


|
 |
| De volledige tekst van Deel
IV van de memoires van Jeroen Brouwers staat
in nummer 81 van De Brakke Hond, dat op dit moment te koop is in de betere boekhandel. Het kan ook via onze site besteld worden, dan wordt
het nummer per post toegestuurd. |
Memoires IV
Jeroen Brouwers
Angèle M. en haar huisgenoot
[...]
De Manteaubiografie van Greta Seghers is waardeloos omdat de niet
in Angèles leven ingevoerde schrijfster al te onkritisch en klakkeloos alle verzinsels
van de barones als onbespoten waarheid heeft aanvaard en neergeschreven. Als de biografe
nader onderzoek zou hebben verricht, o.a. naar nog meer documenten dan die A. Manteau haar
welberaden aanleverde terwijl ze andere zeer leep onder haar vloeiblad verborgen hield, en
door belangrijke getuigen en sleutelfiguren te interviewen, wat de biografe vreemd genoeg
allemaal heeft nagelaten, zou er allicht een betere, in ieder geval genuanceerdere en
waarheidsgetrouwere biografie zijn ontstaan dan het sprookjesboek dat ze heeft afgeleverd.
Op zeker moment kreeg de naïeve en goedgelovige Seghers toch door dat de uitgeefster zat
te liegen dat ze er bekant van barstte, dat de uitgeefster zo met archiefpapieren
goochelde dat het Seghers eindelijk duidelijk werd dat ze werd belazerd waar ze bijstond.
Einde van de aanvankelijk zo diepe liefde: de biografe werd de deur en de afrit met de
siertralies gewezen, richting ijzeren toegangspoort, en ze hoefde niet meer terug te
komen.
Een refrein in het leven van de toen inmiddels tachtigjarige
verkoopster van boeken, die met vrienden, vertrouwelingen, medewerkers pleegt om te gaan
of het sigaretten zijn, naar willekeur op te steken, uit te blazen, onder de schoenzool te
verpletteren. Daarna maakt ze van blijdschap een dansje door het huis.
Angèle en haar angsten: kom haar niet te na want ze is bang van
affectie en nog banger om zelf van affectie blijk te moeten geven. Bang dat ze als
feitenverdraaister c.q. wegmoffelaarster door de mand zal vallen, wat ze dan ook prompt
steeds vaker doet: om goed te liegen is intelligentie vereist, over deze eigenschap
beschikt de barones niet in overdreven mate daar ze ervan uitgaat dat iedereen nog dommer
is dan zijzelf.
Onbegrijpelijk dat Greta Seghers, die zichzelf historica noemt, de
biografie vervolgens niet heeft aangevuld en verrijkt met nieuwe feiten uit andere
bronnen. Seghers leverde haar halfslachtige, onvolledige, slecht gedocumenteerde en van
opzettelijke leugens danwel halve waarheden scheef hangende biografie slaafs en braafjes
in bij uitgeverij Prometheus, Amsterdam, waar ze te maken kreeg met twee heren die achter
de schermen kennelijk voortdurend door Angèle werden opgejut. In een ingezonden brief (Humo,
ergens in oktober 1992) schreef de biografe: 'De heren Malherbe en Van Krevelen hebben me
(...) maandenlang onder zware druk gezet om voor de uitgeefster bezwarende episodes te
schrappen. Omdat ik me (beschaafd) verweerd heb, heb ik ten minste het wezenlijke kunnen
behouden.' (De haakjes waartussen hierboven het woord beschaafd staat, zijn van de
schrijfster.)
Dat 'wezenlijke' in Het eigenzinnige leven van Angèle Manteau
door Greta Seghers (zie ook Vlaamse leeuwen, blz. 302 e.v.) is wezenlijk
zeer dun. Ik zou die niet behouden episodes wel eens willen lezen. Zich beschaafd
verweerd, hoezo? Ik zou het ding hebben teruggeëist en de heren in niet mis te verstane
termen te kennen hebben gegeven dat ze de boom in konden. Met A. Manteau erbij.
Wat achtte Greta Seghers nu eigenlijk zo belangrijk aan het per se
en onmiddellijk publiceren van het onboek, 'in meerdere opzichten een lor', zoals ik het
heb genoemd? Waarom er niet alsnog een goed boek van gemaakt, zonder verder het geteem en
de censuur van Angèle aan haar kop en de 'zware druk' van bovengenoemde heren?
De ex-uitgeefster stelde de historica brieven ter beschikking die
eerstgenoemde tussen 1978 en 1986 aan Jeroen Brouwers richtte. Op blz. 241 meldt de
schrijfster 'er vrij zeker van (te zijn) dat ze mij niet al haar brieven aan Brouwers ter
inzage heeft gegeven'. Dit had ik, de biografie lezend, al door voordat ik blz. 241 had
bereikt. Angèle heeft mij veel geschreven waarvan ze later spijt kan hebben gekregen, ik
bezit al haar brieven nog, waarom heeft Seghers mij niet even gebeld?
Op blz. 262 leest men: 'Nog voordat ik de opdracht aanvaardde haar
biografie te schrijven, heb ik me tegenover Angèle Manteau duidelijk geprofileerd als
'een geestverwant van Jeroen Brouwers'. Dat deerde haar geenszins.' Niettemin verklaart
Seghers elders dat A. Manteau haar verbood 'citaten uit het creatieve werk van Jeroen
Brouwers' in de biografie te vervlechten. Van dit verbod blijkt de schrijfster zich weinig
te hebben aangetrokken, al rest de vraag waarom A.M. dit verbood.
Mijn 'creatieve werk'. Is er ook oncreatief werk van mij bekend?
G. Seghers een 'geestverwant' van mij? Dat lijkt me sterk en ik
schrok me te barsten toen ik het las. Deze schrijfster en historica van niks? Deze vileine
roddeldoos? Ik onderken geen enkele geestverwantschap tussen onderhavige babbelut en
mezelf. Bovendien leert de ervaring dat het uitkijken is geblazen met types die zich
'geestverwant' noemen: hun schrijf- en levensinstelling, - volgens mijn besef is dat één
en dezelfde instelling, - blijkt niet zelden flagrant tegengesteld aan de mijne, zodat ik
me geneer omdat zij zich uitgeven als Brouwersadept. Stront over je heen kan je
krijgen, geheel gratis, van zelfverklaarde 'geestverwanten' à la G. Seghers c.s.
Zou het waar zijn dat het Angèle 'geenszins' deerde dat de
biografe zich 'duidelijk' als geestverwant van ondergetekende 'profileerde'? Ik ben zo
vrij daar vierkant aan te twijfelen, geheel afgezien nog van mijn nieuwsgierigheid: waar
heeft dat duidelijk profileren van G. Seghers precies uit bestaan? Feit is, dat de
gepensioneerde directrice G. Seghers nòg een verbod oplegde, namelijk om in verband met
de te schrijven biografie contact te zoeken met 'het vijandige kamp': Jeroen Brouwers en
Julien Weverbergh. Dat heeft de schrijfster dan ook niet gedaan, ook niet nadat er, zoals
van meet af aan te verwachten viel, mot, keet, ruzie, oorlog was uitgebarsten tussen
Vrasene, G. Seghers' woonplaats, en Gooik. Beide krokodillen waren gaarne bereid elkaar te
verscheuren, wat bij verschijning van het boek zou blijken uit twee in haat gedrenkte
interviews: Angèle over Greta in Humo, 22 september 1992, laatstgenoemde over
eerstgenoemde in Knack, 29 september 1992.
Verrukkelijke lectuur en dolle pret!
Ziek was Angèle van de hele toestand, zegt ze ('Verschijnselen
van hyperventilatie') en verder, geheel conform haar gewoonte, zwamt ze maar een eind weg,
zonder dat de journalist (Manu Adriaans) haar in toom weet of durft te houden. Dat is een
tactiek van haar, kenmerkend voor alle interviews die ze toestaat: zijzelf bepaalt de lijn
van het gesprek en die lijn voert van hot naar her en valt nergens aan vast te knopen.
Pijnlijke vragen beantwoordt ze doodgewoon niet, in plaats daarvan begint ze over iets
totaal anders. Op verwijten die Greta haar nadraagt, o.a. over het verzwijgen en
achterhouden van documenten, reageert ze eenvoudig met: 'Dat is niét waar.' Punt. Geen
nadere toelichting of inkleuring en de journalist geeft geen krimp.
[...]
Jeroen Brouwers' memoires verschijnen in boekvorm in het voorjaar van 2004. Titel:
Stoffer en blik, 'herinneringen van een uitgeversmier'. Uitgeverij Atlas,
Amsterdam/Antwerpen.
| De volledige tekst van Deel
IV van de memoires van Jeroen Brouwers staat
in nummer 81 van De Brakke Hond, dat op dit moment te koop is in de betere boekhandel. Het kan ook via onze site besteld worden, dan wordt
het nummer per post toegestuurd. |
|
|