Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel
De volledige tekst van deze tekst van Jeroen Brouwers staat in nummer 83 van De Brakke Hond, dat op dit moment te koop is in de betere boekhandel. Het kan ook via onze site besteld worden, dan wordt het nummer per post toegestuurd.

Was de heilige maagd een chimpansee?
En andere notities in de marge

Jeroen Brouwers

[...]

Het rijke Roomse leven III. Onbevlekt.

24.xii.2003
Beste vriend en bewonderde collega, ik nam kennis van je kerstvertelling in het …Magazine, - het heeft mij gesticht en ontroerd. Hoe vreselijk is echter je ketterse dwaling, uitgedrukt in je ponering dat ‘onbevlekt ontvangen’ zou betekenen dat de heilige maagd zonder pik en neukerij zou zijn zwanger geraakt. Dat gij u niet schaamt, heidenhond!
‘Onbevlekt ontvangen’ was de heilige maagd, de toekomstige moeder van onze heiland, daar ze zonder ‘erfsmet’, dit is: zonder de erfzonde op haar ziel bij háár moeder, de heilige Anna, werd geconcipieerd en negen maanden later uit deze tevoorschijn kwam. Ik als voorheen Roomse jongen, die er les in heeft gehad, wéét dit allemaal gewoon.

10.i.2004
Geachte kunstbroeder, inderdaad ja, les in gehad, ik. Op de mulo. Onder meer uit het vervloekte en gehate boekwerk, tientallen keren herdrukt: Korte Kommentaar in vraag en antwoord op de Katechismus ten gebruike van de Nederlandse Bisdommen door pater Cunibertus Sloots OFM, moge hij verrekken in eeuwigheid. Vraag 417 luidt: ‘Hoe kan ik mijn oprechte liefde voor niet-Katholieken (let op de hoofdletter!) vooral tonen?’ Antwoord: ‘Door veel voor hen te bidden.’ Subvraag: ‘Wat moet ik in de omgang met niet-Katholieken vermijden?’ Antwoord: ‘Een te grote gemeenzaamheid en te vertrouwelijke omgang.’ Ik zweer je, ik heb dit ooit allemaal van buiten moeten kennen. Ik bid vurig voor je en zal, wil ik nog in de hemel komen, verder moeten verzaken aan onze gemeenzame c.q. vertrouwelijke omgang.
Qua ‘onbevlekt ontvangen’: het verbaast me niet dat je wèl katholieke zwagerin deze term verkeerdelijk uitlegt en dat ook oma Bos, die ieder jaar vroom naar de nachtmis gaat zoals je me schrijft, al niet beter weet. 98% van het mensdom, katholiek of iets anders, weet niet beter. Pater Cunibertus Sloots OFM: ‘Wie is er van de erfzonde vrijgebleven?’ Antwoord: ‘De allerheiligste Maagd Maria.’ De gewijde Cunibertus weer: ‘Hoe heet het voorrecht van de allerheiligste Maagd Maria, dat zij van de erfzonde is vrijgebleven?’ Antwoord: ‘Onbevlekte ontvangenis van Maria.’ Zo hoor je het eens van een autoriteit. Dergelijke vragen en antwoorden kom je niet tegen bij Triviant. Of dat ‘onbevlekt ontvangen’ een specifiek Roomse aangelegenheid is, zou ik moeten nazien. Uit mijn kindertijd op r.k. pensionaten weet ik me nog zeer wel te herinneren dat paus Pius XII er in 1950 een dogma van maakte (of vergis ik me nu ook en ging deze leerstelligheid over de ten hemel opneming van de Moeder Gods met ziel èn lichaam?) Je houdt het allemaal toch niet voor mogelijk!

25.i.2004
Waarde niet-Katholiek, ik zat er zowat een volle eeuw en een flinke hoeveelheid negentiende- en twintigste-eeuwse pausen naast: de aan katholieken voorgehouden geloofswaarheid inzake de onbevlekte ontvangenis van Christus z’n moe dateert van 8 december 1854 en werd uitgesproken door paus Pius IX. Daaraan voorafgaande zijn er ten vaticane dermate verhitte discussies gevoerd, dat kardinalen en kerkgeleerden onderling slaags raakten en vechtend, scheldend, tierend over het marmer van de Sint Pieter rolden. De in mijn jonge jaren nog niet vergeten en zelfs nog zeer populaire Pio nono (paus van 1846 tot 1878) hief er zijn handen bij naar het plafond en riep: heren, héren toch!
Vier jaar hierna verscheen de allerheiligste vrouwe persoonlijk enige keren te Lourdes aan een arm, eenvoudig zwavelstokkenmeisje of zoiets, Bernadette Soubirous. Op 25 maart 1858 sprak deze ‘van binnen uit’, dus als vanuit de kap van een schemerlamp, licht verspreidende spookgedaante, zich vertonend in een spelonk in de rotswand: ‘Ik ben de onbevlekte ontvangenis’. Aldus heeft, volgens de eerwaarde Sloots OFM, ‘God zelf de waarheid van de onbevlekte ontvangenis van Maria als het ware bevestigd.’ Wat zegt u me daarvan? ‘t Is niet mis! En om van al het gedonderjaag af te zijn, kondigde Pius IX meteen nòg maar een dogma af, namelijk dat van zijn eigen onfeilbaarheid: wat ik, paus van Rome, vanaf mijn Heilige Stoel verkondig, is zonder meer wáár, daar mag nooit aan worden getornd en daarmee punt, uit, over en amen.
De knoop der verwarring in de harten van Gods volk is echter meer dan begrijpelijk, omdat het tegelijkertijd óók een geloofswaarheid is, dat de onbevlekt ontvangene de vrucht van het Kindtjen zou hebben ontvangen zonder zelfs maar haar dijen te hebben gespreid. Zij wordt ‘allerheiligste Maagd’ genoemd, ‘Moedermaagd’, ‘Maagdelijke Moeder’, ‘Onbevlekte Moeder’, etc. Aan het eind van de ‘Litanie van Onze Lieve Vrouw’, waarin titels als bovenstaande, maar ook de aanroeping ‘Koningin zonder erfsmet ontvangen’ (‘Regina sine labe originali concepta’) voorkomen, luidt de smeekbede tot God: ‘Mogen wij door de verheven voorspraak van de heilige Maria, die altijd maagd is gebleven, verlost worden…’ In een andere versie van dit slotgebed heet het: ‘Na het baren, o Maagd, zijt gij ongeschonden gebleven.’
Wat betekent dat nu weer? Bijvoorbeeld dat de vroedvrouw geen schaar heeft hoeven te hanteren om de doorgang voor het kind wat wijder te knippen, welke beschadiging vervolgens met naald en draad zou hebben moet worden hersteld? Ja zelfs is in onderhavig gebed sprake van ‘de vruchtbare maagdelijkheid van de heilige Maria’. Als je al niet gek wàs, kan je het zonder moeite alsnog worden door je in het tofelemoonse gedachtegoed en de verwarrende uitlatingen en formuleringen daarvan te verdiepen.
Pater Cunibertus verschaft geen woord commentaar bij deze aangelegenheid. Op vraag 81, waarom Maria ‘de’ heilige Maagd wordt genoemd, luidt het antwoord: ‘Zij is de zuiverste en heiligste van alle mensen en Zij is altijd Maagd gebleven.’ Hij vermeldt alleen nog dat zij zou zijn bevrucht ‘door een bijzondere inwerking van de Heilige Geest’, - deze Geest zou zich hebben gematerialiseerd in de gestalte van een door Godzelf uit Zijn hoge hoed tevoorschijn getoverde duif. Zou de vrome pater, vastgeketend aan zijn gelofte van kuisheid, hebben geweten wat een maagd is en zou hij zich van de verrichtingen van de geile doffer een voorstelling hebben gevormd?
In 1966 verscheen, ‘samengesteld in opdracht van de bisschoppen van Nederland en door het hoger katechetisch instituut in Nijmegen in samenwerking met vele anderen’, De nieuwe Katechismus, ‘geloofsverkondiging voor volwassenen’. Ik kreeg het boek (eerste oplage 100.000 exemplaren) in genoemd jaar op mijn verjaardag van een bejaarde kerkse tante, die dacht dat ik me aan de Roomse santenkraam toen nog iets gelegen liet liggen.
In het kader van onze godsvruchtige correspondentie, amice, nam ik dit leergeschrift na weldra vier decennia weer eens ter hand en mocht vaststellen dat het onderwerp ‘onbevlekte ontvangenis’ noch dat over de altijd ongeschonden gebleven maagdelijkheid van de Mater Christi er meer in voorkwamen. Er bleek een vergelend krantenknipsel uit het toenmalige Katholieke dagblad De Tijd (2 december 1966) in het boek te zijn bewaard. Dat, aldus het bericht, een stelletje hoogwaardigheidsbekleders in Vaticaanstad de nieuwe Nederlandse Katechismus met de imprimatuur van Bernardus kardinaal Alfrink te Utrecht behoorlijk waaihoofdig had bevonden en ‘dwingend eiste’ dat het boek op tien punten werd gecorrigeerd en aangevuld. Punt 3: de Katechismus diende alsnog ‘openlijk (te belijden) dat de H. Moeder van het vleesgeworden Woord steeds maagd is gebleven en dat in duidelijke woorden het feit van de maagdelijke ontvangenis van Jezus geleerd wordt.’ Over het ontbrekende dogma van de ‘onbevlekte ontvangenis’ geen woord en wat de ‘erfzonde’ betreft, waarvan de Maagd dus gevrijwaard is gebleven, wees de kardinalen-commissie erop dat alleen ‘leden der mensenfamilie’ met deze erfsmet op hun ziel worden geboren en dus niet ook apen en andere diersoortigen waaruit ‘het menselijk geslacht’ na ‘moeizame vooruitgang’ heet te zijn geëvolueerd.
Was de Heilige Maagd een chimpansee?
Cunibertus Sloots OFM beweert, dat ook Johannes de Doper ‘onbevlekt geboren’ is, ‘en misschien de heilige Jozef’: deze laatste is, als je het niet mocht weten, de echtgenoot van Maria, die dus niet de verwekker van Het Kindeke is geweest, maar Het wel heeft opgevoed. Ook over deze sul en hoorndrager is een litanie van verdiensten en voortreffelijkheden te boek gesteld. Hij wordt daarin onder meer ‘Zeer kuise Jozef’, ‘Zeer voorzichtige Jozef’ genoemd, alsook ‘Bewaarder van de maagden’, als ware hij een oppassende eunuch in het boudoir van nog ongeconsumeerde harem-meisjes.
Dit alles nu is inderdaad specifiek Rooms. Nuchtere protestanten halen in ieder geval hun schouders op voor het krankzinnige katholieke idee dat een vrouw zou kunnen zwanger worden en een kind werpen zonder haar maagdelijkheid prijs te geven. Op meerdere plaatsen in de evangeliën wordt verhaald dat Jezus broers bezat (Mattheus noemt er vier bij naam), en meerdere zussen (geen aantal en namen bekend). Zo voorzichtig was die zeer kuise Jozef dus nu ook weer niet en tevens is het ondenkbaar, want biologisch onmogelijk, dat Maria, na dergelijke kinderstoet ter wereld te hebben gebracht, ‘altijd maagd’ en ‘na het baren ongeschonden’ zou zijn gebleven. Wel was zij ondertussen aldoor ‘onbevlekt ontvangen’,
‘hetgeen, zoals wij reeds zagen (protestanten en alle overigen zal ook dit worst wezen) sedert de onfeilbare Pius IX heel wat anders is, dat niets met kindertjes maken van doen heeft.’

3.ii.2004
Mijnheer, ik zal me nog eens voor u uitsloven! U hebt mij geschokt en uzelf verzekerd van een tot extra hitte opgepookte plaats in Godts hel met de profane, respectloze woorden in uw jongste schrijven: ‘Wat een gelul allemaal!’

‘O.O.’ Duif en zwaan.

Het voorgaande blijkt, zonder dat ik het me realiseerde, een echo te zijn van een eerder incident in de Nederlandstalige letteren over hetzelfde onderwerp. Het speelde zich af in de redactie van Forum.
Dit eminente tijdschrift (1932-1935) van M. ter Braak en E. du Perron, voer vanaf de derde jaargang federatief onder een Nederlandse en een
Vlaamse redactie en liep dus prompt op de klippen: een cultureel
Nederlands-Vlaams samenwerkingsverband heeft bewezen altijd fout te gaan. In dit verband doordat twee gezagsvoerders met verschillende geloofsovertuigingen aan het roer stonden te sjorren en zo het schip aan het zwalken en tot kapseizen brachten.
Aan Vlaamse zijde bestond de redactie voor het merendeel uit katholieken van de oude stempel, steil in de leer en de moraal: Maurice Roelants, Marnix Gijsen, Gerard Walschap, - de enige nietkatholiek naast dit triumviraat was de socialist en vrijmetselaar Raymond Herreman.

[...]

De volledige tekst van deze tekst van Jeroen Brouwers staat in nummer 83 van De Brakke Hond, dat op dit moment te koop is in de betere boekhandel. Het kan ook via onze site besteld worden, dan wordt het nummer per post toegestuurd.
© Jeroen Brouwers