


|  |
Han van der Vegt
Waterbasis
Zij waren echter niet van plan de grond van hun vaderen op te geven, enkel vanwege een overstroming.
Dus zetten zij hun samenleving voort onder water. Met het vervallen van hun woningen leerden ze leven zonder bescherming. Met het wegvallen van contact met de bovenwereld leerden ze leven zonder wet. Hun huid werd een vlokkerige, zich snel vernieuwende laag. Spoedig zouden ze tussen hun ribben wel kieuwen ontwikkelen, die de holle ademstokken overbodig zouden maken.
Al in de eerste maanden bleek de eigenheid van persoonlijke relaties moeilijk te handhaven. De zachte klei van hun erflanden wolkte op van hun wroeten naar voedsel en resten van hun beschaving, zodat naast hun gehoor ook hun zicht vertroebelde. Bovendien had het geheugen van hun tastzin nog geen verfijning bereikt. Bij elke toevallige ontmoeting bevoelden de burgers elkaar uitvoerig om meestal te moeten constateren dat ze elkaar niet kenden of zich daar in elk geval niets van herinnerden.
Andere communicatiemiddelen werkten beter. Oorspronkelijke op basis van eenduidige omzettingsregels maakten ze met handen en voeten golfjes in het water die verschilden in amplitude en frequentie. Al snel ontwikkelden deze zich tot een taal met eigen dynamiek, een geheel eigen logica die de subtiliteit en zeggingskracht van hun oorspronkelijke dialect verre te boven ging. Het proces waarmee betekenis veranderde naarmate de afstand groter werd een natuurlijk onderdeel van elke mededeling. Het was niet langer belangrijk wie welke boodschap initieerde. Ieder kon aan alle langsstromende tekens het zijne toevoegen door ze te versterken of te verzwakken, te variëren. Zo rolde een nooit verstommend koor van stemmen langs alle richtingen over hun dreven, dat voor iedereen een andere betekenis had en hen allen verenigd hield.
|