Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Marc Dugardin
(vertaling Stefaan van den Bremt)

Kleine suite

geprevel van rijp op het timpaan van de dag
      gehamer van een ster
op de bodem van de diepe schaduwcisterne

woorden zoeken elkaar raken elkaar kwijt botsing
      van twee lippen stilte
in cadans

niet vruchteloos het afscheid van de rozen

: :

seizoenen gedichten op drift - de mond
      spelt lettergrepen
slikt vlokjes hoop

in de handpalm iets om te ontraadselen
      een opdracht
die nog witter is

niet alleen door wat ze zeggen
      worden de woorden waar

: :

in de dans misschien als de vreemdelinge durft
      waar zovelen niet hebben gedurfd

en het is niet enkel meer de sneeuw
      het is ook het stof en het zand
het is een grote trom in je buik

met het bloed met de sporen met
      wat door wonden is gegrift

en zij die in haar handen klapt
zij
      met haar genezende adem

: :

de danser tolt als een blinde

wat damp
      beslaat zijn oogballen

      zout
is goed op de tong die zich terugtrekt

herinnering van speeksel aan de keerzijde van de dood
zo ook
      het afscheid van de rozen

: :

voor een ander gezicht ditmaal
      die trekken van de rijp

in de tuin vallen de vruchten
      heimelijk erfdeel van het gedicht

zij die zich gevoegd heeft bij afwezigheid
hoort
      de levende ster van onze stappen

elders een roos
      die de dag vrijpleit
en de woorden door niemand meer gedragen