Eenheidsworst.

Een commerciële televisie brengt alleen maar non-kwaliteit, is het refrein. 57 channels and nothing on, zoals Bruce Springsteen al jaren geleden zong. We zijn geneigd om die stelling klakkeloos te aanvaarden, maar is ze wel ergens op gebaseerd? Eigenlijk niet. Zo'n veralgemening wil de variatie en de rijkdom die ook de commerciële cultuur te bieden heeft tegen beter weten in ontkennen. Ik begrijp wel hoe zo'n cliché-mening tot stand komt. Een bepaald soort intellectuelen heeft zo'n grote hekel aan de vermenging van de begrippen `commercie' en `cultuur' dat ze mentaal dichtklappen en de ogen voor de realiteit sluiten. Ze weigeren bijvoorbeeld naar VTM te kijken, al belet dat hen niet er uitspraken over te doen. Maar feiten blijven feiten en facts are sacred. Laten we dus eens naar de realiteit kijken. Soap, destijds door de intelligentsia als het neusje van de zalm van het comedy-aanbod beschouwd want op de VPRO uitgezonden, is een tijdlang probleemloos op VTM te zien geweest, zo probleemloos dat er geen druppel inkt aan die keuze van de commerciële zender werd besteed. Nochtans: je kon Soap niet zonder meer een typisch VTM-feuilleton noemen. Kwalitatief is die serie met zijn dubbele bodems en zijn bijtende satirische ondertoon onmogelijk gelijk te schakelen met dieptepunten als Ramona, Bompa of Familie. Hetzelfde kan gezegd worden van series als Hill Street Blues, Powers that be of Twin Peaks (ook alweer in Nederland door de VPRO uitgezonden), of van de verfilming van het klassieke boek van Lode Zielens Moeder, waarom leven wij? Bovengenoemde feuilletons horen zonder meer tot het betere, zoniet het beste tv-werk. In medialand speelt echter eenzelfde soort mechanisme als in het boekenvak, waar de uitgeverij soms belangrijker is dan de reële kwaliteit van de boeken. Een tv-serie met het VPRO-imprimatur wordt gemakkelijker naar waarde geschat dan een met zogenaamde VTM-signatuur. De verklaring is simpel: in het laatste geval komt het produkt in een ander, zeg maar commercieel circuit terecht en daardoor verandert het discours erover. Het medium bepaalt de message.
Ook het filmaanbod van de commerciële zender is méér dan behoorlijk, en misschien zelfs beter dan dat van de BRTN. En de kijker die voor zijn nieuwshonger uitsluitend op het VTM-journaal zou afstemmen, wordt net als op elke andere zender op de hoogte gebracht over de stand van zaken in Israël, Cuba, Ruanda, Haïti, Bosnië, Rusland of Zaïre en hij krijgt er Telefacts als toetje bij. Ik kijk zowel naar het BRTN-journaal als het VTM-Nieuws en een vergelijking tussen beide valt niet altijd in het voordeel van de BRTN uit. Tot spijt van wie het benijdt. Zelfs Jambers, de door intellectuelen zo graag geridiculiseerde programma-maker, is vaak lang niet zo sensationeel als men ons graag voorhoudt te geloven. Een programma over een op het eerste gezicht sensationeel onderwerp - serial killers, prostituées, vrouwen van priesters, impotente mannen of pedofielen - hoeft niet per definitie sensatie te zijn. Maar dat onderscheid is sommigen al te subtiel. Je kan misschien onwel worden van de overdreven schermgeilheid van Paul Jambers, maar hij snijdt hoe dan ook onderwerpen aan, die andere tv-programma's niet aandurven of veel omzwachtelder benaderen. Wat er van het hele VTM-aanbod ook zij, de nadruk op lokale binnenlandse fait divers, good news en lukrake, potsierlijke straatinterviews heeft de commerciële zender al vijf jaar laten varen.
En dan heb ik het nog niet gehad over Kanaal 2, dat helemaal op de 'betere' kijker is toegespitst met programma's als Monthy Python, I, Claudius, enzovoort. Als Els de Bens in Ons Erfdeel in de prille beginfase van VTM tot het besluit komt dat er steeds meer pulp wordt uitgezonden, dan geldt dat enkel voor een zeer beperkte momentopname. Wie de programmatie op langere termijn onderzoekt, komt tot tegenovergestelde conclusies. Ik ben het dus nogal met Abram de Swaan eens en ik heb dat her en der al eerder geschreven: het marktmechanisme heeft in plaats van eenheidsworst een grotere verscheidenheid gebracht, ook op het vlak van het audiovisuele aanbod. Het is onbegrijpelijk dat bepaalde journalisten (Piet Piryns, Marc Reynebeau...), uiterst conservatieve politici (Eric van Rompuy, Karel Dillen...), kunstgoeroes (Gerard Mortier, Jan Hoet...), kunstenaars en schrijvers (Jozef Deleu, Herman de Coninck, Anthony Burgess zaliger of nog recent Eduardo Galeano, die over de televisie in hoofdletters spreekt als de 'Dictatuur van het Eenheidsbeeld') en professoren (Marcel Janssens, Jaap Kruithof, Els de Bens,...) die realiteit blijven ontkennen. Overigens is het heel verrassend om vast te stellen hoe progressieven op dit punt complexloos de hand reiken aan halve en hele Blut-und-Bodem- politici. Niet omdat er tijdens de amper twee uur durende prime time meer kwissen, tv-spelletjes of gezinsfeuilletons vertoond worden, kun je volhouden dat het hele tv-aanbod in Vlaanderen door de komst van commerciële zenders verpieterd is. Alleen al op de BRTN was er in de week waarin ik dit schreef (19 tot 24 november 1994) het volgende te zien: Passage met als centrale gast de cellist Roel Dieltjens en enkele uitvoeringen van klassieke stukken; een portret van Francis Poulenc; La maison de la rue Arbat nr 35 (in De keuze van Dekeyser); de reportage Terug naar Bhopal, de documentaire Katholiek in de nazi-tijd: de stregie van het Vaticaan; Wie schrijft die blijft (met ondermeer een portret van Doris Lessing, Elisabeht Marain over haar nieuwe roman en Pierre Platteau over zijn debuutroman; een uitzending van Tekens over het leven en het werk van Rik Wouters; de reportage Parlementaire buitenbeentjes (in Boulevard) en een Panorama-aflevering van Paul Muys over Kafkaiaanse toestanden in het gerecht. In 1991 noteerde ik omstreeks dezelfde periode een Mozartconcert van Walter Boeykens, een jazzconcert met Wynton Marsalis, Wie schrijft die blijft (met aandacht voor Cees Nooteboom, Jef Geeraerts, Maurice Gilliams, Tom Lanoye, Leonard Nolens en Guido van Heulendonk), een serie over Rusland en de Sojvetunie, een uitzending over armoede in België, Vreemd volk, een programma over Jane Goodall die vijfentwintig jaar lang bij de chimpansees leefde en De Laatste der Mohikanen, een documentaire over 'echte boekhandels'. Voor de week daarop werden volgende programma's aangekondigd: een concert door het Nieuw Belgisch Kamerorkest, Les Noces van Igor Strawinski, een programma over Elsschot en elf dagen lang twee korte boekenreportages in het Journaal naar aanleiding van de Boekenbeurs. Verschraling? VTM-isering van de BRT? Debilisering? Infantilisering? Verkleutering? Waar hebben ze het toch allemaal over?
Sommigen proberen zelfs vol te houden dat het algemene culturele aanbod door de commerciële televisie in het gedrang wordt gebracht. Ik zat onlangs in een panel en de moderator probeerde me koste wat het wil de term 'culturele verschraling' in de mond te leggen, maar er is helemaal geen sprake van een ontvetting van de cultuur. Er bestaat namelijk geen verband tussen (commerciële) televisie en elitecultuur, tenzij een positieve, want de televisie vervult ook nog eens de functie van culturele agenda. Wat Kiosk voor De Standaard is, is Affiche bijvoorbeeld op de BRTN. Het gigantische succes van VTM heeft ook niet belet en zal ook nooit beletten dat het theater, de artistieke dans, de opera, de klassieke concerten, de Nederlandse letteren en zelfs de beeldende kunsten in Vlaanderen bloeien. Johan Thielemans heeft in zijn boek Opera. De toekomst van het verleden zelfs overtuigend aangetoond dat de wederopstanding van de opera voor een groot deel aan de televisie te danken is. Door de enorme exposure die de BRTN aan opera-opvoeringen in de Muntschouwburg gaf is het aantal operabezoekers destijds fors toegenomen. Ook elders en op andere gebieden is de opkomst groot. Je hoeft niet eens deSingel of de Munt binnen te gaan om vrijwel dagelijks de drommen mensen te zien toesnellen voor zowel Belgische als buitenlandse produkties. In musea loopt het misschien minder storm, maar ook het museumpubliek is de laatste jaren flink toegenomen. En ik zwijg dan nog over het immense succes van publiekstentoonstellingen zoals die over Rubens, Ensor, Van Gogh, Memling, en andere. Er bestaat dus geen concurrentie tussen commerciële cultuur of elitecultuur. Het is niet of-of, zoals de meeste doemdenkers het graag stellen, het is en-en. Het ene bestaat rustig naast, boven en onder het andere.
Dat simpele inzicht probeerde ik de moderator ook aan het verstand te brengen, maar naar dat soort uitleg had hij geen oren. Sterker, hij wilde op z'n minst geweten hebben (en dus door mij stellig bevestigd horen) dat het dan toch op tv-vlak allemaal één pot nat was. Maar ook dat klopt niet. Als er binnen de VTM-programmering al duidelijke kwaliteitsverschillen bestaan, dan zijn er die zeker ook op de meer dan twintig andere tv-stations die momenteel via de kabel te bekijken zijn. Ik heb er even het programmaboekje op nagevlooid bij wijze van controle. Dat levert een heel ander plaatje op dan het clichébeeld van de eenheidsworst. Vrijwel iedereen komt, al dan niet met een video, op televisie aan zijn of haar trekken: de liefhebber van klassieke muziek, de jazzfreak, de popfanaat, de geïnteresseerde in beeldende kunst of literatuur, de cinefiel, de amateur van thrillers, detectives, love stories, griezelverhalen of actiefilms en het grote publiek dat dol is op talkshows, kwissen of tv-spelletjes. Zelfs het politieke beest in ons kan, behalve uit een groot aanbod aan nieuwsuitzendingen, kiezen uit wel tien debatten per dag, zo hij dat al zou willen. Tijdens politieke crisissituaties wordt het aantal debatten nog aanzienlijk opgevoerd. Zo werd de Golfoorlog niet alleen begeleid door de spektakelbeelden van CNN, maar ook door de meer dan boeiende en hoogstaande panelgesprekken van News Night (BBC) en de verdienstelijke duidingspogingen van zowel BRTN als VTM. Wie tuk is op sport, heeft zelfs aparte sportzenders. Voor wie videoclips het einde van de wereld zijn, is er MTV. Er is bovendien Filmnet, het woord zegt het zelf, al is het sinds kort ook een voetbalzender. En wie kieskeurig is en hoge eisen aan tv-amusement stelt, kan nog altijd afstemmen op VPRO, Nederland 3, de BRTN soms, ARTE, de BBC in de late uurtjes (The Late show bijvoorbeeld) of andere buitenlandse tv-zenders. Johan Thielemans schrijft in zijn boek Opera dat je 'in een druk bekabeld land als België ten minste één opera per week op tv kan zien.' Alleen wie verzot is op porno moet tegenwoordig nog het huis uit, al is deze lacune met een schotelantenne makkelijk op te lossen.


© Leo de Haes