


|  |
Lucas Hirsch
Brief aan Beatrice
Beatrice, ik las net dat je 22 was. Ik ben nu 31 en niet veel wijzer. Je zou nu 85 zijn, een mooie leeftijd en vader niet in lichterlaaie. Mijn oom, die je nooit hebt leren kennen, verwees me naar je bestaan, vandaar dit schrijven lieve Beatrice. We zijn een zoektocht begonnen.
We stuitten daarbij op een woord dat rond mijn hoofd blijft zingen, me bejaagt als ik met mijn ogen dicht bedenk hoe die bewuste dag eruit heeft moeten zien. We lezen de papieren. Dat is tot wat je bent verworden. Een aantal data. Een naam, en een woord dat bijt; Perished. Transport 32 from Drancy to Auschwitz on 14/09/1942. Wat betekent dit voor jou? Ben je verrast door deze beknopte omschrijving die je korte leven weergeeft? Of ben je wel blij dat er niet zo veel woorden zijn vuilgemaakt aan de moord die op je is gepleegd. Voor mij is het een nette manier om te zeggen dat je dood bent en ik het onmogelijk acht je te verplaatsen.
Beatrice, ik hoop dat je het niet erg vindt, aber ich brauche Antworte om mijn vader’s onrust te sussen. Ik had ze je liever persoonlijk gesteld. Wat voor weer was het die september dag? We hebben hier al jaren een warme nazomer, je zou van een Indian Summer kunnen spreken, ben je ooit in de VS geweest? Ik kan me voorstellen dat het je toen niet uitmaakte waar je was, behalve dat je in Polen wenste te zijn. Mijn vader is net terug uit Berlijn, hij heeft er je ouderlijk huis bezocht en deed er, naar mijn idee de volgende overpeinzing;
Oorlogsas een kleine emotie als het om een hele stad gaat. Als het om je vader gaat die ondanks zijn angsten afreisde om zijn wereld te verkleinen, het is een ronde zoals men weet. We zullen elkaar spoedig treffen. Er hingen propagandaposters van fascisten in de stad. Mijn vader spande zijn lichaam alsof hij herbeleefde wat er toen, hij is van vijftig en zit gevangen in zijn vader. Hij voedt zich met een zich eigen gemaakt manifest, het openbaart zich als een dolle hond. Laten we het een generatieverschil noemen stelt vader. Ik noem het verkeerde trek, het schuim staat immers op de kaken. Eenmaal thuis wordt de vertaalslag gemaakt, althans, dat was de afspraak terwijl vader zichzelf dreigt te worden in een ander lichaam, is het de leeftijd van een gestorven familielid die hem aan blijft trekken. In het nieuw te bouwen huis wenst vader een raam in de badkamer, je weet maar nooit of er ergens gas, hulp is op z’n plaats, alleen vindt vader geen vluchtweg. Had jij kunnen vluchten? Of wist je niet wat je te wachten stond, deed je wat er van je werd geëist?
Ik heb de mogelijkheid je te overdenken, je tot mens te doen herleven. Ik had je graag tegen mijn vader horen zeggen: “Het is goed zo”, en liet hem huilen tot hij sliep. De volgende ochtend zou het herfst zijn en lang warm tot in de avond.
|