Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Chris Honingh


Je had je haren geverfd, het grijs
voorgoed verbannen. Dat dacht je
tenminste, want van dichtbij zag ik
het schemeren, onder genadeloos
lamplicht. Ik keek op je neer, terwijl
je las in de krant van gisteren, in de

woorden van toen. Je keek boos,
maar je was het niet, kon niet vinden
wat je zocht, misschien het bewijs
van je eeuwige jeugd. Je lachte me
toe en je zei vlug, heel hoog en ijl:
‘ik word nooit oud.’ In mijn schrik

werd ik benauwd en zocht mijn heil
bij de stoa van simpele gedachten.
Het antwoord was tegelijk virtuoos
en mager, ontweek daarom je blik
om je te sparen en daarin het zachte,
want het leven is een nutteloze reis.