Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Het hart in het kogelvrije vest

Frank Adam

Kun je als journalist naar oorlog verlangen als naar een lief en zo ja, is je lief dan niet jaloers? Is het loon van een freelance oorlogscorrespondent recht evenredig met het aantal doden in een conflict? Schuilt er schoonheid in de gruwel? Kan gruwel ook vervelen? Is elke oorlogsjournalist per definitie een pacifist? Of eerder een militarist met een passie voor taal? Schrijft hij soms gedichten? Droomt hij soms van doden? En hoe lang houdt hij het gemiddeld vol? Is hij op zijn veertigste verworden tot een mensenschuwe, afgeleefde zenuwlijder? Of is hij dan, door de bloederige metafysica van de oorlog, net gerijpt tot een verlicht man?

Dit zijn de oneerbiedige vragen die onze nuchtere redactie zich stelde op café. Het gezicht achter het IJzeren Masker, dat wilden wij wel eens leren kennen. Het hart in het kogelvrije vest, dat wilden wij wel eens horen kloppen.

Vanuit onze knusse werkkamer, via mail en telefoon, spoorden wij deze zomer menige journalist, fotograaf en auteur op, en overvielen hem aan het front, in het veld of het archief, met onze vragen.

En terwijl wij even later door de veilige Europese vlakten reden, op weg naar een deugddoende vakantie in de uitgestrekte Alpenweiden van Tirol, de mystieke vergezichten van Umbrië of de opwindende Hollandse polders, daalde de plichtbewuste mediamens, tussen twee conflicten door, moedig af in de donkere krochten van zijn ziel, op zoek naar zijn persoonlijke relatie met oorlog.

In dit nummer leest u het verslag van die afdaling, gesteld in menige stijl en menige vorm, gaande van gedegen essay of ontroerend dagboekfragment over tragikomisch schelmenrelaas tot literaire fabel.

In de rotsvaste overtuiging dat na lectuur van dit nummer geen enkel nieuws nog hetzelfde zal zijn, en in de hoop dat deze beschouwingen de wereld nog een goede wijl van de ondergang zullen redden, wensen wij u een vredige kerst en een vreugdevol 2005.
© Frank Adam