


|  |
Chris Honingh
Even later hing wasgoed aan de lijn
te drogen. Lakens sloegen af en toe
om mijn hoofd, grote witte handen
die geurden naar zeep. Ergens werd
een raam opengeschoven, een hond
blafte beleefd ingehouden, spinrag
plakte in mijn haren. Ik bleef alert
ademhalen, kroop snel tevoorschijn
en verliet de tuin die in de zon lag
te baden. Op de uitweg liep een koe
los van de kudde langs de randen
van het weiland. Ik zag de grond
en het water en ook de verbanden
ertussen. Het was helder, de dag
begon net en het voelde alsof mijn
leven nieuw was. Met open mond
keek ik in het rond, wist niet hoe
het kwam dat ik alles zo scherp zag
|