|
Kees Engelhart
Om weg te zakken
in
een diepe droomloze slaap
Ik ben halverwege het slingerende pad dat
Naar de top van de heuvel leidt
Het is halfvier in de middag de zon staat
Nog hoog en het is erg warm
Ik heb dorst en ik voel mij vermoeid
Daar sta ik stil en mijn ogen zoeken een
Beschaduwde plek waar ik zou kunnen rusten
En drinken
Even ga ik zitten en kijk naar het dorp
Dat daar nietig beneden ligt
Ik neem enkele ferme slokken wijn uit de fles
Die ik uit mijn rugzak genomen heb
De felle zon veroorzaakt kleine streepjes zweet
Die van mijn slapen naar beneden trekken
Dan sta ik op
Ik wil niet rusten noch wil ik koelte zoeken in de
Schaduw van een struik of boom
Ik wil verder naar omhoog
Niet weet ik wat ik daar nu zo precies zoek
Maar ik wil verder
Ik moet er naartoe
Uren en uren ga ik zo voort
Ik schram mij aan distels en doornen
Mijn tred wordt moeizaam en wankel
En uiteindelijk zakt de zon
Die wonderbaarlijk licht naar omhoog straalt
Achter de heuvelkam weg
Ik ga liggen en trek mijn knieën op tot mijn
Borst
Dan rol ik op mijn rechterzij en sluit mijn ogen
|