


|  |
Ruth Lasters
Scheur
Alsof de lucht audities houdt voor
de ultieme meeuw, alle tragere, grauwere zal laten
neerstorten elk ogenblik, daar rekenen we ergens
op één onwijs gave appel die plots
voor ons ligt met klem, met ‘ik-word-terstond-
rot-tenzij-je-schreeuwt-dat je-totnogtoe-alleen-
appels-bij-benadering-
at. En haast opgelucht dan zie je daar een fitte bal, ginds
aan een lijn een laken met een scheur, waar je toch dood-
gewoon doorheen stapt naar een tuin waar al het linnen nog
intact, maar in de mand daar in de plaats van was: alle zomaar-
appels waar je jarenlang over
gevreten had en hoe reusachtig uitgesloten dan
de terugkeer
|