|
Paul van Ostaijen
Nog sloeg niet om uw luide lijf
het hardst verlangen
Ver van vrede en bevrediging
schuilt de lach - te luide en nog niet lui -
in d'uiterlikste kuilen van uw mond
Uw ogen zinken niet
in hunner kassen verste verten
Nog slaan de neusvleugels niet
van de binnengloed
het doffe lied
|