Vlaams Fonds

Home > 97 > Christophe Vekeman

Christophe Vekeman


Vluchtig als rook in de wind - deel 1



Een maand of twee geleden is het begonnen: telkens als Lester Brandman van zijn werk thuiskomt en de buitendeur achter zich dichtdoet, bekruipt hem onweerstaanbaar het gevoel dat er hem een helse en wreedaardige verrassing wacht. Hij weet niet hoe het komt of waar het mee te maken heeft, maar gedurende de korte tijd die hij doorbrengt in de beslotenheid van de hal, terwijl hij zijn jas uittrekt en hem aan de staande kapstok hangt, acht hij ronduit alles mogelijk en zet hij zich schrap om straks niet compleet van zijn sokken te worden geblazen. Hij bereidt zich voor op het ergste, en dat doet hij uit louter zelfbehoud; onvoorbereid en nietsvermoedend loopt hij gevaar, meent hij, om zo meteen te zullen stikken, sterven van verbijstering.
In zijn verbeelding loopt hij bijvoorbeeld de trap op en staat vervolgens in het deurgat van de badkamer te registreren hoe Alicia, haar blik lijnrecht op de spiegel gericht, bezig is zich met blinde, mechanische regelmaat in het gezicht te slaan, wang na wang na wang treffend.
Alles kan. Het hoeft maar plaats te vinden en het gebeurt. Meer is er niet voor nodig.
Alicia zit naakt en wijdbeens op het aanrecht in de keuken, haar ogen gesloten en haar mond een verticale geul; de Afrikaan werpt een blik op Lester, maar lijkt er niet aan te denken zijn activiteit voortijdig te staken.
Een Afrikaan? Waarom een Afrikaan? Maar waarom ook niet?
Lester treft letterlijk een bloedbad aan. In het midden ervan ligt, als een grillige spierpees, het ontzielde en verdoemde witte lijf van haar die ooit gezworen heeft hem nooit te zullen verlaten.
Het zijn vreemde, gruwelijke fantasieën, zonder enige link met de werkelijkheid, maar het allervreemdste is nog, naar Lesters eigen mening, dat de angst waarmee zijn visioenen hem steeds weer vervullen zich vrij gemakkelijk beteugelen laat. Op het ergste bedacht, blijkt hij erin te slagen zich tegen zijn angst te wapenen met het specifieke mengsel van deemoed en daadkracht dat koelbloedigheid genoemd wordt, en altijd opnieuw betreedt hij uiteindelijk de woonkamer met het geruststellende gevoel eender welke situatie, hoe buitenissig ook, het hoofd te zullen kunnen bieden. Hij houdt van dit gevoel, bedrieglijk als het zijn mag, en mettertijd is hij dan ook begonnen zijn verblijf in de hal, op de grens tussen zijn leven als werknemer en dat als echtgenoot, te koesteren en zelfs te rekken, elke dag wat langer.
Deze vrijdagavond echter, het is eind november en al geruime tijd donker, staat hij zichzelf geen uitstel toe. Hij heeft niet voor niets veel sneller gereden dan gewoonlijk. Zelfs zijn dagelijkse visioen krijgt amper kans zich toegang tot zijn geest te verschaffen, en blijft ontypisch vaag – iets over Alicia die vliegensvlug de hoorn op de haak werpt, een korte, blonde pruik van haar hoofd trekt en er haar tranen mee wist. Haar tranen?
Hij doet zijn jas uit en draagt hem over zijn onderarm met zich mee de woonkamer in, waarvan hij de deur achter zich dichtgooit. Dat hij tegen zijn vaste gewoonte in verzuimd heeft zijn jas aan de kapstok te hangen, merkt hij pas wanneer het kledingstuk zich abrupt van zijn arm losmaakt, van het ene moment op het andere elke vorm van contact met zijn lichaam verbreekt.
Alles kan. Het heden is het niemandsland tussen verleden en toekomst; er gelden geen wetten.
Hij houdt halt en kijkt verward om zich heen. Tegen de deurstijl aangeleund staat wat een seconde lang een zwart en kindgroot spook lijkt, nonchalant, roerloos en uitdagend. Het spook verandert in zijn jas, maar dat maakt het tafereel nauwelijks minder onthutsend: de klink van de deur steekt door het bovenste knoopsgat, welk gat zich blijkt te hebben ontwikkeld tot een lange, grijnzende scheur, die doorloopt tot halverwege de kraag.
Binnensmonds vloekend, zijn hoofd barstensvol bloed, keert Lester op zijn schreden terug. De jas is nog redelijk nieuw, amper een jaar geleden gekocht, wat niet wegneemt dat hij er sterk aan gehecht is. Hij heeft nu eenmaal het vermogen blij te zijn met materiële dingen die hem bevallen en is te allen tijde bereid om er zijn hart aan te verpanden, zeker aan solide zaken als een dure winterjas, niet bedoeld om snel aan slijtage onderhevig te zijn en na enkele maanden reeds te moeten worden vervangen door een ander exemplaar.
Hij schuift de jas van de deurklink, neemt hem bijna teder in zijn armen, als is hij van plan hem te wiegen, en inspecteert de onherstelbaar aandoende schade eraan. Een wolk van rouw daalt over hem heen, hij voelt zich zwaar van spijt worden. Hartstochtelijk verwijt hij zichzelf zijn onbezonnen haast. Kon hij de klok maar terugdraaien, slechts één enkele minuut!
Alles kan, maar dat dus niet…
‘Lester, wat sta jij hier te doen?’ hoort hij Alicia vragen.
Alvorens zich om te draaien en de vraag te beantwoorden, slikt Lester Brandman twee keer achtereen. Zijn mond was leeg, hij heeft niets doorgeslikt, en toch is het of er iets in zijn keel terechtkomt en zich ter hoogte van zijn adamsappel vastzet.
‘Hallo, schatje,’ glimlacht hij schor, terwijl hij zich naar Alicia toewendt. Hij glimlacht bepaald verdrietig, maar de uitdrukking op zijn gezicht is niettegenstaande vele malen vrolijker dan hij zich werkelijk voelt.
Toch blijkt Alicia hevig te schrikken. Ze steekt haar handen naar haar man uit en vraagt: ‘Lester, wat scheelt er? Is er iets gebeurd?’
‘Nee, hoor,’ wuift hij weg. Hij heeft zich aangesteld, hij weet het, en hij schaamt zich voor zijn onmacht om zijn verdriet te relativeren. Zijn onmacht is sterker dan hij. Ontstellend veel dingen zijn sterker dan hij. ‘Ik heb gewoon een stommiteit begaan. Haast en spoed, je weet wel.’ Hij toont haar de jas, de kraag als een dode vleugel tussen duim en wijsvinger.
‘O, wat zonde,’ zegt Alicia. Enigszins tot zijn verbazing klinkt ze niet opgelucht. Ze neemt de jas van hem over en bestudeert het letsel nauwgezet.
‘Aan de deurklink blijven haken toen ik binnenkwam,’ legt hij uit. ‘Ik had mijn jas over mijn arm en die klink…’
‘Eeuwig zonde,’ zegt Alicia.
Zijn verbazing neemt nog toe. Hij had niet verwacht dat ze hem zou bijtreden in zijn neiging om het spijtige voorval te dramatiseren. Niet op een dag als deze, niet vandaag.

© Christophe Vekeman

inhoudsopgave nr. 97


abonneren

Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.

Nummer nabestellen? klik hier.

boekenlinks

Proxis
boekenbank
DBNL

Over De Brakke Hond

De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.


nieuwsbrief

Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in:


AanmeldenAfmelden


Powered by YourMailinglistProvider.com