Afgestompt kijkvee

Het tv-publiek wordt door somberaars graag voorgesteld als één grote ongedifferentieerde kudde kijkvee. Net als het programma-aanbod in hun ogen eenheidsworst is, vormen de kijkers een amorfe, kritiekloze, alles-slikkende massa. De verleiding om zo te denken is groot. Eerst en vooral omdat het woord massa van oudsher een uitgesproken negatieve connotatie heeft. De massa heeft iets bedreigends, je kunt een massa niet controleren, ze gedraagt zich irrationeel. De massa is bovendien synoniem van middelmaat. Je kunt als intellectueel, die zich ergert aan de non-kwaliteit van veel tv-programma's, dus ongestraft al je haat en walg op de massa projecteren. Tegelijkertijd trek je je als intellectueel met deze gespierde taal op tot het niveau van gelijkgestemde auteurs als José Ortega y Gasset, Oswald Spengler, Johan Huizinga, Allan Bloom, George Steiner of Gustave Flaubert, die ook op de massa spuwen. René Boomkens, een Nederlandse filosoof, schrijft daarover zeer verhelderend in Kritische massa. Over massa, moderne ervaring en popcultuur: 'In de teksten van uiteenlopende intellectuelen, van conservatief tot revolutionair, vervult de massa de rol van een vijfde colonne, een duister onbewuste, een eerdere fase van de beschaving, of simpelweg van barbarij.' Of nog: 'De massa werd vooral gezien als een onbewuste onderstroom van het beschavingsproces, als een irrationeel tegenvertoog van de Verlichting, als verzameling onbewuste, lagere en onredelijke driften en aandrangen, als broedplaats van misdadigheid en afwijkend gedrag, etc.' Op de ondemocratische implicaties van de houding van dit soort intellecutelen komen we straks terug. Eerst dit: de overgang van het woord 'massamedium' naar het woord 'massa' lijkt een logische stap, maar is het allerminst. Televisie kan weliswaar niet zonder een massa kijkers, maar daarom gedragen die kijkers zich nog niet als massa. Ze zitten in kleine groepjes of enkelingen verspreid over het hele land te kijken, ze volgen diverse programma's en zijn het meestal onderling erg oneens over inhoud en vorm van die programma's.
Wie daaraan twijfelt moet maar eens Het geval Dallas lezen van Ieng Ang. Deze studie over een van de populairste soap-series aller tijden analyseert het kijkplezier van de Dallas-kijkers op basis van ingezonden lezersbrieven. Daaruit blijkt dat de ene kijker Dallas rotslecht vindt en de andere er zich kapot mee amuseert. Sommige kijkers vinden de serie dan weer slecht maar toch leuk om naar te kijken, al was het maar omdat ze er zelf een satirische interpretatie aan geven. Anderen noemen de personages naar het leven getekend en erkennen er veel van hun eigen leven in. Weer anderen ergeren zich aan het klunzige spel van de acteurs of vinden dat de personages niets meer dan lege poppen zijn, terwijl de ware fans van Dallas het feuilleton daarentegen bejubelen om de levensechte acteursprestaties. Kortom, zoveel hoofden, zoveel meningen.
Het begrip massa blijkt niet meer dan een mentale constructie, die de veelvormigheid van het geestelijk leven van de mensen verdonkeremaant en de zaken grof versimpelt. Als de PvdA (het vroegere AMADA) in naam van de massa's spreekt, bijvoorbeeld als de partij na verkiezingen met 0,3% vooruitgaat, begint elke weldenkende burger te gniffelen, want we weten dat dat soort massa's niet bestaan. Maar in andere contexten pikken we die term wel, al zouden we beter moeten weten. John Carey noemt in zijn boek The intellectuals and the masses de massa een metafoor voor het onkenbare en het onzichtbare. 'We cannot see the mass. Crowds can be seen; but the mass is the crowd in its metaphysical aspect - the sum of alle possible crowds - and that can taken on conceptual form only as metaphor.' Op dezelfde manier is de 'massa' tv-kijkers een fictie; een metafoor voor iets wat totaal niet bestaat.
Het neerbuigende denken over de `massa' staat bovendien haaks op een andere klacht, met name die over de atomisering van onze samenleving, ook wel de individualisering genoemd. Beide verzuchtingen hoor je vreemd genoeg meestal van dezelfde mensen. Ze hanteren dus een merkwaardige tegenstrijdigheid. Aan de ene kant beweert men dat de maatschappij meer en meer uiteenvalt in vrije geëmancipeerde individuen waarop de politiek en de kerk geen greep meer hebben; aan de andere kant houdt men vast aan het containerbegrip `massa', waarin al deze zelfstandige individuen zonder onderscheid toch weer op een hoop gegooid worden. Het is het een of het ander. In dit discours wordt bovendien de term individualisme vaak in twee betekenissen door elkaar gebruikt. Soms staat individualisme voor een nobel en moreel hoogstaand streefdoel, de zelfverwerkelijking van de enkeling; soms is het een synoniem voor egoïsme of narcisme, met andere woorden voor iets immoreels. Op die manier wordt een Verlichtingsideaal, dat op zich nog steeds relevant en het nastreven waard is, zelf in zijn essentie ondermijnd en met negatieve connotaties beladen. Soms heb ik zelfs de indruk dat bepaalde ontsporingen van het hedendaagse individualsime zo sterk in de verf worden gezet, om elk emancipatiestreven zelf de doodsteek te geven. Wie daarover meer wil lezen, raad ik De Malaise van de moderniteit van de filosoof Charles Taylor aan.
Het schelden op de massa in verband met televisie heeft ook te maken met de ongehoord lage drempel van tv-programma's. Televisiekijken vergt geen inspanning en is dus slecht, is de achterliggende redenering. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk, toch niet de minste onder de aardbewoners, beweert dat tv alleen maar te consumeren valt 'op het nulpunt van de intelligentie', met andere woorden, als je alle vermogens uitschakelt zoals 'massa's' zogezegd doen. En hij schijft verder over de tv-kijker in zijn van-dik-hout-zaagt-men-planken-stijl: 'Wie denkt, kan vertrekken. Wie tot drie telt is een fantast.'
Zo'n uitspraak klinkt leuk want het streelt de ijdelheid van ieder kritisch individu, maar daarmee is ook alles gezegd. Met zo'n boutade zit je weer terug bij af: wij zijn beter dan de massa! Hoe komt het toch dat intellectuelen, zelf vaak stiekeme tv-kijkers, zichzelf nooit bij het kijkvee rekenen en zichzelf uitdrukkelijk als individuen profileren, terwijl ze anderen precies hun individualiteit keer op keer ontzeggen? Als ik vanuit mijn luie stoel mijn commentaren geef op een tv-programma, waarom zouden anderen het dan niet doen? Wij zijn alle individuen en individuen reageren eigenzinnig, onvoorspelbaar en telkens anders. Ieder individu reageert vanuit zijn eigen achtergrond, culturele bagage, opvoeding, karakter, voorkeuren en, laten we wel wezen, de toevallige stemmingen van het moment. Als de kijkers één amorf zootje vormden, zouden de kranten niet volstaan met de meest uiteenlopende lezersbrieven of zou Panorama geen tegensprekerige brievenrubriek kunnen hebben. Precies uit de reacties op uitzendingen van Panorama blijkt dat veel kijkers alleen maar hebben gezien wat ze willen zien, en vandaaruit tot diverse oordelen of `visies' komen. Zelfs het zogenaamde VTM-publiek reageert heftig als een Sinterklaasprogramma verdronken wordt in een vloedgolf van reclame. Hoe komt het dat sommige tv-programma's dienen te worden afgevoerd bij gebrek aan kijkers of door te felle kritiek? Hoe komt het dat kijkers geld storten voor Roemenië, Bosnië, Levenslijn of andere goede doelen, als ze toch tureluurs gekeken zijn? Hoe komt het dat het Vlaams Blok, dat lange tijd in de televisieberichtgeving doorgezwegen werd, toch een doorbraak heeft kunnen forceren? Hoe komt het dat Urbanus en Goedele Liekens hun programma Meer moet dat niet zijn niet aan de kijkers konden slijten? Omdat de kijker alles pikt en slikt en te afgestompt is om te reageren? Dat zijn fabeltjes. Televisie lokt voortdurend discussie uit: in het gezin, op kantoor, op café. Wie ooit met de trein gependeld heeft - ik heb dat zeventien jaar lang gedaan - weet dat ook de zogenaamde zwijgende meerderheid een veelheid van opinies heeft. Misschien valt er veel op de kwaliteit van die mening af te dingen, maar zelfs de banaalste opmerking over de haarsnit of het bloesje van Martine Tanghe (nog zo'n cliché) wijst op minimale hersenactiviteit. Als kijkers al afgestompt worden, is dat niet het gevolg van tv-kijken, maar veeleer het resultaat van hun uitzichtloze sociaal-economische situatie. De televisie vormt voor zulke mensen dan vaak het enige contact met de buitenwereld en is zelfs in die extreme situatie nog een teken van hoop.
Wie met het containerbegrip 'massa' jongleert, hanteert in feite aftandse morele categorieën. Nog nooit is de massa zo weinig massa geweest als tegenwoordig. De gewezen regisseurs van het menselijk gedrag - ouders en familieleden, de dorpspastoors, de leiders van de jeugdbeweging, de politici, de vakbondsvoorzitters, de bedrijfsdirecteurs ... - zijn hun dirigeerstokje kwijt. De gevolgen hiervan voor met name de politiek zijn haarfijn beschreven door Luc Huyse in De politiek voorbij. De 'massa', zoals het door doemdenkers gebruikt wordt, is dus uitgerekend een term uit het pre-televisietijdperk. De recente evolutie van de audiovisuele media bevestigt dat. Er komen meer en meer media en netwerken die specifiek op doelgroepen én op individuen gericht zijn: regionale televisie, pay-television, gespecialiseerde kanalen (nieuws, sport, muziek, films...), teleshopping, CD-I en CD-Rom, de digitale superhighway waarbij individuen met elkaar kunnen communiceren of op elk moment van de dag zijn eigen tv-menu kan bestellen uit 500 zenders... Alleen, de Vlaamse cultuurdragers en politici weten amper van hun bestaan af. Ze zijn nog de komst van VTM, Kanaal 2 of VT4 aan het verteren.
Tot slot: gekanker op de massa is niet nieuw. Heraclitus schreef al: 'Een mens is mij honderdduizend waard, de massa niets.' Ook de bewering dat de ondergang nabij is door de groeiende vulgariteit van het plebs hoort al tot de psychopathologie van bepaalde hooggestemde geesten. Een ding hebben veel van deze hooghartige aristocraten meestal gemeen: een fundamenteel ondemocratische houding tegenover de man in de straat. José Ortega y Gasset, de 'grote Spaanse denker' (aldus de achterflap), schaamde er zich in zijn bekende boek De opstand der horden zelfs niet voor om op pure abstracte ethische gronden een onderscheid te maken tussen de slechte massamens en de 'selecte, uitstekende mens', tussen vulgair leven en edel leven. De massa-mens is volgens hem immoreel, het feit dat het grote publiek nu ontwikkeld is noemt hij het tegendeel van vooruitgang. Hij vindt dat ze te weinig inspanningen moeten doen om aan de cultuur te participeren. Ook Johan Huizinga had het over 'den voozen halfbeschaafde'. Soortgelijke dingen kun je ook, al dan niet tussen de regels, lezen bij andere zogenaamde grote geesten als Alain Finkielkraut, Allan Bloom, George Steiner en anderen, maar laat ik me hier beperken tot een aantal typische uitspraken van Gustave Flaubert, een auteur die ik overigens zeer bewonder, maar dan eerder om zijn literaire werken dan om zijn meningen. Het zijn uitspraken die ook vandaag de dag nog opgeld maken. Ik geef ze voor wat ze waard zijn, maar het verband tussen Flauberts neerbuigendheid tegenover de massa en zijn fundamenteel antidemocratische houding lijkt me duidelijk. Ook bij hedendaagse doemdenkers vind je hier bezinkels van terug. Hier gaan we: - vertaling Paul Claes 'Wat zijn de mensen toch stompzinnig, wat is het volk toch bekrompen!... Rennen voor een koning, 30.000 francs neertellen voor feesten, voor 3500 francs musici uit Paijs laten overkomen, moeite doen voor wie? Voor een koning! Van drie tot half negen in de rij staan bij de uitgang van het theater voor wie? Voor een koning!, Ach, wat is de wereld toch stompzinnig!'
- 'Je vertelt me dat je geen vrouw hebt. Dat lijkt me buitengewoon wijs, omdat ik dat menssoort als tamelijk stompzinnig beschouw; de vrouw is een vulgair beest van wie de man zich een te hoog ideaalbeeld schept.'
- 'Wij, en wij alleen, dat wil zeggen de literatoren zijn het Volk, of beter gezeg de traditie van de Mensheid.'
- 'Wat mij aangaat, de domheid van mijn landgenoten doet me walgen, grieft me. De ongeneeslijke barbaarsheid van het Mensdom bezorgt me een diepe somberheid.'
- 'Ik ben minstens evenveel waard als twintig kiezers.'
- 'De hele droom van de democratie bestaat uit het verheffen van de proletariër tot het domheidspeil van de burgerman.'
- 'Het algemeen kiesrecht zoals dat nu bestaat, is stompzinniger dan het goddelijk recht. U zult nog wat beleven als ze het laten bestaan! De massa, het getal, is altijd dom. Ik heb niet veel overtuigingen. Maar dat weet ik zeker.'
- 'Je kunt het menselijk vee vetmesten zoveel je wilt, het stro geven tot buikhoogte en zelfs hun stal vergulden, het zullen altijd beesten blijven, wat men ook beweert. De enige vooruitgang waar je op kan hopen, is het beest een beetje minder gemeen te maken.'
- 'De zogenaamde verlichte lieden worden inzake de kunst steeds stompzinniger. Wat Kunst precies is, ontgaat hen. Commentaren zijn voor hen belangrijker dan de tekst. Ze hechten meer waarde aan de krukken dan aan de benen.'
- 'Wat mij elke dag weer verontwaardigt, is het feit dat meesterwerken tot dezelfde rang gerekend worden als snertboeken. De kleintjes worden hemelhoog geprezen en de groten naar beneden gehaald; niets is dommer en immoreler dan dat.'
- 'De pers is een cursus in afstomping, omdat je er niet bij hoeft na te denken.'
- 'Waar is de schaduw van een idee te vinden? waar moet je je aan vastklampen? Op welke zaak kun je je nog met hartstocht werpen?'
- 'Welke criticus leest het boek dat hij moet recenseren?'
- 'De kwestie van het onmiddellijke succes overheerst alle andere.'
- 'Geen succes hebben is een misdaad; en succes is de maatstaf van het Goede. Ik vind dat in hoge mate grotesk.'
- 'Het lijkt me dat de grote massa geestelijk steeds verder achteruitgaat! Tot welke afgronden van domheid zullen wij nog afdalen?'

Bovenstaand proza had, ik heb er al opgewezen, net zo goed door hedendaagse doemdenkers kunnen verzonnen zijn. Het zal wel een verwerpelijke gedachte wezen, maar soms heb ik de indruk dat bepaalde sombere uitspraken eerder het gevolg zijn van een hypochondrisch karakter dan van enige hersenaktiviteit. Of om nog eens Flaubert te citeren: 'Wat een ander schramt, verscheurt mij.'


© Leo de Haes