Vlaams Fonds

Home > 96 > Eva Cox

Eva Cox

Dat laat zich forceren een marsepeinen patatje (verhaal)

En op een dag stopt ge met lopen.
Ge denkt: ik heb genoeg gelopen.
Ik stop, ik stop hier.
En ge kijkt rond.
Wat ziet ge.
De wereld.
Rond u.
De wereld.
Rond als een bolleke ivoor, een glazen oog.
En ge gaat zitten.
Het maakt niet uit waar ge gaat zitten.
Ge hadt gewild dat ge dat eerder hadt gesnapt.
Dat het niet gaf waar ge gingt zitten.
Hier, ginder, gisteren, op een paard of op uw schoot.
Op uw schoot.
Geeft het dat ik mij op uw schoot zet?
Ik ben niet zwaar.
Ik weeg licht als een frietvork, een tulp, een stuk stro.
En gij.
Gij strijkt uw broekspijpen glad, laat mij zitten.
Laat mij zitten.
.
Ik had eens een buik als een bolleke, een bolleke wol. Mijn buik werd groot tot mijn navel eruit kroop, een glazen oog. En niemand liet mij zitten. Ik moest lopen en lopen en staan, ik kon nooit eens gaan zitten. Soms waren mijn voeten zo moe dat ik aan de buizen moest hangen met allebei mijn handen. Dan konden mijn voeten kalmeren, die waaiden dan droog in de wind. Maar lang hangen ging wel niet. Niet met een buik als een blokske beton. Ziet ge mij hangen? Een vlag was ik. Een vlag met twee benen.
.
Nu gij mij zitten laat, nu ik zitten mag op alle twee uw benen, vindt gij mij zwaar? Vindt gij dat ik te zwaar word om te dragen? Of zet gij soms, soms, een gasfles op uw knieën wanneer gij ’s avonds eenzaam in uw keuken zit. Doet dat deugd? Doet het deugd dit gewicht op uw knieën? Als ge mij eten geeft dan word ik nog zwaarder, dan voelt ge nog beter hoe ik breed op uw benen zak. Of zal ik een gaston op mijn schoot nemen. Dat kon ook. Dan moest ge niet koken. Dan moet ge niet koken.
.
Toen mijn buik rond als een tonneke was, rond als een druif, toen kreeg ik geen eten. Die heeft meer dan genoeg gegeten, riepen ze, en ze wezen mij na, mijne buik, het glazen oog van mijn navel. Raar dat ik mij toch nog zo leeg kon voelen, een lege varkensblaas. Gelijk een varken moest ik eten zoeken, gelijk een geit. Een geit eet alles. Vuil papier. Groen brood. Schoenen. Schoenen.
.
Als ge lang genoeg wandelt dan veranderen uw voeten in schoenen. Ge weet nooit precies wanneer dat gebeurt, ergens, ergens onderweg smelten uw hakken af, breken uw veters, vliegen lapkes leer van uw wreef gelijk een dood slangenvel. Gij hebt niks door, ge wandelt, wandelt, ge ziet uw voeten niet, uw buik een balkonneke, een zware varkensblaas, de kiezels spannen tussen uw tenen maar ge zijt te moe om dat te voelen, tot iemand roept dat uw sokken stinken en ge in het vensterglas ziet: uw schoenen zijn vertrokken. Of gebleven. Het is maar hoe ge het bekijkt, zal ik maar zeggen. Zal ik dat zeggen? Of hadt ge liever dat ik zweeg? Hebt ge liever dat ik zwijg? Kunt ge niet goed tegen lawaai of trekt ge als het stil is zelf een ketting langs de tralies van uw klein balkon? Hoort ge dat graag? Zit ge daar graag? Steekt ge uw voeten tussen de tralies door naar beneden? Tot ge een vlag zijt? Een vlag met twee benen.
.
Ik weet het ik praat veel, maar ik heb geen radio dus waarom moet ik zwijgen.
.
Onweerstaanbaren drang, wat verstaan ze daaronder. Dat ge het in uw broek doet, in uw bottinen. Dat ge de rem niet vindt, dat ge altijd maar babbelt en babbelt, een ander zijn gedacht niet gunt, dat wanneer ge iemand vastpakt ge niet meer los kunt laten, dat uw handen in uw polsen plakken gelijk de kaken van een pitbull in zijn wangen. Toen ik eens geen zakken had deed ik soms centen in mijn wangen. En één keer in mijn verhemelte. Maar dat plakte zo. Dat plakte gelijk een hostie en dat liet niet los. Nee, een verhemelte is geen spaarpot. In mijn wangen passen ook bijvoorbeeld marsepeinen patatjes. En ook als dat niet past dan kunt ge zo’n patatje forceren. Dat laat zich forceren zo’n marsepeinen patatje. Een beetje gelijk ik. Ik ben ook van modder als het moet. En gij? Kunt gij plooien of hangt gij het marmer uit? Ik ken veel volk dat hangt het marmer uit. Nooit lachen, niet wenen, nooit gooien, niet plooien. Maar hoe danst ge dan, heb ik gevraagd. Maar zij dansen niet. Dansen is voor slappe stengels! En ze vallen op de grond met de klank van een marmeren keukenkast.
.
Wanneer ik dans, wanneer ik door de kamer draai als een cent op zijn zijkant, dan had ik gewild dat gij een laken om mij heen deedt, dat ik in uw laken verdween als een reep in zijn wikkel. Wikkel mij. Wikkel mij in eender waarin gij mij wikkelen wilt. Een laken, wat draden, uw adem. Wanneer gij uw ademdraad om mij heen spant als een spin de hare rond een paardenvlieg, dan voel ik mij geborgen. Gij gaat voor mij zorgen. Dat voel ik. Dat voelt ge.
.
Wanneer ge goed gewikkeld ligt dan haast het bloed in uw vlees zich langzaam. En toch blijft ge warm. Warm als een voetkussen naast de kachel. Zo zacht warm, ja. Ik had eens een pop en die had het koud. Zo heel koud als een lege soeplepel. Ik heb haar op de grond gelegd en in gazettenpapier gedraaid en gewreven, gewreven. Maar haar bloed zat vast als de tanden van een pitbull. En mijn tanden ook. Mijn tanden plakten vast rond mijn tong, ik kreeg niks gezegd. Kunt ge dat geloven? Kunt gij niet geloven dat ik niks kreeg gezegd? En toch. En toch.
.
Ze hebben mij naar de dokter gebracht, die heeft mijn tong losgeschroefd, met zo’n draaitang. Kent ge dat, een draaitang? Dat heeft een krul gelijk de staart van een kurkentrekker. Toen ik uit het ziekenhuis kwam was mijn pop weg. Gestolen. Overal heb ik gezocht. Op de grond. In het krantenpapier. Al dat krantenpapier. Overal. Ge loopt langs de straten en overal, overal vindt ge krantenpapier. En ge zoekt, tussen de letters, ge zoekt, zoekt, maar ge vindt haar niet, waar is ze gebleven. Ooit dacht ik dat ik haar gevonden had, het was precies haar, maar groter, ze had kleren aan. Ik heb gebeld, naar de winkel waar ze haar verkochten, maar ze zeiden dat ze haar niet kenden, dat ze haar daar niet kenden. Ge weet het niet. De mensen zijn rare beesten.
.
Wat ik niet wil is dat ge mij een ketting koopt, een ketting met een medaillon. Dat komt, ik had een stukske haar, een stukske haar van haar in een medaillon aan een ketting, maar die ketting werd zwaarder en zwaarder en ze trokken daaraan, ze trokken mij tot tegen de muur en nog aan de buizen omhoog. Nee, een ketting kan ik nooit meer verdragen, dan krijg ik bulten en strepen. Maar als ge wilt dan moogt ge een ketting tekenen. Tekenen dat geeft niet, daar kan ik tegen. Dat ge uw ketting om mijn hals tekent met een zilverstift. Ik voel hoe koud ge een slotje onder mijn nekhaar legt.
.
En gij?
.
Wat hebt gij altijd al gewild?
Dat ik hier zit?
Als ge wilt blijf ik zitten.
Het is hier warm en droog en mijn hals past precies in uw ketting.
Zet ge de radio aan?
Luister, ik zwijg.


© Eva Cox

inhoudsopgave nr. 96


abonneren

Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.

Nummer nabestellen? klik hier.

boekenlinks

Proxis
boekenbank
DBNL

Over De Brakke Hond

De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.


nieuwsbrief

Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in:


AanmeldenAfmelden


Powered by YourMailinglistProvider.com