|
Van
maagdenroof tot stadsderby
Het volgende essay wordt gepubliceerd met toestemming van de
auteur en de uitgever van het mooi vormgegeven boekje 100 jaar Racing - Malinwa
dat kan worden besteld op de volgende site www.ccmechelen.be/
| Voetbal is
een feest maar eerst en vooral een stammenritueel. Het Mechelse voetbal, zoals het echt
was, is en hopelijk zal blijven. |
Het is een eigenaardige koorts. Ook wie niet van voetbal
houdt, weet er van en spreekt erover: Binnenkort speelt den Malinwa weer tegen de
Racing. Het gerucht doet al weken voor de match de ronde. Buitenstaanders spreken in
neutrale termen over de op handen zijnde derby. Maar de Mechelse clanleden, de betrokkenen
zelf, nemen dat smakeloze woord niet in de mond. Het gaat immers om het naakte overleven,
zoals in prehistorische tijden toen er nog mammoeten rondwaarden in de buurt van
Nekkerspoel. Twee stammen loerden van op werpafstand naar elkaar. Soms kwam het tot
uitbarstingen omdat de ene clan een tekort had aan voedsel en bij gebrek aan mondvoorraad
de andere dan maar bestormde. Ooit roofde de ene stam enkele vrouwen van de andere groep.
Wie het met de eigen familieleden deed, ging na enkele generaties ten onder aan het
lichtste griepje. Op incest stond trouwens de doodsstraf. Vandaar dat in die oertijden
raids waarbij vrouwen van andere naburige stammen werden ontvoerd, schering en inslag
waren. Maagdenroof was niet alleen een Romeinse of Sabijnse aangelegenheid. En daarom dat
soms ook de rivaliserende Mechelse gemeenschap het moest ontgelden. De Antwerpse of
Brabantse nomaden van The Great Old of van Anderlecht waren immers eveneens te duchten
tegenstanders en daarenboven zo ver weg. Het lag dus voor de hand om de oplossing dichtbij
huis te zoeken. Ook al leidde die confrontatie dus weken op voorhand tot koortsige onrust
en wilde roddels.
MAGIE
Als kind sidderde ik bij de aanblik van het Scandinavische opperhoofd van de Racingers.
Met zijn rozige billen en zijn blonde manen leek hij wel een Noorse god. Zoals Thor het
kon laten bliksemen, zo bezat deze Iversen toverkracht. Telkens hij in de buurt van de bal
kwam, was het einde der tijden nabij. Een laffe aanval op zijn knie maakte hem
onschadelijk. Voetbalgoden zijn ook maar mensen. Maar voor de toeschouwers heeft de derby
iets van een stammenoorlog, zoals die op de Mechelse turf ooit sporadisch is uitgevochten.
Daarom dat de nakende match tussen KV en Racing de hele stad telkens weer onderdompelt in
een prehistorische atmosfeer waarbij de extreme emoties van onze voorouders hoogtij
vieren. De leden van de ene clan worden door de aanhangers van het andere kamp in het
stadion met argusogen gemonsterd. Het gevaar dreigt om elke hoek.
Eindelijk begint het plaatsvervangende duel en treden de strijders tegen elkaar in de
arena. Iedereen hoopt dat hij met zijn kampers aan het langste eind mag trekken. Een
zekere buit lag in het verschiet. Vandaag is die winst natuurlijk alleen maar symbolisch
maar de euforie om de winning goal smaakt even diep als vroeger de vreugde om het geroofde
vlees of het geschaakte vrouwelijke schoon. De zoden gewijde grond die enkele
KV-supporters onlangs ontvreemdden uit het halfrond van het Racing-terrein herinneren aan
deze trofeeën van eertijds.
THERAPIE
Voetbal heeft voor mij altijd iets magisch gehad. Zoals de
zomers langer leken in iemands jeugd of de winters van jaren geleden meer sneeuw in petto
hadden, zo is het altijd zonnig als ik aan voetbal denk. Er werd in de jaren zestig
steevast op zondagnamiddagen gespeeld om 15u. Daarna gingen we trouwens soms nog naar de
avondmis van vijf uur, een ander ritueel dat heel wat minder magie uitstraalde dan het
volkse spektakel van 22 mannen in korte broek die achter een bal aanhollen. Nee, geef me
dan maar het heidense origineel. Meneer, mag ik alstublieft naar de voetbal komen
kijken? Ik was zelf niet actief in de jongerenploegen van KV of Racing. Maar als ik
aan de stokoude kaartjesknippers overbeleefd vroeg om een vrije entree, lukte me dat vaker
wel dan niet. Ik had de oude bewakers weten te charmeren. Rond het veld marcheerde reeds
de muziekkapel. Deze verworpenen der aarde hadden iets ontroerends. Strompelend, uit de
pas en sjofel aangekleed speelden de leden van de fanfare het clublied. De meeste
toeschouwers riepen hen luidkeels toe, zongen mee of applaudisseerden bij het aanschouwen
van deze meelijwekkende stoet. Waren we niet allemaal vernederden en vertrapten die op
zondagnamiddag elkaars nabijheid opzochten om onze zorgen te vergeten?
Als kind had ik weinig of geen zorgen. Maar ik begreep instinctief dat de meeste mannen
hier op therapie waren. Nee, ze daalden niet af in zichzelf of stelden geen psychologische
vragen aan hun diepere ik. Van schuld en boete of innerlijke wroeging was geen sprake.
Hier was iedereen pure buitenkant, de naakte aap van eertijds die zijn muizenissen
uitschreeuwde, wegvloekte, wegschold en vooral wegzong. Als er een goal werd gescoord door
de eigen ploeg, veerde iedereen recht in een jubelend koor. Collectieve verlossing viel
ons ten deel. De euforie van dat ogenblik waarbij sommigen elkaar ook omarmden of op de
schouder klopten, wapende de meeste toeschouwers tegen weer twee weken van hard labeur na
de match. Je problemen uitpraten is een ding, maar ze samen bezweren tijdens het
collectieve toeschouwersritueel van het voetbalspel doet pas echt deugd.
Vrouwen houden meestal van andere, meer gesofistikeerde therapieën. Daarom dat ze ook
altijd in de minderheid waren en zijn rond een voetbalveld. (Tenzij dus bij derbys
wanneer de eer van de stam in het geding is en de hele familie wordt opgetrommeld.)
Natuurlijk kunnen het ook manwijven wezen die zich aansloten bij de directe
lichaamstherapie van hun mannelijke lotgenoten. Maar meestal hadden vrouwelijke
toeschouwers oneigenlijke redenen om te komen kijken. De pin-ups waren er om bekeken te
worden, al dan niet als partner van de voorzitter of van een vergelijkbare machtige
potentaat. De overbezorgde echtgenotes gunden hun wederhelft geen lichaamskuur en
bewaakten hem daarom waar hij ook ging. Hij moest maar eens dronken thuiskomen of
godbetert aanpappen met een voetbaldeerne. Er waren ook geamuseerde estheten onder de
dames die maar wat graag naar de jongensachtige lijven van de heren voetballers gluurden.
Meer dan eens stond een van de balkunstenaars in zijn slipje bij een schermutseling. En
waar er geduelleerd wordt, zoals bij boksmatchen ook, hangt altijd wel iets erotisch in de
lucht.
VOETBAL ZOALS HET WAS
Ik genoot van de geur van pijptabak die me soms kwam aangevlogen. Een zwart mannetje in
een wit oberpak kwam rond met gezoete apenootjes (paka, paka, prevelde hij
onverstaanbaar exotisch in mijn herinnering). Hij kreeg lachend allerlei opmerkingen naar
het hoofd geslingerd die nu als racistisch zouden worden bestempeld maar die toen heel
onschuldig en gewoon overkwamen. Van noga hield ik niet zo want die plakte te veel aan de
tanden en het verhemelte. Een hotdog met mosterd kon er wel bij. Maar het summum van
culinair genot was natuurlijk een frisco, ook al stond de venter soms in de weg tijdens
het kijken naar de match. Het flinterdunne chocojasje van de frisco deed het witte ijs wel
eens van zijn stokje glijden en op de stenen trappen van de gradins belanden. Wat een
verschil met de gewapende chocoladen buitenkant van de huidige lichting
turbofriscos. Intrigerend was de wandelende fles tijdens de pauze. Ik probeerde
binnen te kijken in het donkerrode, houten omhulsel en zag inderdaad een paar ogen van
iets wat op een mens geleek. Wist ik toen veel dat het om een sandwichman ging die reclame
maakte voor Campari. Of was het Cinzano? Ondertussen weerklonken in poëtische echos
de flarden reclameslogans voor Rodania-a-a-a of voor de sigaret met de al even
dichterlijke naam van Zemir. Zelfs een Franstalige sportkrant als La Dernière Heure
ontbrak niet in de parade van gesproken advertenties.
VOETBAL ZOALS HET IS
We vatten altijd post met enkele andere vrienden op dezelfde plaats achter de goal.
Herhaling is essentieel voor elk ritueel en zeker tijdens het voetbalspel waar alles tot
in der eeuwen eeuwigheid vast ligt. Als kind zag ik de keeper vaak vertwijfeld graaien
naar een bal die vervolgens tergend traag voorbij de streep hobbelde. Goal! De ontlading
kon beginnen. Dikwijls vroeg ik me af hoe het kwam dat de keeper niet bij die bal kon. Zo
langzaam schoof hij in het net. Nu ik als veertiger in de regel op televisie het voetbal
volg en dus nauwelijks in het echt valt me juist het tegenovergestelde op.
Het gaat allemaal zo snel: probeer dan maar eens als doelwachter de bal te stoppen. Wat ik
wil zeggen is dat het voetbalspel in de werkelijkheid blijkbaar traagzamer, minder geolied
verloopt dan op televisie.
Toen reeds begon me te dagen dat de werkelijkheid, zoals ze is, heel iets anders betekent
dan de werkelijkheid in de media. Het leven, zoals het is, zie je niet voor het volle pond
op televisie. Wie het vertikt om uit zijn luie stoel te komen, ontdekt nooit het echte
leven maar slechts een armzalige weerschijn ervan. Moraal van mijn verhaal: ga zelf naar
de voetbal in weer en wind in plaats van op je luie kont de voetbal op tv te ondergaan.
Mijd loge of business seats tenzij je niet voor het voetbal komt maar voor het eten of het
netwerken. Maar eerlijk gezegd: voor culinaire en sociale hoogstandjes zijn andere
plaatsen beter geschikt. Alleen wie lijfelijk aanwezig is tijdens de opvoering samen met
zijn andere soortgenoten, kan worden verlost. Van op een afstand toekijken achter de
beschutting van glas of in het cocon van een tv-kamer telt niet en is dus heilloos.
Naar voetbal op tv kijken heeft iets intellectueels. Je observeert van op een veilige
distantie de bewegingen van schaakpartijen en je tracht samen met de trainer en
commentator de strategie van de tegenpartij te doorgronden en de marsrichting van de eigen
ploeg te verfijnen. Je kan natuurlijk ook je verstand op nul zetten en je simpelweg laten
hypnotiseren door het geschuif van de bal en van de pionnetjes. Wie echter in het stadion
zelf het spel gadeslaat, zit midden in het drama. Hij ziet en hoort de spelers jubelen en
afzien. Hij is getuige hoe ze triomferen of hun pijn verbijten of uitschreeuwen. Soms
knakt er duidelijk hoorbaar een pees van een kostbare spier in de kuit van de sterspeler.
Hij mist dus de afstand die nodig is om de spelpatronen wiskundig te analyseren. Dat wil
niet zeggen dat je als toeschouwer ook niet getroffen wordt door een mooie beweging, een
knappe actie of een uitgesponnen aanval. Maar dergelijke kortstondige momenten van
intellectuele vervoering zijn fragmenten van een totaalervaring die het van het sensuele
moet hebben. Wie in de arena zit, is met huid en haar overgeleverd aan het fatale
gebeuren. Hij gaat, willen of niet, kopje onder in een golf van sensaties. Tenzij de
wedstrijd natuurlijk een saaie vertoning is. Dat heet dan een gemiste kans. Maar Mechelse
supporters zijn hondstrouw en komen altijd weer terug.
HELDEN VOOR EEN DAG
Ach ja, die zondagse matchen. Voetbal was een feest voor de zintuigen. Fladderende wimpels
in de wind, de kleuren van de truitjes die fel contrasteerden met het overgroene gras. De
witte kalklijnen die al vlug werden weggeveegd tijdens een tackle of sliding. En dan de
plotse regenvlagen die ons tot op het bot doornat maakten en die aan het voetbalspel een
apocalyptische toets gaven. Om nog maar te zwijgen van de hoofdrolspelers zelf die met hun
gebreken en tics niet zouden misstaan in een homerisch epos. Het had allemaal iets
heroïsch. De manier waarop de gehandicapte Cois Tuyaerts met zijn ene arm op de
linkerflank van het veld kwam aangelopen en ondanks die ene arm toch voor doelgevaar
zorgde. De imposante verschijning van een onbehouwen verdediger als Ballard (of was het
Ballaer?), die met zijn dikke schonken perfect de bal kon stoppen die anders in de goal
was beland. De grijze keeper Jacobs die in zijn zwart pak de doelmond bewaakte die toegang
gaf tot het dodenrijk, zo leek het wel. De koele, gladde Kamiel Van Damme die meer een
ladies man was dan een krijger. Hij was met zijn splijtende passes een beetje de
Mechelse Beckham, maar zonder Spice-girl aan zijn zij. Als trainer zou hij later nooit
meer dat charisma uitstralen.
Want ook dat hoort bij het voetbal. De heldhaftige kwaliteiten zijn meestal van
kortstondige aard. Echte helden leven niet lang. Wie heeft er ooit nog iets uitzonderlijks
gehoord van bovenvermeld kwartet? Toegegeven, met de lichting spelers in de jaren tachtig
onder geldschieter John Cordier liep het anders maar toen was het voetbal al lang niet
meer het authentieke voetbal want vercommercialiseerd, opgetild tot een hoger technisch
niveau dat eigenlijk een beetje fake was, want ijlings gefinancierd. Zo steil de opgang
was, zo snel spatte ook de zeepbel uit elkaar. Tot beide Mechelse clans uiteindelijk in
derde klasse zijn beland. Terug met de voeten op de grond. Daar waar het voetbal eigenlijk
thuis hoort.
Tijdens het voetbalspel kreeg alles iets intens, iets aparts, ook al ging het dan maar om
een simpel spel. En iedereen rond het veld voelde zich ook anders want verbonden in een
stamverband dat na het laatste fluitsignaal opnieuw verdampte. Telkens er een derby op
komst was, werd die bijzondere sfeer aangescherpt. Het werd allemaal een beetje unheimlich
want niemand wou verliezen. En toch wist iedereen dat er eigenlijk een verliezer moest
zijn. Hopen op een gelijkspel was geen optie want dan bleef de katharsis van diepe rouw of
jubelende euforie uit. En precies om de kick van die emoties is het de voetbaltoeschouwer
te doen, zeker bij een derby.
WERELDRIJKEN VERGAAN MAAR STAMMEN BLIJVEN BESTAAN
Niemand wil verliezen en het meemaken hoe zijn vrouwen worden ontvoerd of zijn
levensnoodzakelijk voedsel gestolen. Voor het begin van het duel bant elke clan zijn
twijfels uit. Zowel die van KV als die van Racing denken er niet aan dat ze kunnen
verliezen want ze willen en zullen dus niet verliezen. Een simpel staaltje van zelfbedrog
brengt het vertrouwen in het eigen kunnen op peil. Waar een wil is, is een
weg, aldus het voluntaristische Racing-devies dat op de middentribune staat
geschilderd. Guy Verhofstadt en Bart Somers zullen het graag horen. De club zal
zegepralen, klinkt het een beetje brallerig bij KV. Meer iets voor Stefaan De Clerck
of Yves Leterme die hun eigen onzekerheid proberen weg te moffelen achter een façade van
holle overmoed. De beide supportershordes trekken naar het stadion. Een gezamenlijke
optocht, zoals burgemeester Koen Anciaux even voorstelde, is de ontkenning zelf van deze
titanenslag. Je kan toch moeilijk oorlog gaan voeren tegen iemand waarmee je eerst hand in
hand gaat. Mechelaars begrijpen dat je ofwel van den Malinwa bent ofwel van de Racing.
Echte handtastelijkheden zijn uit den boze. Het gaat er niet om dat de Mechelaars zelf
slag leveren. Nee, ze kiezen hun strijders die symbolisch de stammenoorlog van destijds
opnieuw tot leven brengen.
De toeschouwers vereenzelvigen zich met het ene of andere kamp en herleven de
wordingsgeschiedenis van hun stad die de laatste eeuw balanceerde tussen katholiek en
vrijzinnig, college en lyceum, Franstalige notabelen of nieuwerwetse socialisten, elitaire
versus proletarische pretenties. Het is een beetje zoals in de film Gangs of New York van
Martin Scorcese. De kamp mag dan zijn gestreden maar elke Mechelaar van geboorte draagt de
sporen van die oerstrijd mee in zijn genen. De weken en dagen voordat de derby wordt
betwist, herleeft die primitieve oerscène van wij met ons allen aan de ene
kant van het territorium tegen zij met zijn allen aan de andere kant. Nee,
Racing tegen Malinwa is nog altijd geen folklore voor mij, ook al sta ik mijn Mechelse
tegenstander niet meer persoonlijk naar het leven. Wel integendeel.
VOETBAL ZOALS HET ZAL ZIJN
De eerste derby tussen KV en Racing werd gespeeld op 24 september 1905 en met 2-1 gewonnen
door FCM, zoals KV Mechelen op zijn franglais (Football Club de Malines) toen heette.
Ondertussen zijn er tientallen van die stadskampen uitgevochten. Meestal was Racing de
underdog en trok KV aan het langste eind. Maar vandaag is het nog moeilijk te zeggen wie
in derde klasse de club van het stad is. De legendarische Iversen is al lang vertrokken
bij Racing, zoals zovele andere roemruchte helden voor hem. Nu beide clubs honderd jaar
bestaan, zou het misschien tijd zijn om te fusioneren? Maar ook dergelijke dromen van
verzoening kunnen alleen opkomen in de geest van een buitenstaander. Wereldrijken vergaan
maar stammen blijven altijd bestaan. Alleen al daarom is het zaak dat KV en Racing de
komende honderd jaar hun eigen weg blijven gaan. Noch KV noch Racing is de club van het
stad. Ze zijn het allebei. Zolang ik Mechelaar ben.
Publicatie van deze tekst gebeurt met
toestemming van de auteur en van de uitgever van het boekje zijn uitgever 100 jaar Racing - Malinwa dat kan worden besteld op de volgende site
www.ccmechelen.be/.
|

|