Vlaams Fonds

Home > 97 >Joris Denoo

Joris Denoo

Want van u is het koninkrijk (deel 1)


‘Samen kennen wij de mosselman, de mosselman’

Sjors DNO was er zich van bewust dat sterren reeds lang waren uitgedoofd op het ogenblik dat hij ze nog kon zien. Hij keek bij nacht daarom niet met minder vertedering naar boven.
Sjors DNO was er zich van bewust dat wind slechts tijdelijke luchtverplaatsing betrof. Dat belette hem niet in tijden van bries of tempeest zich gelukkiger te voelen dan anders.
Sterren, wind: twee onbetrouwbare grilligheden. Sjors DNO kon ermee om.
Een doorsnee mens zou opmerken: Sjors DNO heeft het allemaal voor mekaar.
Niets was minder waar. Doorsnee mensen waren immers stomweg gelukkig met doorsnee geluk. Stom geluk dus. Dat kleurde hun oordeel over anderen zwart of wit.
Echter! Evenmin was Sjors DNO nog langer aan het worstelen met De Grote Vragen des Levens, Filosofische Kwesties of Prangende Onvolkomenheden op ’s Mensen Pad. We zouden kunnen stellen: niets raakte hem nog, tenzij hij zichzelf erdoor liet raken. En dat moest de moeite lonen. Nou, moeite. Veel dingen dienden zich klakkeloos aan. Je hoefde er zelfs niet eens moeite voor te doen.
Neem nou Gezondheid (vaak vertaald in) (en) Levensduur; Heil (vaak implicerend) (en) Onheil; Veel (vaak uitmondend in) (en) Overschot; Toeval (vaak vermomd als) (en) Lot; Zwart (vaak een mooiere kleur dan) (en) Wit. Voor dat alles toonde Sjors DNO alleen nog geveinsde belangstelling. Genoeg geschaakt, checkmate.
Waar woonde DNO, S.? Zijn verwekkers waren afkomstig uit een streek die weinigen kenden. Oltenië, met name, in Walachije. Ze vluchtten in de jaren ‘50 van de vorige eeuw voor armoede en dictatuur. Hun enige zoon Sjors (Georgiu werd ergens eind jaren ‘50 geboren) vertoefde heden in de ouderlijke woning te Moen, Vlaanderen. Zijn pa kwam om in een Waals mijnongeval, op de laatste dag dat er kolen uit de dieptes van ellende werden geschraapt. Zijn ma wisselde een tijd later krijsend het tijdelijke met het eeuwige in een ouderwetse laughing academy ergens in de Vlaamse Ardennen. Eigenlijk verslikte ze zich in een Driekoningenboon die in een taart zat verstopt.
(Tot de week vlak voor het mijnongeval hield deze enige zoon op regelmatige basis zijn beide verwekkers in de gaten, teneinde de voortschrijdende rimpeling van de ouderlijke huid nauwgezet bij te houden. Op de plaatsen waar zich deze verouderingen het eerst, het snelst en het ergst voordeden (bij de beide ouders dus), smeerde hij zichzelf meermaals per dag zorgvuldig in. Hielp dit? Dat kon alleen op onbewaakte ogenblikken door eventueel nageslacht of door het eigen voorgeslacht worden geconstateerd. Het was dus uitkijken geblazen naar complimentjes dienaangaande. Was dat smeermiddel doeltreffend? Of betrof het een zoveelste geval van ‘placebo’? Eigen familie was ook verdacht – je mocht die nooit geloven, want als ze het over jou hadden, waren ze eigenlijk over zichzelf bezig, in de mooiste bewoordingen. Soms durfde zelfs het woord ‘genen’ te vallen. Welke familie, overigens, vond van zichzelf niet dat zij ‘the chosen one’ was? Toen deed zich onverwacht de oplossing voor: de beide ouders stierven.)
Het grote voorbeeld van Sjors DNO was Winston Churchill, de man die reeds voor het ontbijt een borrel dronk en, gevraagd naar de lengte van zijn aardse jaren, antwoordde: ‘No sport’.
Sjors DNO was een verkeersslachtoffer en daardoor reeds jaren werkloos. Hij werd namelijk als bediende ontslagen in een grote Brusselse fabriek waar Duitse auto’s werden geassembleerd. Nog even kon hij aan de slag in het gemeentehuis van hoofdgemeente Zwevegem, maar door politieke verschuivingen kwam ook daar een einde aan. Daarna wijdde Sjors zich aan zijn collectie Churchilliana, in het stille ouderlijke huis dat nu geheel van hem was. Een maandelijkse dotatie vanwege de staat belette hem in een kartonnen doos te gaan leven. Soms dronk hij zich lam in café De Ster in Zwevegem, op een boogschot van Moen, bij ontstentenis van vrouw in zijn leven.
Ter zake. Men neme een aantal stille bij wijlen kronkelende secundaire wegen in het opperste zuiden van westelijk Vlaanderen om tot de biotoop Moen (inhabitants: 2 749) te komen. Moen bevindt zich langsheen het kanaal Bossuit-Kortrijk, dat de Schelde met de Leie verbindt. Een waarschuwing bij voorbaat: oudere mensen uit de streek zullen u vergasten op de West-Vlaamse anderhalfliner ‘Moen, waar dat d’ oude meet’n broên’. Vrij vertaald: ‘Moen, waar de oude oma’s leven (broeden)’. Dat slaat natuurlijk nergens op, zo’n rijmdwanggeval. Het is om te lachen. Gedenk daarenboven ook even de duivel Moen uit Mariken van Nieumeghen. Maar wie kent die nog. En dat is niet om te lachen.
Sjors DNO, van de regen in de drop. Van Oltenië, Walachije naar Moen, Vlaanderen met name.
In de schaduw van de kerk (als het al eens niet regende) stond een smakelijke hoektand. Hij bewaakte een plein met parkeermogelijkheid en een basisschool. Die hoektand heette Bij Gerarda en je kon er de lekkerste mosselen van West-Europa eten, min of meer à volonté. Die waren zo lekker dat er heuse wachtlijsten bestonden van gegadigden die de Moense mosselen wilden proeven. Bij al dat vreemd gastronomisch volk voelde menig Moenenaar zich somtijds achteruitgestoken. Is mijn geld dan minder waard misschien? Van dat. De rangschikking op die lijsten zette wel eens kwaad bloed. Notabelen, weet je wel. Of van die onnozel kwekkende BV’s, Beroerde Vlamingen die kwamen schnabbelen in de streek. Ook Sjors DNO had goesting in Moense mosselen. Zijn frustratie hieromtrent groeide elk jaar, niet alleen in de maanden met een r, want het woord maand, zo verkondigde hij af en toe in De Ster, had verdomme geen r.

Moen lag verre van de zee. Pakweg zeventig kilometer, met de nodige verkeerstrammelant onderweg. Toch waren zijn mosselen gegeerd. In Bij Gerarda betrof het grootste keukengeheim de herkomst van die zeevruchten. Langs Vlaamse wegen trof je immers honderden mosselhonken, met wisselend succes qua verhoudingen smaak/prijs/cholesterol. Hoe slaagde godgenageld een Moense herberg in deze hemelse roeping? Diverse horecaspionnen bleven in het duister tasten. Zeevruchtendetectives stootten op een omertà. Geldleveringen aan banken en warenhuizen hadden verdorie minder mysteries.

Bestond er een verband tussen Sjors DNO en deze lekkernij te Moen geserveerd? Ja en nee.
Ja: Sjors at graag mosselen, die rijkeluilekkernij die vroeger armemensenvoer was.
Nee: Sjors had nog nooit Bij Gerarda van de binnenkant gezien.
Tijd dus dat Sjors uit zijn schulp kwam.

Het begon met een gedicht. Sjors DNO had een mosselgebed geschreven.


GEBED BIJ HET ETEN VAN MOSSELEN

O mossel,
gij die geen vlees zijt,
en eigenlijk geen vis,
gij die alleen bestaat
uit weekheid en pis,
gij die in uw schulp kruipt
en nooit eerste hulp krijgt
terwijl het frietvet druipt:
in uw geest willen wij leven.
Als gij te vreten zijt,
dan zijn wij tevreden.
Al hebben we dan een lookprobleem.
Ons gehemelte is uw zevende hemel,
uw hel en uw eeuwig jachtveld.
Uw dagen zijn geteld.
De onze ook.
Gelukkig zijn er nog de nachten.
Die kunnen ook tellen.
O mossel,
ons koninkrijk voor uw zoute gedachten!
Amen (samen).

© Joris Denoo


inhoudsopgave nr. 97


abonneren

Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.

Nummer nabestellen? klik hier.

boekenlinks

Proxis
boekenbank
DBNL

Over De Brakke Hond

De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.


nieuwsbrief

Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in:


AanmeldenAfmelden


Powered by YourMailinglistProvider.com