


|  |
Koenraad Goudeseune
Brief uit Spanje
Van het midden van de zomer en van planten die zich met weinig water in de gangen voeden, heb ik geen last. Vreemdelingen aan de balie spreken vloeiend Vlaams en de lobby is fanatiek in de was gezet. In de nabijgelegen stad is alleen het water veilig en schaars. Men heeft het over bosbranden en over stieren en ‘s avonds keert er steevast een flamengobandje huiswaarts zonder fooi. Mijn kamer geeft uit op een steegje en dat steegje op een parking voor touringcars. Gisteren vond ik er het wegstervend deuntje van een ijskreemkar in mijn eentje uit. Iemand vroeg me erg beleefd of ik hier voor de nieuwe gevangenis ben. Al het hotelpapier in één klap aan het huilen, kun je rekenen.
|