Paul van Ostaijen

SOUVENIR





Schoon d'avond valt en tussen de beide grijze gevelrijen
het donker zwaar hangt als een klos en overdadig 
ontsteekt geen hand het licht aan de lantaarnen

Zo wentelt plots aan d'ogen u het wonder van een vreemde stad
de grijze huizen van u dees' anders zo bekende stede

De zonnestralen sloegen hard aan d'aarde over dag
en uit het vuur van 't rosse loof persten zij die geur der aarde
daarop ons dulle zinnen de herrefst toewaarts matelik glijden

Dees'overdaad van zinnelike wondren van lichten en van geuren
is zó lauw en vol dat gij niet kunt begrijpen waarom
aan 't eind van deze dag
geen lach zich legt over uw brede mond
zoals een ree languit en lui zich aan een rotswand legt