


|  |
Chris Honingh
De dood is net als regen, hij komt
vrijwel altijd ongelegen. Gisteren
nog liepen we samen op, van stilte
vergezeld, de paraplu boven onze
hoofden. Je hoorde niets, de gracht
lag nog te slapen, maar ook omdat
we zwegen. Tamelijk onverwacht
bleef hij staan, wees met zijn vilten
hoed naar het huis waar ik met mijn
moeder vroeger woonde. Prompt
kwam alles boven drijven van wat
ik dacht te zijn vergeten. Hoe wist
hij dit, kon hij werkelijk de donzen
deken van mijn herinnering lichten?
Daar stond ik dan, druipend natte
haren uit mijn ogen vegend. Hij had
het regenscherm weggestoken, want
de zon klom almaar hoger en hoger.
|