Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Alain Delmotte

Wat volgt na het gedicht

1.
Je ordent je papieren, verscheurt het kladwerk van wat is geweest, nu zeker nooit meer zal zijn en nooit meer zeker zal zijn:

op één gedicht na

dat noch reden noch grond van bestaan meer geeft - terwijl het er toch wel redelijkerwijs staat en zich goed wil voelen in zijn vorm, zijn vel van woorden.

Onpeilbaar in zijn mensentaal moet het voldoen, moet het volstaan.

2.
Je opent het raam en je hoopt en je hoort dat

… ergens een vliegtuig opstijgt, zelfzeker van zijn beste bestemming, trefzeker en doeltreffend in zijn mechaniek van menselijk bedenksel, dat het gedicht dat daarnet geschreven werd en dat geschreven moest worden, dat het gedicht dat zal volgen op het gedicht van daarnet, verzwakt en verstomt en verstikt en al zijn ongeschreven werkelijkheid in het onmondige verliest…

3.
Wat volgt na het gedicht? Een blijvende, beklemmende onwaarschijnlijkheid? Het ongehoorde, al het nodige om een gedicht te blijven schrijven? En het lukt niet tot zolang je het niet schrijft.