


|  |
Philip Hoorne
Er heerst een zodiakale malaise sinds een eenzame Pakistaan zich bekeerde tot het teken van de paalzitter. Deze kale, licht ontvlambare, aan de flipperkast verslaafde meubelmaker uit Peshawar die wel een pisang lust, kreeg het na een tijdje danig lastig zo zonder samenhorigheidsgevoel, en kon moeilijk inschatten of hij niet beter had geopteerd voor knoppenangst, schaalaanduiding, andijviestamppot of banditisme.
Vooral dit laatste sprak hem aan. De pakkans is in een straal van twee bananenrepublieken rond Maleisië namelijk bijzonder klein, bijna net zo klein als in het vlasland aan de Leie. Op het punt zijn malicieuze plannen in werkelijkheid om te zetten maakte onze niet alleen licht ontvlambare, kale, aan de flipperkast verslaafde meubelmaker, maar tevens vaasvormige ex-zaalwachter uit de bovenkaste, kennis met een thuisloze, op patat en bal gehakt verzotte aboriginale wees, die er perfect in slaagde zich onverstaanbaar te maken dankzij het overmatig hanteren van achterbuurttaal en knalbonbons.
Zo kreeg onze paalzitter uit Peshawar de kleinst mogelijke achterban en samen werden ze onafscheidelijke danspartners in de onherbergzame openluchtbalzaal van hun niet onaangename waardeloosheid.
|