|
1. De rijkdom van de massacultuur `Ik denk dat Leo de Haes op dat vlak wel geleidelijk aan van gedachten zal veranderen, nu hij zelf uitgever is geworden en dus precies op de hoogte is van de geringe belangstelling die er maar bestaat voor goede boeken.' Jozef Deleu In oktober 1991 was ik uitgenodigd op Het Andere Mediadebat in Antwerpen. Ik had weinig tijd gehad om deze discussie grondig voor te bereiden, maar nog tijdens de voorstelling van de panelleden sloot ik met mezelf een weddenschap. Ik schreef op een papiertje de volgende woorden: eenheidsworst, culturele leegte, pulp, veramerikanisering, afgestompt kijkvee en het failliet van de leescultuur. Ik mocht ter plekke doodvallen als die kreten niet meteen aan de orde zouden komen, en inderdaad, het was meteen prijs. Professor Wim van der Biesen, communicatiewetenschapper in Leuven, sneed met overtuiging elk van deze clichés aan. Op een afkeurende manier natuurlijk. Hij werd daarin volmondig bijgevallen door Els de Bens, professor communicatiewetenschappen in Gent. Alleen ik ging in de aanval tegen deze holle begrippen. Na afloop van het debat gaf Wim van der Biesen tussen pot en pint toe dat de televisie als massamedium niet zijn specialiteit was, dat hij zich hoofdzakelijk met kranten bezig hield, en dat ik hem dus niet op zijn opvattingen over televisie moest vastpinnen. Ik vond het charmant dat hij zijn onkunde zo openlijk toegaf, maar tegelijk maakte het zijn interventies in zeker opzicht alleen maar erger. Het bewees hoe hardnekkig deze fetisj-begrippen blijven verder woekeren en zich ook vastzetten in hoofden van geleerde dames en heren die zich verder niet met het onderwerp bezig houden. Het lijken wel granaten die je op elk moment midden in het mediadebat kunt gooien en waarvoor iedereen dan vol ontzag terugdeinst. Niemand denkt eraan om er even snel de pin uit te trekken. Dat wil ik hier wel doen.
![]()
|