


|  |
Edwin Fagel
Het avondgebed van meneer Matignon
Meneer Matignon steekt zijn paraplu op,
zoekt zijn sigaretten, vindt zijn zakdoek.
De dagen gaan voorbij als in een halfslaap, een leeg
kruispunt met stoplichten die op oranje gaan en rood.
Niemand wast mij de ogen, trimt mij de snor, laat mij
maar bij alles horen als de ene motorrijder bij de andere:
een ongeziene grijns van welbehagen, een vinger
triomfantelijk omhoog. Maar uiteindelijk
te weinig interesse om af te stappen,
elkaar de hand te schudden.
Meneer Matignon komt tegen een stilstaande auto
op adem. Meisjes op de fiets nemen zingend afscheid,
hij zoekt zijn sigaretten.
|