Terug naar de coverTerug naar de inhoudstafel

Watt (fragment)

Samuel Beckett
(Vertaling: Onno Kosters)

    Gelijk hij liep, sprak Watt nu, achterstevoren.
     Het hierna volgende is een voorbeeld van Watts wijze van spreken, in deze periode:
     Dag van meest, nacht van deel, Knott bij nu. Toe nu tot, gezien zelden zo oh, gehoord zelden zo oh. Laat ’s avonds tot vroeg ’s morgens. Dan ik hoorde, dan ik zag wat. Ding stil, vaag. Oren, ogen, slechter steeds ook. Stilte door, waas door, mij ik bewoog dus.
     Hieruit zal wellicht worden opgemaakt:
     dat de inversie van invloed was, niet op de zinsvolgorde, maar alleen op de woordvolgorde;
     dat de inversie niet volledig was;
     dat ellipsen veelvuldig voorkwamen;
     dat eufonie een obsessie was;
     dat spontaniteit wellicht niet geheel ontbrak;
     dat er wellicht sprake was van meer dan een omkering in het spreken;
     dat er wellicht tevens sprake was van een omkering in het denken.
     Aldus zal een ieder, vroeg of laat, de vlieg benijden, die de geneugten van de zomer nog te wachten staat.
     Hij sprak, als voorheen, met hoge snelheid, en nauwelijks verstaanbaar.
     Deze klanken waren aanvankelijk, al liepen we gezicht aan gezicht, voor mij van iedere betekenis gespeend.
     Ook kon Watt míj niet volgen. Kwalijk niet me neem, zei hij, kwalijk, niet me neem, niet me neem.
     Hierdoor heb ik veronderstel ik veel neem ik aan belangwekkends gemist aangaande vermoed ik de eerste of beginfase van de tweede of afsluitende periode van Watts verblijf in het huis van meneer Knott.
     Want Watt had, min of meer, een sterk gevoel voor chronologie en een sterke afkeer van battologie.
     Vaak lieten mijn handen zijn schouders los, om een aantekening in hun aantekenboekje te maken. Maar de zijne lieten nimmer de mijne los, tenzij ik ze persoonlijk losmaakte.
     Maar ik raakte al gauw aan deze klanken gewend, en begreep alles weer net zo goed als voorheen, dat wil zeggen een groot deel van wat ik hoorde.
     En dus was er geen vuiltje aan de lucht tot Watt niet langer de woordvolgorde binnen de zin, maar de lettervolgorde binnen het woord begon om te keren.
     Watt voerde deze nieuwe aanpassing met zijn gebruikelijke tact en gevoel voor wat het oor draaglijk zou vinden, en esthetisch inzicht uit. Niettemin was deze aanpassing voor iemand, zoals ik, die met name op feiten uit was, tamelijk verwarrend.
     Hieronder een voorbeeld van Watts wijze van spreken, in deze periode:
     Rov go, ekelb kelv, reknod gnid. Rov ro, etchaz gij, etchaz gij. Rov dui, tioerg tev, tioerg tev. Rov keur, effum tchul, effum tchul. Rov gnot, rettib teewz, rettib teewz.
     Uit deze klanken kon ik aanvankelijk, al liepen we borst aan borst, nauwelijks tot geen wijs worden.
     Ook kon Watt míj niet volgen. Meen em tien kijlawk, zei hij, meen em, tien kijlawk.
     Hierdoor heb ik veronderstel ik veel vermoed ik aan belangwekkends gemist aangaande neem ik aan de tweede fase van de tweede of afsluitende periode van Watts verblijf in het huis van meneer Knott.
     Maar ik raakte al gauw aan deze klanken gewend, en begreep alles weer net zo goed als voorheen.
     En dus was er vuiltje aan de lucht tot Watt niet langer de lettervolgorde binnen het woord, maar de zinsvolgorde binnen de periode begon om te keren.
     Hieronder een voorbeeld van Watts wijze van spreken, in deze periode:
     Van het niets. Tot de bron. Tot de meester. Tot de tempel. Bracht ik tot hem. Dit leeggemaakte. Deze leeggemaakte handen. Deze onwetende geest. Dit ontheemde lichaam. Om hem lief te hebben mijn weinige versmaad. Mijn weinige verworpen om hem te hebben. Mijn weinige om hem te leren vergeten. Verlaten mijn weinige om hem te vinden.
     Uit deze klanken kon ik aanvankelijk, al waren we elkaar zo nabij, nauwelijks iets opmaken.
     Ook kon Watt míj niet volgen. Neem me niet kwalijk, kwalijk, zei hij, zeg, neem me niet kwalijk.
     Hierdoor heb ik vermoed ik veel veronderstel ik belangwekkends gemist aangaande vermoed ik de derde fase van de tweede of afsluitende periode van Watts verblijf in het huis van meneer Knott.
     Maar ik raakte al gauw aan deze klanken gewend, en begreep alles weer net zo goed als voorheen.
     En dus was er geen vuiltje aan de lucht tot Watt niet langer de zinsvolgorde binnen de periode, maar de woordvolgorde binnen de zin én de lettervolgorde binnen het woord begon om te keren.
     Hieronder een voorbeeld van Watts wijze van spreken, in deze periode:
     Gidon da taw? Tonk. Tsav da taw? Tonk. Lov pok saw? Ffp! Gidon da raam? Tien niegs. Tsav da raam? Tien teew.
     Van deze klanken kon ik aanvankelijk, al liepen we buik aan buik, geen chocola maken.
     Ook kon Watt míj niet volgen. Kijlawk tien em meen, zei hij, kijlawk, Kijlawk tien em meen.
     Hierdoor heb ik neem ik aan veel vermoed ik belangwekkends gemist aangaande de vierde fase van de tweede of afsluitende periode van Watts verblijf in het huis van meneer Knott.
     Maar ik raakte al gauw aan deze klanken gewend.
     En dus was er geen vuiltje aan de lucht tot Watt niet langer de woordvolgorde binnen de zin én de lettervolgorde binnen het woord, maar de woordvolgorde binnen de zin én de zin binnen de periode begon om te draaien.
     Hieronder een voorbeeld van Watts wijze van spreken, in deze periode:
     Dan hij zei, Nee, vest het, hemd het, broek de, sokken de, schoenen de, hemd het, onderbroek de, jas de, had elkaar bij aankleedspullen alle als. Bijvoorbeeld hij zei, Aankleden. Dan hij zei, Nee, water het, handdoek de, spons de, zeep de, mes het, poeder het, kwast de, kom de, had elkaar bij scheerspullen alle als. Bijvoorbeeld hij zei, Wassen. Dan hij zei, Nee, water het, handdoek de, spons de, zeep de, badzout het, washand de, borstel de, wasbak de, had elkaar bij wasspullen alle als. Bijvoorbeeld hij zei, scheren.
     Van deze klanken begreep ik aanvankelijk, al liepen we kruis aan kruis, de ballen.
     Ook kon Watt míj niet volgen. Kwalijk, kwalijk niet me neem, zei hij, kwalijk niet me neem.
     Hierdoor heb ik vermoed ik veel neem ik aan belangwekkends gemist aangaande veronderstel ik de vijfde fase van de tweede of afsluitende periode van Watts verblijf in het huis van meneer Knott.
     Maar ik raakte al gauw aan deze klanken gewend.
     Tot Watt niet langer de woordvolgorde binnen de zin én de zinsvolgorde binnen de periode, maar de lettervolgorde binnen het woord én de zinsvolgorde binnen de periode begon om te draaien.
     Drew gad te tot, troovozne. Tien taw, tien knot. Tien maagil, tien tseeg. Tien dnelev, tien dood. Tien ndekaw, tien dnepals .Tien tsiert, tien ijlb. Oz ’t ngig, dijlngal.
     Dit ontging mij geheel.
     Meen em tien kijlawk, kijlawk, zei Watt, Meen em tien kijlawk.
     Hierdoor heb ik vermoed ik veel veronderstel ik belangwekkends gemist aangaande neem ik aan de vijfde, nee, de zesde fase van de tweede of afsluitende periode van Watts verblijf in het huis van meneer Knott.
     Maar uiteindelijk begreep ik het.
     Toen begon Watt niet langer de lettervolgorde binnen het woord én de zinsvolgorde binnen de periode om te draaien, maar de lettervolgorde binnen het woord én de woordvolgorde binnen de zin én de zinsvolgorde binnen de periode.
     Bijvoorbeeld:
     Ijz naa ijz, nennam eewt. Gad ele ed, tgan nav leed. Adan, seppon, skin. Laoz ijw neded taw? Een. Taw neget tonk karps? Een. Tonk genet taw karps? Een. Tonk raan taw keek?Een. Taw raan tonk keek? Nilb, mots, food. Tgan nav leed, gad ele ed. Nennam eewt, ijz naa ijz.
     Hier moest ik even aan wennen.
     Kijlawk, kijlawk tien em meen, zei Watt, kijlawk tien em meen.
     Hierdoor heb ik veronderstel ik veel neem ik aan belangwekkends gemist aangaande vermoed ik de zevende fase van de tweede of afsluitende periode van Watts verblijf in het huis van meneer Knott.
     Toen haalde hij het in zijn hoofd om niet langer de woordvolgorde binnen de zin, of de lettervolgorde binnen het woord, of de zinsvolgorde binnen de periode, of tegelijkertijd de woordvolgorde binnen de zin en de lettervolgorde binnen het woord, of tegelijkertijd de woordvolgorde binnen de zin en de zinsvolgorde binnen de periode, of tegelijkertijd de lettervolgorde binnen het woord en de zinsvolgorde binnen de periode, of tegelijkertijd de lettervolgorde binnen het woord en de woordvolgorde binnen de zin en de zinsvolgorde de periode om te draaien, o nee, maar, in dezelfde korte periode begon hij nu eens de woordvolgorde binnen de zin, dan weer de lettervolgorde binnen het woord, dan weer de zinsvolgorde binnen de periode, dan weer tegelijkertijd de woordvolgorde binnen de zin en de lettervolgorde binnen het woord, dan weer tegelijkertijd de woordvolgorde binnen de zin en de zinsvolgorde binnen de periode, dan weer tegelijkertijd de lettervolgorde binnen het woord en de zinsvolgorde binnen de periode, en dan weer tegelijkertijd de lettervolgorde binnen het woord en de woordvolgorde binnen de zin en de zinsvolgorde binnen de periode om te draaien.
     Van deze wijze heb ik geen voorbeelden paraat.
     Deze klanken waren aanvankelijk, al leken we wel aan elkaar vastgelijmd, Grieks voor me.
     Ook kon Watt míj niet volgen. Neem me tien kijlawk, zei hij, tien kijlawk, niet kwalijk em meen.
     Hierdoor heb ik veronderstel ik veel vermoed ik belangwekkends gemist aangaande neem ik aan de achtste of afsluitende fase van de tweede of afsluitende periode van Watts verblijf in het huis van meneer Knott.
     Maar ik raakte al gauw aan deze klanken gewend, en begreep alles toen weer even goed als voorheen, oftewel precies de helft van wat zich een weg door mijn trommelvlies wist te banen.
     Want nu begon mijn gehoor te wensen over te laten, al bleef mijn bijziendheid constant. Mijn louter geestelijke vermogens echter, de vermogens die zo treffend die van ?
     ? ?
     ? ?
     worden genoemd, waren zo mogelijk scherper dan ooit.