Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel
De volledige tekst van de memoires van Jeroen Brouwers staat in nummer 78 van De Brakke Hond, dat op dit moment te koop is in de betere boekhandel. Het kan ook via onze site besteld worden, dan wordt het nummer per post toegestuurd.

Memoires I

Jeroen Brouwers

In dienst van A. Manteau n.v., Brussel

De uitgeversfirma Manteau was in de jaren zestig van de voorbije eeuw een uitermate neerdrukkende werklocatie. Toen ik er, bijna 24 jaar oud, op 1 februari 1964 in dienst trad, associeerde ik de sfeer ten kantore met die van de strenge kostscholen waar mijn jeugd werd vergald, gecombineerd met die op een mijnenveger, mij vertrouwd uit mijn militaire diensttijd bij de marine.
      Het bewind werd er gevoerd door de oprichtster van het bedrijf, Angèle Manteau, toen een verschijning van in de vijftig, die er feodale opvattingen op nahield. Een kille, wantrouwige persoonlijkheid, grillig, dikwijls humeurig, die personeel als noodzakelijk kwaad beschouwde: dat diende de taken te vervullen waarvoor het was aangenomen en verder niets. Zijzelf ging niet vertrouwelijk met haar werknemers om en stelde het allerminst op prijs als de personeelsleden onderling soms een praatje maakten. Dan doemde zij onverwacht op als een surveillant op geluidloze zolen en vroeg ijzig: 'Bent u al klaar met uw werk?' Waar zij verscheen stak poolwind op.
      De uitgeverij, Nerviërslaan 63, Brussel, was gevestigd in een kolossaal herenhuis met hoge holle kamers, donkerbruin gelambrizeerd en bemeubeld met logge, ouderwetse zaken. Ik kreeg de zaalgelijke voorkamer aan de straatkant van de eerste verdieping toegewezen met vertroostend uitzicht op het Jubelpark en het Museum voor Kunst en Geschiedenis met de naar mij toegekeerde bronzen engel op het dak. Het grote raamvlak bevond zich in een erker, als de zon er was stortte zij haar licht naar binnen, maar spreidde het niet verder uit dan het gebied van de erker, de rest van de kamer bleef schemerig. Men deed zijn werk onder het zacht gegons van tl-buizen die met hun doodse licht de naargeestigheid opriepen die ik me herinnerde van de inwendige verblijven van een oorlogsbodem.
      Wie 'men' was, wist ik overigens niet en zou ik de eerstkomende tijd ook niet te weten komen. De mij toebedeelde ruimte, al stonden er drie stalen bureaus, was helemaal voor mij alleen. In het uitgestrekte perceel - vier verdiepingen, een grote zolder, dito kelder en een saaie, ommuurde achtertuin, waarin een onderkomen Hans en Grietjehuisje stond - heerste diepe stilte. Soms ging de telefoon, die ergens in huis door iemand werd opgenomen, soms werd ergens in huis door iemand het toilet doorgetrokken, soms klonken er voetstappen. Het wees op mede-aanwezigen in het statige huis, maar de directrice vond het niet noodzakelijk mij aan wie dan ook van het overige personeel voor te stellen.
      Zij oefende haar gezag uit volgens het machiavellistische divide et imperia: ieder personeelslid bleek, net als ik, eenzaam in een eigen ruimte te verblijven, waar niemand anders iets te maken had, 'tenzij om de werktijd te verbeuzelen', zoals de directrice iedere vorm van onderling contact omschreef. 'We zijn hier niet in een café.' Deze ruimten lagen bovendien ver uit elkaar, gescheiden door trappen en door de brede hal waar op iedere verdieping de trap op uitkwam en die het pand in een vóór- en een achterhuis verdeelde. Op iedere etage was het achterhuis ook nog onderverkaveld in tussenkamers, kleinere zijkamers en gangetjes. Zo men al bij elkaar op visite wilde gaan, moest men voor het afleggen van heen- zowel als terugweg geruime tijd uittrekken, tevens in de hoop dat de directrice niet opeens uit een nis of spelonk waar geen tl-buizen brandden, van achter een boekenkast of uit het eenpersoons liftje tussen de verdiepingen tevoorschijn zou komen.
      En overigens was in het jaar van mijn aantreden het personeelsbestand van het Brusselse hoofdkantoor der firma Manteau niet bijster omvangrijk. De directrice niet meegerekend, omvatte het vijf personen in vaste dienst: drie mannen, waarvan ik er een was, en twee vrouwen. De kans om elkaar toevallig in het grote huis tegen te komen was verwaarloosbaar.  [...]

 

De volledige tekst van de memoires van Jeroen Brouwers staat in nummer 78 van De Brakke Hond, dat op dit moment te koop is in de betere boekhandel. Het kan ook via onze site besteld worden, dan wordt het nummer per post toegestuurd.
© Jeroen Brouwers ,