


|  |
Koenraad Goudeseune
Brief uit Madurodam
postsorteercentrum, dat immense gebouw, staan dinky-toys. In pornoprenten zijn de mannen stuk voor stuk klein doch sympathiek geschapen. Aan het zwerk valt van de beren nog net de Grote waar te nemen. In allerhande kerkjes, kathedraaltjes en basiliekjes wordt God in miniaturen als een microscoop voorgesteld waaronder mensen om genade piepen. ’s Zondags gaat de Madurodammer met familie en vrienden op een speldenpunt uitgebreid zitten picknicken. Minigolf is raar genoeg maar godzijdank bij wet verboden. Met Pasen vindt het kind tussen bonsaistruiken duiveneitjes. Alexander de Grote zit op een pony fier te wezen. In plaats van muggen wordt men hier ’s nachts geplaagd door monniksgieren. Bij eb komt er van het strand welgeteld één zandkorrel vrij. Maar ik wou je nog dit over de liefde zeggen. Ook hier schrijft men gedichten. Aan grote gevoelens geen gebrek en de stadsdichter is, zoals elders, een omhooggevallen dwerg.
|