Paul van Ostaijen

DE DROOM VAN HET WEESJE





Het weesje staart over zijn schapen heen 
- pluk de marguerite
        zal zij komen
                     zijn moeder -
Laat ons hopen denkt het weesje 
een limousine en een vrouw in bont 
zeer habillée
zoals ik ze ken uit la Vie parisienne
Hopelik is mijn moeder zoals een vrouw 
uit la vie parisienne 
of als de dame van Rix La Croix † 
- Zoniet welk nut verlaten te zijn voorlopig wees 
wanneer je moeder tot je komt zonder limousine 
zonder ford en zonder rode renard -
Dan blijf je beter wees
               alles of niets
Wanneer niet                qui perd gagne
         waarom dan wees zijn 
en de klare hemel wordt blauwe limousine 
(in de verbeelding van het weesje) 
Ik zal haar omhelzen
hoofdzaak dat ik mijn hoofd in haar pels kan leggen 
zeggen: mama, gebruik jij Houbigant 
-of à la Bataille-Maeterlinck 
o ma petite maman Teindelys!)
Mijn moeder zal mij zeggen: vergeet kleine dat ik je vergat
doch nu is het weer select met je zoon - efeeb - te wandelen
                   Ben je tevreê
Ik zal haar antwoorden: mama heb je ook een lieve soubrette
en steelt zij jouw dessous
- Mama geef haar van jouw Quelques Fleurs
ik mag geen vrouw lijen zonder quelques fleurs -
     Wolken drijven Houbigant-reuk voorbij
            het dromende weesje
Als een regenwolk de blauwe hemel overtrekt
vertaalt het weesje in droom
     Ach mama je hebt slechts simili-zijden kousen
     waarom ben je gekomen mama
Je bent niet eens demi-monde en niet van la vie parisienne
zo heeft het geen zin voorlopig weesje te zijn
     en te worden herkend