| |
|
België. Het land van de semi-halfstok. Van ermee vergiftigde, tot
dioxine verhitte krielkippen. Bijna dood getreiterde groene partijen.
Concurrerende epicentra ontroerende politieke correctheid. Een protserige,
progressieve spat op dit aardig verneukte klootje. Waar de platte kinderen
witloog en -lof poepen.
België. Een paradijs voor met inktvingers in de pap brokkende zielenpieten
die al fantaserend genieten van een statige vorm van gedoemd mecenaat.
Waar laffiteiten regel zijn en angst als troostende koffie in opengesperde
keelgaten wordt gekeild.
België. Die in drie lelijke stukken versneden pieper met een kwakje
mayonaisechauvinisme.
Deze week contacteerde ik wereldwijd alle veiligheidsdiensten, inclusief
de knokploegen van het Vlaamsch Gedrang. Ik voelde me benauwd. Schijterig.
Oerbang. Vleesgeworden schrik. Op mijn terras glinsterde verdacht wit
poeder. (En ik kreeg geen brieven van lieven.) Ik dacht dat de
hinnikende schimmel in de gang zijn laatste duin zou opklauteren. Ik
hoorde de doodsklok reutelen. De bloedpomp klopte traag in mijn wollige
borst. Amechtig tastte ik naar de hoorn. Geen van de instanties waaraan
ik meende mijn goeie nachtrust te danken te hebben, kon me helpen. Ze
vertelden me dat hun werkmiddelen niet toereikend waren. Dat ze al hun
kostbare energie moeten steken in het eigenhandig neerknuppelen of wurgen
van wezens die uit andere melkwegwerpproducten vervaardigd zijn. Toen
belde ik God. Hij stuurde stante pede een deus ex machina. Zomaar uit
het niets. Stel u voor.
De goede fee.
Vergeef hem deze badinerende, absurde dialoog, maar het is sterker
dan hemzelf. Niet iedereen is John Massis.
“Ik ben de goede fee.”
“Hoe heet je?”
“Dat doet er eigenlijk niet toe. Maar kom. Omdat
jij het bent. Nubi. Zoals de kat van een erg mooie vriendin van mij.”
“Mooie naam.”
“Slijmdraak met een tong van gemene brandnetels.”
“Nee, echt waar. Het klinkt me als muziek in
de oren. Het doet me denken aan puntjes frambozenbavarois met een grote
mok koffie verkeerd op een luie zondag.”
“Hm. Wat een eer valt me vandaag weer te beurt. Mijn werkvreugde stijgt
met de seconde. U bent te goed voor me.
“Dat je het maar weet, liefste goede fee. Maar
zo ben ik niet altijd. De schrik maakt me deemoedig.”
“Oké, oké. Wat kan ik voor je doen jongeman?”
“Me wat informatie verschaffen als u dat wenst.
En als het binnen uw mogelijkheden ligt natuurlijk. Ik vroeg me gewoon
af wat dat verdachte, witte poeder op mijn terras was.”
“Dat? Sneeuw!” antwoordde ze ongeloviger dan Thomas.
Ik stond er bij en keek er naar. Inderdaad het was sneeuw. Ik had het
niet gezien. Paniek had me verblind.
Hoe het geschiedde…
De rondborstige weervrouwen hadden voorspeld dat België minstens vierhonderdduizend
sneeuwpoppen zou kunnen bouwen met wat er aan vlokkigs uit de hemel
zou komen donderen. De lust naar pret in de sneeuw nam hand over hand
toe. Grote honger, povere maaltijd. De weergoden schudden wat gierige
porties korrelig dons op het kopje van dat kleine pissende mannetje
in Brussel. Eind goed, al goed. De schrik geleden. Het mysterie verklaard.
Ik belde naar de knokkers van de voormalige behangers en vertelde hen
dat het probleem was opgelost, dat ze die drie verdachte Marokkanen
niet per se hoefden te mollen, maar ze zeiden dat het daarvoor al te
laat was en dat het trouwens graag gedaan was. Eind goed, nog beter.
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.
De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in: