Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Philip Hoorne


De eerste minister van een republiek zo groot als het marktplein van Liechtenstein kon het besturen niet meer aan. Zijn onderdanen morden over het inkomensbeleid, nieuwe accijnzen en de reinigingsdiensten. Vooral een gewezen galeiboef, die zich had omgeschoold tot een fijnbesnaarde pasteibakker, zorgde voor nogal wat heibel door zijn rijtuig opzettelijk zonder parkeerschijf achter te laten in de betere nieuwbouwwijken. De premier vond dat het zo niet verder kon en slaagde erin het partijcongres te overtuigen een veiligheidsdienst op te richten bestaande uit de plaatselijke ijscoman, die wegens het vermaledijde weer zijn bijberoep - want eigenlijk was hij kijkcijferanalist - niet kon uitoefenen, en een blijmoedige doch overijverige kleinkunstenaar, die dan wel sant in eigen land mocht zijn, maar er niet in slaagde in het buitenland door te breken wat hem heel wat nijd, overtollige tijd en onbestaande platenverkoopcijfers opleverde. Edoch, de vileine galeiboef bewees alras geen zacht eitje te zijn en dreigde de veiligheidsmietjes af totdat die hun ontslag eisten. Dit is qua misdaadbestrijding dweilen met de kraan open, zuchtte de eerste minister, en hij wierp zich onder een trein.

Moraal van het verhaal: ook in kleine republieken, zo klein als pakweg het marktplein van Liechtenstein, zijn de kleine problemen niet altijd zo klein als ze lijken.