Paul van Ostaijen

DE PROFUNDIS





Wij zijn de overwonnenen
op de zuiderstrook der lage landen langs de zee 
De zee was niet ons goed 
al schuren hare zoute waatren zuiver ons strand 
van bitterheid
Soms is een plant ons goed nog 
en dieren
Ik meen daarmee buiten de paarden
schepershonden van Mechelen of Groenendaal 
die na de schilders de roem van Vlaanderen 
over de grenzen dragen
Herkennen zij in ons hun maats 
der volle maat
van slagen
Zien paardenogen aan wier staren 
het denken om het leed verglijdt 
in de verte
de ster die ons niet begeleidt
Om de geraniën die aan de vensters onzer hoeven God roepen 
met haar meekraplakken stemmen 
schokt de stilte en het verstarren