Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Lucas Hirsch

Brief aan Paula

Vanwege het portret dat boven de bank hangt bij mijn tante ben ik bekend met uw gezicht. Hoe lang hebt u stil gezeten? Had u wel zin? Ik zou er geen tijd voor kunnen vinden.

Ondertussen mogen in Duitsland jongetjes weer Adolf heten. Mijn zus heet Eva. Een naam is blijkbaar aan slijtage onderhevig. Tijden veranderen. Ik voel me een achterblijver bij de mensen van deze eeuw. Vandaar dit schrijven aan u. Hoe was de maatschappelijke orde van uw tijd ingedeeld? In een goede en slecht zoals de onze? Ik las dat u 54 was en moeder, ik ben 31 en wees van u, verward, zoals bij Beatrice; Auschwitz, Date of Death 1944.

Uw blik op het portret stuurs, nurks, wellicht vooruitziend. Wist u wat er komen zou of had het die dag misschien geregend? Uw haar was in de war gewaaid en uw rokken klam geregend. Wat zat er in de lucht die dag? Wat in u dat ik terug kan zien op het canvasdoek? Was de Endlösung als een boze vogel uit een bui komen vallen? Was het uitgesproken door oude mannen op hoeken van straten? Ik had het ook nooit geloofd als ik het nu zou horen. U waarschijnlijk ook niet toen uw werd geschilderd. Was u blank in uw gedachten die dag?

Waren we nu bij elkaar geweest, dan zouden we de wereld herbenoemen. Alles op kleur indelen, jongensnamen afwegen, misschien zelfs oplossen in elkaar. “Je bent zelf een portret”, had je waarschijnlijk tegen me gezegd, of een Schießbube Figur zoals mijn opa. Het zit in het bloed denk ik, het Duitse in de tronies. Het maakt mijn vader springerig. Iedere keer als hij naar u kijkt dan regent het in zijn hoofd. Eerst begreep ik het niet, nu wel. Het ligt aan het weer. Als er neerslag wordt voorspeld, wordt vader onrustig, dan wenst hij te schuilen voor het mannetje en de grote vogel uit de zwarte hemel. Hij kan altijd bij me schuilen. Wel zou hij moeten uitvinden waar de regen vandaan komt en waarom het valt. Uw portret hebben we verhangen. Het heeft een plek gekregen.