Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Bert Lema

Gaan

zij is het feest dat vloeit met beken
mijn straf die was
in de woestijn zoveel nachten
wordt opgeheven
want ik ben bereid
in haar brede armen te zijn als was

de nachten dat ik door een dakraam loerde
op zoek naar wensen
terwijl onder mijn voeten het huis brandde :
zij bedekt ze met haar mantel

met haar weerloze waarheid
buigt ze het staal van mijn gebeden
om tot een eerlijk bestek

ze zit aan de feestdis als een walvis
tijd is een tikgeest in haar vetlagen
een vriend: hij maakt van haar een ruime zaal
ik zie er haat en woede verkeren
in miniaturen op vensterbanken

en zij roodverschuift en is absent
op haar dromen drijven dagdromen
als zeeën op oceanen

op de bodem als roggen
liggen de schokken van vroeger
(verstoor het zand niet
grote mantha
verborgen pijndier:
door je groeischeuten
werd ze al genoeg verscheurd)

het springt in en uit haar hoofd:
hoe ze haar man bewoog
op zondag voor de oorlog
hoe uit parken brasseries terrassen
dansen ontstond
en warme choco en zwart zaad

oma te rusten
te zijn als niets in je armen
en voelen hoe oudste fossielen zich roeren:
marbels in mijn kinderhand