Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Johan de Boose

Poëticale bibliografie

i.
De tekst bevat echo’s van Anna Achmatova, Czeslaw Milosz en Danièle Sallenave. Hij is ontstaan tijdens reizen door Estland, Letland, Polen, Oekraïne, Rusland en Armenië.

ii.
Ieder woord is een bundel; de betekenis ervan verwijst naar verschillende kanten en is niet gericht op één officieel punt. Als we het woord ‘zon’ uitspreken, maken we als het ware een enorme reis, waar we zo aan gewend zijn dat we ons slapende voortbewegen. Het verschil tussen poëzie en automatisch taalgebruik ligt hierin dat de poëzie ons midden in het woord wakker schudt. Dan blijkt het woord veel langer te zijn dan we dachten en we herinneren ons dat spreken altijd betekent: onderweg zijn. Poëzie is de ploeg die de tijd zo omwoelt dat de diepe lagen, de zwarte aarde van de tijd boven komt te liggen. Osip Mandelstam

iii.
Soms slaagt de dichter erin met behulp van één woord, van één rijm, daar te komen waar nog nooit iemand geweest is, en verder wellicht dan hij zelf zou willen. De dichter schrijft zijn gedicht allereerst omdat dichten een geweldige versneller van het bewustzijn, het denken, de wereldbeschouwing is. Wie deze versnelling eenmaal heeft meegemaakt, moet en zal deze ervaring herhalen, hij raakt afhankelijk van dit proces, zoals hij afhankelijk raakt van verdovende middelen of alcohol. Wie zich in een dergelijke afhankelijkheid van de taal bevindt heet, denk ik, dichter. Joseph Brodsky