


|  |
Peter Ghyssaert
Promenade
Loop even uit je dood weg, naar me toe, dat is een kleine wandeling; niemand zal je tegenhouden. De weg kronkelt en is vriendelijk, in het bos groeien eiken en beuken en ook ziekelijk dunne berken, maar ze zijn allemaal van ijs, en door hun kruinen zie je schemerende nesten die ook van ijs zijn, en een koude vogelzang daalt neer op de stilstaande rivier -steek je spaan maar in het water, zorgvuldig varen cirkels wijder wordend weg van de gedachte die jij zonet gedacht hebt: een bron, een monding en geen verloop.
Maar dat alles hoef jij niet te zien, niet te beschrijven, laat staan lief te hebben. Draag het woord waaronder je adem schuilt en struikelt, ik neem het van je over, straks, ergens langs de weg met zijn seniele goud, zijn glanzende heesters die voor altijd uit hun nacht zijn teruggekeerd. En wees niet bang. En haast je niet. Loop even naar me toe.
|