| |
Verberg de Sahara voor de zon. Ik heb de zon zien vallen. De duizenden
studenten, hoogleraren, wetenschappers, technici, biologen, klimatologen,
elektriciens en andere medewerkers aan het project stonden verspreid
over de woestijn. Zo ver als het oog reikte stonden ze op schraagvormige
ladders en op de hellingen van de zandduinen. Ze wachtten op het signaal,
een elektrisch versterkte uitvoering van Richard Strauss’ ‘Also
Sprach Zarathustra’ voor één hoorn. Toen schakelden
ze als één man de duizenden elektrische lieren in, die
boven hun hoofden waren bevestigd aan tientallen meters hoge palen.
De lieren trokken aan duizenden touwen van polypropyleen, zodat beweging
kwam in de opgerolde doeken, die tussen de palen hingen. Dit doek, hoewel
geweven van draden van polypropyleen, zag er door zijn merkwaardige
kleur uit als het authentieke materiaal waarvan de nomaden al sinds
mensenheugenis hun bedoeïenententen optrekken onder de meedogenloze
zon. Het vertoonde dezelfde naden, liet het licht op dezelfde manier
door en had dezelfde kleur, die afwisselend en afhankelijk van het licht
grauwbruin of donkerblauw tot zwart kon zijn. Men had de geweven doeken
opgerold alsof het tapijten waren, en bevestigd op de toppen van de
ijzeren tentpalen, diep verankerd in de losse bodem.
De afstand van de ene naar de andere paal bedroeg ongeveer vijftig meter,
ongeacht in welke richting je keek. De woestijn was tot aan de horizon
bedekt met deze symmetrische rijen palen, als een vergeten frame van
gewapend beton, vergeten in de tijd.
De tentstokken volgden de contouren van de duinen. Ze staken altijd
een meter of drie, vier boven het zand uit. De vijftig meter lange rollen
stof waren evenwijdig aan de horizon tussen de palen opgehangen, en
werden allemaal tegelijk op dezelfde manier uitgerold. Aan de rollen
stof waren om de tien meter touwen bevestigd. Daaraan trokken de elektrische
lieren, zodat de stof zich afrolde.
Beneden, vlakbij het zand, kwamen de doeken bij elkaar op slechts enkele
meters hoogte, en werden ze aan elkaar geklonken met hun meterslange
zomen van klittenband.
Zo ontvouwde zich in slechts enkele minuten een nieuwe, donkere woestijnvloer,
vanaf het zandduin waar ik stond, tot aan de horizon. Het doek van deze
reusachtige bedoeïenentent was even glooiend en steil als de duinen
er onder – als een volmaakte kopie van de zandcontouren die enkele
meters hoger was opgehangen.
Dit plotselinge rijzen van de woestijn, in de laatste uren voor zonsondergang,
gaf de illusie dat de zon een vrije val maakte. Het was een korte val,
maar hij was onmiskenbaar.
Vanaf de heuveltop, gelegen op 13ºOL – 27ºNB, keken
we naar de gezichtseinder, naar de laatste levenstekens van de ondergaande
zon. De zandduinen van de Sahara waren bedekt door de reusachtige creatie.
Hun grillige contouren waren volledig aan het oog ontrokken en rechtgetrokken
tot een geordende bedoeïenentent, met op gelijke afstanden van
elkaar de punten van de ondersteunende tentstokken. De kunstenaars stonden
wijdbeens naast me starend over het doek, waarover de nokken lange schaduwen
wierpen. Ze zwaaiden naar de duizenden medewerkers, die onder het doek
vandaan waren gekomen om de heuvel te beklimmen waarop wij stonden.
In die laatste minuten van schemering geloofde ik dat de zon werkelijk
een sprong omlaag had gemaakt, en dat ze op die manier een stukje van
onze kostbare tijd had overgeslagen.
Uit het productielogboek. Voor de Sahara Tent wordt gebruikt: 80.000 km polypropyleen touw, 3 miljoen vierkante mijl geweven polypropyleen doek, 135.000 ijzeren tentstokken, 28.000 lieren, 70 heimachines, 4 miljoen ijzeren ringen voor de bevestiging van het touw, 16 opleggers en trucks, 30 helikopters voor onbegaanbaar terrein, 900.000 betonnen verankeringen voor de buitenkant van de tent. De werkzaamheden zijn ingeleid door 16 jaar voorbereidende besprekingen met regeringen en lokale overheden, milieubewegingen en media, en voor de uitvoering zijn 100.000 manuren nodig. Opbouwen en afbreken duurt 3 maanden, tot en met de oplevering van dit Sahara-gebied zonder een spoor na te laten.
Onder een andere hemel. De dagen die volgden, brachten we door in de
reusachtige bedoeïenentent. Aan de randen van het drie miljoen
vierkante mijl omspannende gebied, hemelsbreed gelegen tussen 10°WL
– 30°OL, en tussen 10,5°NB – 30°NB, waren de
media neergestreken. Konvooien van landrovers met trailers en vrachtwagens
met mobiele televisiestudio’s en satellietschotels op het dak
hadden de snelweg vanaf Tripoli verlaten en stonden in de berm op de
hoogvlakte, die uitzicht bood op het kunstwerk. Het had de titel ‘Sahara
Tent’ gekregen. In het digitale pamflet dat in de maanden voorafgaand
aan de installatie zijn weg over de wereld had gezocht, beschreven de
kunstenaars het doel van het object.
‘Al sinds de oudheid pakt de mensheid in. De mummies zijn maar
één voorbeeld van de vanzelfsprekendheid van het inpakken.
Het verpakte object is niet geïsoleerd tentoongesteld in musea,
want die schermen de kunst juist af van de publieke ruimte en snijden
daarmee de levensaders tussen kunst en werkelijkheid door. Het verpakte
object dient te bestaan in en uit werkelijke ruimte zelf, de wereld
waarin wij leven. Elk object vindt bescherming in de verpakking, in
dit geval verbergen we de Sahara voor de wellust van de zon. Voor ons,
de toeschouwende mens, is het verpakken de enige manier om met nieuwe
ogen te leren kijken. De Sahara is zo oud als wij zijn, en onthult ons
geen mysteriën meer. Zo’n droog gebied vinden mensen onbruikbaar,
en ergerlijk. Door het in te pakken, geven we de Sahara haar mysterie
terug en zullen wij opnieuw verlangen naar haar trieste en eeuwige schoonheid.
Verpakken is ook een eerbetoon, een blijk van zorg voor het object.’
Ik stond naast de trailer van de kunstenaars en staarde naar de golvende
zee van tentdoek. De stem van een Amerikaanse televisiepresentator waaide
in mijn richting. Hij stond met zijn rug naar de Sahara Tent en keek
met toegeknepen ogen in de lens van de camera op de schouder van een
cameraman, met de microfoon, de fetisj van zijn werkzame leven, in zijn
hand. Toen sprak hij: ‘Nu reeds is bekendgemaakt door Nasa dat
deze Christo And Jeanne-Claude – de Sahara Tent gedoopt –
naast de Chinese Muur het tweede object is dat vanuit de ruimte kan
worden waargenomen. Blijft u bij ons. Na deze berichten van onze sponsors
zijn we bij u terug met de eerste satellietopnamen, waarop wij exclusief
voor u de hand wisten te leggen.’
De uitzending geraakte in een pauze. De presentator, een gebruinde veertiger
met een verstrakte huid en een gepommadeerd kapsel dat glansde in de
zon boven een smetteloos blauw colbert en een stoffige spijkerbroek
– onzichtbaar voor de camera – liet zijn microfoon abrupt
zakken. Her en der roerden zich crewleden. Ze begonnen heen en weer
te lopen, aan de satellietschotel en het kapsel van de presentator te
sleutelen, en in die drukte bemerkte niemand de opstekende wind.
Ik hoorde boven de stemmen uit het knerpende geluid, dat het zand maakte
terwijl het langs de banden van de trailer streek. Mijn broekspijpen
begonnen te flapperen. Ik trok mijn hoed stevig op mijn hoofd en begon
af te dalen naar de Sahara Tent.
Twintig minuten later, onder aan de rotsen aan de voet van een voor
pers en publiek gebouwde stalen trap met een afdakje dat bescherming
bood tegen de zon, bereikte ik de rand van het doek. De wind kwam hier
niet. Het tentdoek hing op hooguit tweeënhalve meter hoogte boven
het zand. Zodra ik er onder stapte, bevond ik mij onder een andere hemel.
Hier telde het tijdstip van de dag niet meer. Het felle licht van de
zon, vrijwel recht boven ons, kwam gefilterd door. Ik zette mijn zonnebril
en mijn hoed af en voelde een verkoelende lucht langs mijn slapen strijken.
Het enorme doek van polypropyleen, met zijn donkere tint, was er in
deze vroege uren van de dag in geslaagd iets van de intense nachtelijke
koude der woestijn vast te houden.
Op dit tijdstip, elf uur in de ochtend, was de temperatuur in de woestijn
doorgaans al gestegen tot in de veertig graden. Hier moest het twintig
graden koeler zijn. Het licht varieerde, her en der verzwakt door schaduwen
van de zandruggen. Boven mij leek een regenbui te hangen, een dicht
kunstmatig wolkendek. Overal rees en daalde het doek, telkens weer omhoog
vanaf enkele meters boven het zand, en omlaag vanaf de kaarsrechte tentpalen.
Om het bekijken van het kunstwerk te vergemakkelijken, hadden de kunstenaars
de palen laten nummeren en voorzien van een routeaanduiding. De route
leidde verder de woestijn in, diep de tent in. Voor en achter mij liepen
diplomaten, militairen en televisiemensen. Sommigen deden niets anders
dan omhoog en om zich heen kijken, anderen stopten bij elke heuvel om
iets te zeggen in een microfoon en een camera.
Na een uur zandwaden bereikte ik een voor pauzering ingerichte locatie.
Hier werd men opgevangen door enige Toeareg, die ervoor hadden gezorgd
dat je wat water kon drinken, een lichte maaltijd kon gebruiken en rusten
op stoeltjes, en in een van de honderden eenpersoons tentjes wat langer
rusten. In deze mysterieuze, stille wereld, onttrokken aan het oog van
de hemel, leek de Sahara Tent zich te hebben voortgeplant, en zijn nakomelingen
te koesteren onder zijn geweldige vleugels.
In de avond werden grote vuren gestookt door de bedoeïenen, Christo
en Jeanne-Claudes eregasten in hun nieuwste schepping. De rook ontsnapte
door speciaal aangebrachte gaten in het doek hoog boven ons. Ze beroerden
met kamelenhuid gespannen trommels en begeleidden hun trage ritmen met
diepe en langgerekte keelklanken. Regelmatig keken ze omhoog, als verbaasde
nomaden die werden opgeschrikt door de eerste echo’s van hun stemmen.
Tranen in een zee van zand. Dagenlang zwierf ik nu al onder de Sahara Tent. Op de route waren meer pleisterplaatsen ingericht zoals de eerste, en met mij zwierven tientallen mensen door het terrein, getrokken door de vreemde schoonheid. Een onontkoombare schoonheid ook, want ik kon niet de enige zijn met blaren op de voeten en een gevoel van verlatenheid. Hier waren we afgeschermd van de tijd. Het doek dempte de felle stralen van de zon overdag, maar leek het schijnsel van de maan in de nachtelijke uren te versterken, zodat er een vreemde schemering heerste en de chronologie vervaagde.
Op een van die dagen (uit mijn notities maak ik op dat het een namiddag
was) zat ik op een stoeltje aan de rand van een pleisterplaats diep
onder de tent. Veel mensen waren hier niet meer – ik behoorde
tot de doorzetters die van geen ophouden wisten. Dit object had een
beperkte duur – zoals veel van hun werken uit de twintigste eeuw:
de verpakte Rijksdag in Berlijn en Pont Neuf in Parijs, Surrounded Islands
in Biscayne Bay, Valley Curtain in Colorado, Running Fence in Californië
en andere. Binnen twee weken zou de ontmanteling van de Sahara Tent
beginnen, maar ik wilde er niet aan denken. Misschien wilde ik hier
mijn door zon en maan voortgejaagde bestaan verdrinken in een zee van
vergetelheid, en terwijl ik gedachteloos voor me uitstaarde, voelde
ik een tikje op mijn hoofd. Ik dacht dat het een vlieg was, en ik maakte
een beweging met mijn hand boven me.
Op de rug van mijn hand viel een druppel. Ik staarde met toegeknepen
ogen omhoog. Enkele meters boven mij hing een fijne mist van condensdruppeltjes
aan de onderkant van het tentdoek.
Voetnoot van de historicus. Er zijn geen wetenschappelijke archieven gevonden waarin de plotselinge klimaatverandering in het gebied onder de Sahara Tent staat beschreven. De voorgaande en volgende gevonden notities zijn niet bevestigd door officiële bronnen. Klimaatwetenschappers volgen de theorie dat de geringe verdamping die van oudsher in de ochtenduren in de Sahara plaatsvindt, onder normale omstandigheden opstijgt met de snel opwarmende lucht, en wordt afgevoerd naar de equator. Christo And Jeanne-Claude’s doek van polypropyleen moet een onverwachte bijwerking hebben gehad: het hield bijna letterlijk alle condens tegen. In de luttele twee weken van het project werd zo veel waterdamp teruggegeven aan de bodem, dat reeds tienduizenden jaren sluimerende organismen hun kans konden grijpen en opbloeiden.
De tent van Eden. De twee weken waren verstreken, en nog altijd was
er niets te merken van de ontmanteling. Het tentdoek hing onbewogen
boven me. Ik volgde nu al dagen de weg terug, de bordjes aan de tentpalen
volgend, rustend op de ene na de andere pleisterplaats, en nog altijd
kwam ik geen mens tegen. Onder mijn voeten was het zand opengebroken,
om plaats te maken voor kleine scheuten van woestijnflora. Dorre, harde
struikjes met gevaarlijke naalden en kleine blaadjes. Aan sommige uitlopers
waren knoppen verschenen, van condens glimmende bloemen die wachtten
op de verwijdering van het tentdoek, zodat ze hun liefde aan de zon
opnieuw konden betuigen. De schaarse rotsen in dit gebied waren bedekt
met fijne mossen, die groen leken te fluoresceren in het verspreide
maanlicht. Aarzelend ontvouwde zich om mij heen een verlegen savanne,
waarin wat slangen, hagedissen en een enkele insect onwennig het gebladerte
deden ritselen.
Gesterkt door de groei van deze nieuwe, overdekte Tuin van Eden, wandelde
ik door de zachte mist van condens, die van het tentdoek naar beneden
druppelde, naar de plek waar mijn tocht begonnen was; een dolende Adam
op zoek naar zijn vergeten Eva.
Heerlijke nieuwe publieke ruimte. Ik zat op het uitklapbare trapje van mijn trailer en staarde naar het tentlandschap dat zich in aan de voet van het plateau uitstrekte. Binnen heerste een aangename koelte, maar ik kon het kunstwerk niet lang achterlaten en had me, zoals elke dag, bij het eerste ochtendlicht naar buiten begeven. Boven het polypropyleen stond de zon, onaangedaan, en trilde de lucht zoals dat hoorde bij temperaturen van veertig graden Celsius en hoger. Dwars door mijn schoenen en mijn katoenen broek brandde het gloeiend hete aluminium van de trailertrap. Maar langs mijn gezicht streek, zo ijl dat het nauwelijks waarneembaar was, een koele, vochtige lucht. Het leek een kwestie van tijd voor deze wind me daadwerkelijk zou kunnen afkoelen, en zo ook dit uitgestrekte aambeeld van de meedogenloze equatoriale hoefsmid.
In de maanden die waren verstreken sinds ik uit de Sahara Tent van
het kunstenaarsechtpaar was gekropen, was de vochtigheidsgraad onder
het doek gestaag verder opgelopen. De eerste condensdruppeltjes uit
die dagen hadden mossen en kleine plantjes plotseling laten opschieten.
In de loop van de zeven weken die volgden, zette dat proces zich door.
Onder het doek was in korte tijd een tropisch miniatuurklimaat gegroeid,
met een rijke vegetatie, die al het vocht dat het overdag uitwasemde
via het tentdoek weer terugkreeg, en zichzelf zo in stand had kunnen
houden.
In de drijfnatte broeierigheid was geen doorkomen meer. Tussen de zandduinen
waren diepe moerasachtige poelen ontstaan, waar het stierf van de malariamuggen,
waar je op elke willekeurige plek in drijfzand kon verdwijnen, en waar
je de adem werd benomen door de ongewoon hoge vochtigheidsgraad. Langs
de hellingen van de duinen was een dicht struikgewas ontstaan, waar
de oorspronkelijke doornige woestijnstruiken vochten om de ruimte met
regenwoudvegetatie, en waar je alleen met een kapmes doorheen kwam.
Verscheidene groepen onderzoekers, wetenschappers en kunstvorsers maakten
zulke tochten, en zowel hun ooggetuigeverslagen als hun officiële
rapportages gaven hetzelfde beeld: het gehele terrein van drie miljoen
vierkante mijl was in zeven weken tijd drijfnat en vruchtbaar geworden.
De zon bleek niet in staat haar invloed op de bodem op het oude peil
te handhaven. Onder het doek hadden alle planten een merkwaardige, bruinpaarse
kleur; dat waren de kleuren die overbleven na de filtering van het zonlicht
door het polypropyleen. Een surreële tuin, gekleurd in versleten
Technicolor.
Omdat de eerste effecten hiervan al merkbaar waren binnen de twee weken
die deze Christo And Jeanne-Claude officieel duurde, hadden de autoriteiten
van Algerije, Egypte, Libië, Mali, Mauritanië, Niger, Soedan
en Tsjaad, besloten de ontmanteling van het object uit te stellen. Christo
en Jeanne-Claude waren hier schoorvoetend mee akkoord gegaan, omdat
zij hun werk geen andere rol wilden toekennen dan die van ‘de
publieke ruimte als kunstwerk’. Maar het broeikaseffect dat de
planeet zo onmiskenbaar aan het veranderen was, kon wel enig tegenwicht
gebruiken, en als hun kunst daartoe toevalligerwijs zou bijdragen, dan
moest dat zo zijn.
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.
De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in: