedrijfsvlak worden ze door sommige westerse captains of industrie bij ons dan weer als voorbeeld gesteld). Ook op dit vlak mogen we ons niet verkijken op oppervlakte fenomenen. Niet omdat er in Peking nu McDonald's zijn waar je Cocacola kunt drinken, denken en voelen de Chinezen westers. Ze blijven, en gelukkig maar, 'anders'.
Hoe dan ook, 'de ander', waarover Octavio Paz het heeft, kan ook de massacultuur zijn die in de schaduw van de elitecultuur zo lang een zwijgzaam en verborgen leven heeft geleid en pas nu door de massamedia weer zichtbare tekens van leven geeft. De massacultuur is altijd al voedsel voor de elitecultuur geweest. De volkse krantefeuilletons van Charles Dickens behoren intussen tot de wereldliteratuur; Laurel en Hardy worden alleen nog door cinefielen gepruimd, en jazz, eens de 'bedorven' muziek van de zwarte Amerikaanse getto's, is opgeklommen tot muziek voor een blanke minderheid die, ondanks haar hoogbeschaafde afkomst, toch (of eindelijk weer) met het lichaam durft te wiebelen. Niemand hoort het graag hardop zeggen, maar Sofocles, Shakespeare en Mozart schreven eveneens voor de amusementsindustrie van hun tijd.
Er wordt vaak gescholden op onze zogenaamde spektakelcultuur maar de deelname aan collectieve evenementen is zo oud als de straat. Het is zelfs een essentieel onderdeel van de cultureel maatschappelijke dynamiek. Misprijzen voor Chambres d'Amis, de Boulevard of Broken Dreams, Saint Amour, het Theaterfestival, de Koningin Elisabeth-wedstrijd, het Sfinksfestival, Torhout Werchter of Marktrock is dus misplaatst. Het is gewoon een hedendaagse variant op de oude samenhorigheidsrituelen. Laten we dus niet te snel en eenduidig oordelen over het bonte cultuurlandschap van vandaag. Het zou best wel eens kunnen dat The Beatles, die alleen maar liedjes for fun maakten en niet met het oog op een plaats in de geschiedenis van de muziek, eind van volgende eeuw worden beschouwd als de componisten die de belangrijkste bijdrage hebben geleverd aan de Westerse muziek van de tweede helft van de twintigste eeuw, belangrijker bijvoorbeeld dan Steve Reich of Berio. Ik zeg kàn, want niet wij, maar de tijd zal beslissen over wat ons straks overleeft. Hoe dan ook, de grote ethicus en humanist Vaclav Havel erkent de kwaliteiten en de belangrijke mobiliserende functie van popmuziek en nodigde destijds Zappa, Lou Reed en The Rolling Stones uit naar Praag. Ook een filosoof als René Boomkens neemt onder anderen popmuziek serieus. Terwijl Allan Bloom het nog bestaat om popmuziek een handel te noemen 'van hetzelfde morele gehalte als de drugshandel', ziet René Boomkens de opkomst van de rock 'n' roll als een van de belangrijkste revoluties van deze eeuw, niet zozeer vanuit artistiek oogpunt, maar als maatschappelijk cultureel fenomeen omdat de popmuziek 'voor het eerst in de geschiedenis een beschavingsproces in gang zette, dat niet "van hoog naar laag" verliep, maar grotendeels andersom.' Misschien verwart dat cultuurpessimisten nog het meest, dat een bepaald cultureel patroon van en voor het grote publiek zich massaal heeft kunnen opdringen tegen de dominantie van de elitecultuur in. Huizinga beklaagde er zich al over dat het industriële tijdperk het type van 'den half-beschaafde' dominant had gemaakt.
© Leo de Haes
|
|