Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Hurlements en faveur de Louis-Ferdinand Céline

Didi de Paris

      (voor Frafra Kaka & Madame Pussy)

Camelot! Is het dat? Van den hond gescheten, van 't straat gekocht, een kat in een zak. Het jutten van woorden, geschreven of gesproken, fictie of realiteit, 't Trottoir doen. Loensen, loeren, collectioneren van zwerfvuil. Wrakhout van zinnen. En langzaam tot een taal komen, gestolen uit de zakken van het gepeupel, maar opgekrikt met nieuwe woorden.

Ja, het leven bestaat uit bruuske bewegingen en vreemde wendingen. Een commercant zou men van u maken. Daarom gooide men u als kind in een taalbad. Eerst Duitsland, daarna Engeland. Het resultaat mag worden gezien... Nooit eerder werd zo'n hoeveelheid vulgariteit met zo'n grandeur bij elkaar geschreven. Ik zeg het u meteen, meneer Fernand, dan zult u ook meer begrip hebben voor de taalkundige poespas waarmee wij ons in het land waar ik vandaan kom moeten behelpen. Ik vertel het u rechtuit om alle kommaneukers, moeiallen en pottenkijkers op voorhand bij hun kloten te hebben. Bij ons is het altijd op eieren lopen in de week en 's zondags dansen op het slappe koord. Tutoyeren en vousvoyeren doen wij vrolijk door elkaar. Niet zelden binnen dezelfde zin. Alsof op de plaats waar bij anderen hersenen zitten, bij ons een kapotte zapper steekt.
A la guerre comme à la guerre, Louis. Trek het u niet aan dat wij je zo verwarren. In mijn land hoort men klanken die niet neer te schrijven zijn, de vogels vliegen er in een boog om heen. Zonder blikken of blozen slaan wij woorden uit ons botten die men drie gemeentes verderop nauwelijks begrijpt. Verstaat ge? Het oude, het nieuwe, het vreemde en het eigene gooien wij zonder gêne op een grote hoop. Tot een residu van taal ontstaat, slakken, wormstekig in uw binnenoor. Maître, bespaar ons uw toorn! Elke klank die wij uitstoten, is als spreken met een mond vol eten, de woorden vallen uit onze bek, tussen wal en schip, en vliegen als speeksel ergens tussen het gehemelte en de plooien van het blad. Het is een beetje zoals bij u, collaborateur en anti-semiet: nergens anders staat de vorm zo haaks op de inhoud.
Hoe is dat zo begonnen, dat schrijven van jou? Hoe kreegt gij dat oeuvre met uw halfverlamde - 70% invalide - rechterpoot, een schouderwonde, uw souvenir van 14-18 - bij elkaar? U was toch geen linkse? Had u een doktershandschrift? U schreef wel degelijk met die kribbel-krabbel-schrappenelleboog. U had een gevreesde rechtse! En wanneer hebt u voor het eerst inkt vervangen door zwavelzuur? - Een mens omknelt zijn pennetje. En waar het schrijfstokje de vingers raakt, ontstaan withete vlekken. Het pennetje breekt. Doorprikt het blad. De gifzwarte inkt spat op tot tegen de muren.-

Zo schrijven ze vandaag niet meer. Nog even en we spreken de woorden, liefdevol fluisterend of compleet bezopen, gewoon uit. De computer zal alles in prachtige volzinnen gieten. Vooralsnog is schrijven niets dan vrolijk tokkelen op een alfanumeriek klavier. Lukt zelfs met een halfverlamde poot. Met beide handen afgehakt kunt ge nog schrijven. U wou op alles voorbereid zijn. U werd dokter.

Vanochtend in het station bestelde ik een treinticket. Er kwam geen personeel aan te pas. Ik hoefde slechts op een scherm woorden aan te wijzen. Door handoplegging, door aanraking van het glas, door bezwering vormde ik letter na letter de antwoorden op de vragen die de machine mij stelde. Het was een quiz... In mijn hand lag een ticket voor Parijs.

Vandaag is alles anders, makkelijker, beter. Niemand heeft nog karakter. Kijk maar naar de coureurs en de voetballisten. Lapzwansen! Het is een gouden eeuw voor slapjanussen. Ze voeren strijd alsof het een videospelletje is. Mietjes! Ze hebben de kracht van een natte krant op maandagochtend. Juffertjes! Met hun van Coca-Cola-doorweekte hamburgerlijven zoeken ze avond aan avond voor hun getelevisioneerde mini-hersentjes in azijnsaus bescherming in hun gehypothekeerde Ikea-konijnenkoten. Geef mij maar het artisanale vakmanschap... kapitein Haddock van het alfabet. Driedubbel doorgedraaide! Kletsmajoor. Kwispedoor! Met die onuitroeibare talenknobbel in die zottekop van u. Altijd als ik uw bakkes zie, moet ik lachen. Uw slechtheid amuseert mij mateloos. Mon cher compagnon d'enfer, bodemloos vat vol tegenstrijdigheden. Potentieel deserteur, belichaamde trots van de cavalerie en de lichte brigade van de haat. Scheldkannonier eerste klas. Anarchist, psychopaat, sociopaat. Varkenskop, januskop! De krachtigste term die ik voor u bedenken kan is 'Louis-Ferdinand Céline'.
Crapule-de-luxe!

1
Van de kroeg, mijn natuurlijke biotoop, ken ik u niet. Ik was graag een nacht met u doorgezakt. Maar ge dronk alleen water. Azijnpisser ! Zuipen vond gij verloedering. Ik associeerde u altijd met liederlijkheid, bacchanalen, emmers wijn zwelgen met een niet te stoppen vrijheid, leven als uitgekotste goden in Frankrijk. Maar gij had genoeg aan het eigen blabla om u in een woorddronken trance te beroezen aan dat hallucinante taalgebruik van u. Balancerend op de dorpel van de gekte. Spraakwater lest de dorst! Waarschijnlijk vulde u, voor elk ander verstandig mens een respectabel promille bereikte, het hele etablissement met gigantisch gebral. Kwam sowieso bonje van. Weet u waarom u nooit aan de zuip zat? U had er geen geld voor. Ik kan nochtans genoeg uitlatingen van u opsommen waarbij ik me onmogelijk kan inbeelden dat u nuchter was. Men spreekt van droogneukerds. Gij waart een drooglaller. En dat in een land met zoveel drank. Vandaag is het makkelijker om aan drank te komen, moeilijker er af te blijven.

Céline was de naam van uw grootmoeder langs moeders kant. Haar overlijden maakte indruk, het eerste contact met de dood. Is dat het leven? De dood in travestie... Men vroeg hoe u als Parijs jongetje de natuur hebt leren kennen. Op het kerkhof, antwoordde u, aan het graf van mijn grootmoeder.

Louis, als ik mij ooit laat tatoeëren dan zal het uw naam zijn. Recht op mijn voorhoofd. Ik heb hier een schone foto van u.

Er zijn maar twee soorten foto's van u: die waar ge opstaat alsof ge net klop hebt gekregen, en die waar ge zo opstaat dat een mens er goesting van krijgt op u te kloppen. Ik vind altijd meer foto's. Ge zijt overal.

 

2
In een zatte nacht liep ik tegen lieden aan die overdag liever hun gezicht bedekten. In hun tijdschrift Kladdaradatsch las ik voor het eerst over u. Ik kocht uw eerste boek. Het lag later op mijn nachttafeltje en op mijn maag. Ik was ziek van de cover met de smoel half vol maden, ik verwondde mij aan de tekst gezet op schuurpapier met grove korrel... Afrika, Amerika, Scandinavië, Rusland, Duitsland, Oostenrijk... Bereisd was u...Het gaf u iets van Kuifje. In België in 1914 raakte u in het exotische Poelkapelle gewond. Ook oorlog is toerisme...

Ik haat reizen. Ik ben een bange schijtluis. Als ik het vliegtuig neem, moet ik iets slikken om de angst te onderdrukken. Maar alles gaat beter tegenwoordig, zélfs reizen gaat mij beter af! In anderhalf uur is een mens van Brussel in Parijs.

Ik bezatte mij aan wat ge schreef. Gehuil van de slapelozen zoals katten rond Lichtmis. Gij, de bellettrist die roept en tiert, die schrijft met de scalpel. Een paardenmiddel van de oude dokter. Een oeuvre, één lang doktersbriefje tegen de depressie. Een werk, een aflaat tegen dood en erger. Het niets of niemand ontziende geweld was een bevrijding. De verbale agressie, het schelden, de rancune waren een opkikkertje. Het homeopathisch tegengif voor de zwartste nacht. De balsem voor mijn ziel. Spreek slechts één woord en ik zal gezond worden.

Eerst ontwikkelde u uw stijl. U stak van wal met het hallucinerende Voyage au bout de la nuit. Ook uw éigen verhaal. U praatte in gewone mensentaal over gewone mensenellende. Na eeuwen chique bellettrie was dat andere kak. U schreef de woorden die de welbespraakte elite tot dan toe van het papier had weten te weren. Van wie had ge dat geleerd? Van Rabelais? Ook een dokter die in de volkstaal schreef met de rauwheid van het volk, het grauw. Neen, eigenlijk past ge met heel uw bataclan beter bij het roverslatijn van de middeleeuwse schobbejak François Villon. De eerste moderne dichter, geboren in het jaar waarin Jeanne d'Arc op de brandstapel stierf. Maar pas in de tweede roman Mort à Credit vervolmaakte u uw stijl. U werkte af wat ge nog over het hoofd had gezien: de zinsbouw. De dwangmatige interpunctie, de stuwing, de perfecte stijl. U vertelde over uw kinderjaren. Wat een kind kan meemaken.

Alles gaat beter tegenwoordig: het gaat zelfs beter met mij. Ik ben niet langer bang als een kind voor al wat verkeerd kan gaan, voor al het onheil dat een mens boven z'n kop hangt. Oud worden en doodgaan, hoe dichterbij het komt, hoe rustiger ik slaap. Nooit eerder was mijn slaap zo goed. Ooit blijf ik erin. Heel wat anders dan gij, gij kierewiet slapeloze, eeuwig door de nacht dwalende. Slapen gaat vandaag sowieso stukken beter. Tegenwoordig is alles slaapverwekkend. Neem mij. Zoals gij leed ik aan hardnekkige slapeloosheid. En weet ge wat mij gered heeft? De Nederlandse literatuur! Twee willekeurige zinnen uit om het even welke tekst... en ik zit meteen in R.E.M.-fase 3.


3
Klootzak ! Kijk me aan als ik tegen u spreek...
Céline, raren tist, polygamist! Al die huwelijken, al die relaties, al die one-night stands! Bandwerk was het. Zoals gij in de Ford-fabrieken van Detroit had gezien. Gij gepassioneerd gepatenteerde kiekenpoeper, rabbit injection, vierentwintigdelige hoerenboek, altijd op jacht. Maar alles gaat beter tegenwoordig. Zelfs uw vrouw bedriegen. Tout va bien, madame la marquise.

Céline, gij perpetuum mobile onder de gordel. Ongemanierd gordeldier. Als notoir antisemiet had ge zelfs joodse vriendinnen. Een daarvan raadde u aan - als op doktersadvies - haar 'als joods meisje' eens goed seksueel uit te leven in' haar 'Duitsland van vlak na de machtsovername. Een ander was een Oostenrijkse dame van na de Anschluss, haar man zat in een interneringskamp, als een kat van huis is...

Het is niet aan mij om dat nu eens allemaal te gaan uitvogelen. Mij interesseert het zelfs geen kloten hoe gij in die Passage Choiseul zijt opgegroeid, als een kasplantje, op een dieet van muilperen en noedels - die geen geur verspreidden en dus geen potentiële klanten weghielden - ...uw moeder had daar een luxe-lingeriewinkel. Zat gij stiekem te snuiven aan dat ondergoed, vers of gedragen ?

Céline, nooit bang uw kruit te verschieten. Gij met uw feminiene pseudoniem had een voorliefde voor vrijende lesbiennes. Maar veel erger, voortdurend waart ge erop uit de grenzen van de spraak af te tasten, desnoods door de liefde te bedrijven in een andere taal, Fingerspitzengefühl, body language. Beaux draps? Zelfs Antwerpen hebt gij met uw trouwe onderdaan aangedaan, toen gij daar brooddronken Evelyne Pollet visiteerde... Alle vrouwen naar wie gij uw angel uitgestoken had, kregen allemaal voor eens en voor altijd de brand in de kut. Vaginale brandstichter. Geen zalf tegen opgewassen.

Het was uw hobby: doktertje spelen. In 1915 keerde ge terug naar Engeland om te herstellen van die oorlogswonde en frequenteerde de plaatselijke penoze. Voorjaar 1916 trouwde ge met de Franse barmeid Suzanne Nebout maar dat huwelijk werd niet geregistreerd. Zo kondt ge in 1919 met Edith Follet trouwen. En dan? De geboorte van uw dochter Colette, uw scheiding, ettelijke reizen en relaties, de langdurige liaison met de Amerikaanse danseres Elisabeth Craig. Toen had ge het goed te pakken, maar zij liet u in de steek, en gij ging achter haar aan, tot in Amerika... Eind '35 ontmoette ge Lucette Almanzor. In '43 zorgde dat voor alweer een huwelijk. Pas daarna vond ge de liefde van uw leven: 'Bébert, de gevlekte kater.'


4
Wat is het probleem, dokter? Louis-Ferdinand Destouches overdag, Céline 's nachts? Grote bek, klein pietje? Hoog tijd dat we u eens onder de microscoop leggen. Is het toeval dat ge alle teksten in uw dokterskabinet schreef? Wordt ge duizelig van vragen? Toen ik daarstraks over de hoogste etages van het Musée d'Orsay liep, over vloeren van mat donkergroen glas, sloeg er een zware trilling in mijn benen, ik moest aan u denken. U leed aan de ziekte van Ménière, een binnenoorontaarding. Suizen, gehoordaling en vertigo. Na aanvallen van duizeligheid is de patiënt geruime tijd volledig uitgeput.


Destouches, mind your language!
De dokter die argot braakt. Voorloper van Moeder Theresa! Al die armen die gij hielp. Nausea en koud zweet... Altijd die volgehouden dubbelzinnigheid. In elke regel. In elk woord. Waar de straat haar elite voortbrengt en de chique bovenlaag de straat zoekt om zich te vernieuwen, daar ontstaat schemer. Het binnenoor. De patiënt leeft in voortdurende angst voor een nieuwe aanval, vaak heeft hij de overtuiging aan een hersentumor te lijden. Misschien sturen we u meteen door naar Dokter Mengele?

Céline, gij wandelende Larousse Medicale, collectioneur van ziektes! Schimmelbak. Bacil op twee pootjes. De kweekbak voor de vuilste ziektes die de literatuur ooit heeft voortgebracht, heet 'Céline'. Is zoiets ook mogelijk in, pakweg, de Vlaamse literatuur? Is er leven op Mars? De enige die uw sporen draagt is Louis-Paul Boon. De rest zijn labbekakken, potloodslijpers, pedopastoorkes, onderwijzers in grijze stofjassen, collaboreurs zonder stijl, zieken zonder pillen.

Céline, van u genees ik niet. Gij zijt mijn finale virus. De hoogbejaarde Elisabeth Craig zei toen ge al lang dood waart, dat ge 'n allercharmantst attent man waart. Behalve als ge had geschreven, dan bleef men volgens haar beter uit uw buurt, tot ge afgekickt waart. Dokter, leg u maar neer.


5
Laat ons praten over de vier pamfletten aan de vooravond en het begin van de oorlog: Mea Culpa, Bagatelles pour un massacre, L'Ecole des Cadavres en Beaux Draps. Heelder bakken stront en ongebluste kalk hebt gij, mijnheer doktoor, slaapdronken Majoor Kletzmer, over de mensen hun kop leeggegoten.

In de nadagen van de oorlog, alsof ge nog iets probeerde te verschonen, verscheen Guignol's Band. Het kan worden gelezen als het vervolg op Dood op Krediet. In '48 volgt de novelle Casse-Pippe, een restant van een grotendeels verloren gegane roman over uw ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog. Casse-Pipe hoort tussen Mort à Credit en Guignol's Band. U nam altijd een loopje met de chronologie. Alles was autobiografisch, maar altijd verdraaid tot fictie. Tot zelfs die pamfletten toe. Men reageerde stomverbaasd en furieus. Zoveel vuilschrijverij had men niet verwacht, zeker niet van u. Ik had u graag onderworpen aan een diepte-interview gekoppeld aan een leugendetector. Céline, lelijken duivel, wandelende jood!

Uw pamfletten gingen met tienduizenden tegelijk over de toonbank. U stond niet alleen. In de aanloop naar de grande finale werden met de joden overal fratsen uitgehaald. Onder gelach moesten ze met tandenborstels de trottoirs poetsen... De joden, de joden, hadden de boter gevreten.

Toen u aan het front gewond raakte, bracht men u naar... Villejuife! Dààr werd ù geopereerd. Was het niet uw hoofd in plaats van uw schouder? U had reden tot klagen, die smouzen hadden het voor u inderdaad gründlich verstierd. Uw lief, die mooie Elisabeth, aan wie u de Voyage opdroeg, die ging er met zo'n mooie besneden snikkel vandoor. Altijd lagen er wel joden op de loer om u stokken in de wielen te steken. Het was zoals ze u van kinds af geleerd hadden. Gaan de zaken slecht, slecht één adres: de jood! Ministers die uw literaire plannen saboteerden, bij nieuw werk maakten joden graag een vuur aan, de internationale jut maakte zich vrolijk. Een gigantische rondedans rond de kleine jongen uit de Passage Choiseul. Wat hebben de judafieten me daar een lol gehad aan u! Kunnen ze niet lachen? De gortigste grappen mogen zij alleen over zichzelf vertellen. De kortste witz? Auschwitz!

In 1936 bezocht u Rusland. Auteursrechten opstrijken kon door ze ter plekke op te souperen. Terug thuis schreef u Mea Culpa over die kozakken, Russische roulettespelers, Oezbeekse mandolinespelers, Krimtartaren, en Stalin! Het schelden zat u in het bloed.


In '37 volgde Bagatelles pour un massacre.
Daarna L'école des cadavres, in het Duits Die Leichenschule, over de joden die op een oorlog aanstuurden met de pacifistische mijnheer Hitler. Stierven er werkelijk zes miljoen? Rijkswachterstelling?

Vandaag is het makkelijker de toenmalige collaborerende intellectuelen te beoordelen. Robert Brasillach geloofde dat de joden werk op de boerderijen zouden krijgen. Hij vroeg geregeld om bij het deporteren de gezinnen niet te scheiden. Hij werd na de oorlog geëxecuteerd. Pierre Drieu La Rochelle, ook een van uw mooie vriendjes, pleegde zelfmoord toen hij besefte dat hij doden op zijn geweten had. En u, Céline, konijnenpoot, was zo blind dat u uzelf niet eens als collaborateur zag.

Mijn blik volgde vannamiddag de Seine, ik bedacht hoe alles verandert en blijft. De slachtoffers van gisteren zijn de beulen van vandaag. Zoals Israël zich vandaag tegenover de Palestijnen gedraagt, daar kan het Herrenvolk 'n punt aan zuigen. De zuidpool van vandaag wordt morgen het noorden. Let op mijn woorden, vroeg of laat verdwijnt de armoede uit het zuiden.


6
Op weg hierheen zat ik in een station. Michael Jackson bonkte door de boxen. Die heeft die rassentheorie verstaan! Ik slurpte mijn espresso. Un petit café is tien keer sterker. Louis, waar zijt ge?

Alles gaat tegenwoordig beter, zelfs de joden haten. De mooie gitzwarte vriendjes in bruine hemden, met gekuiste koppelriemen en glanzende laarzen, hebben het geweer van schouder gewisseld. - Ik weet het, de schouder, het blijft een pijnpunt voor u.- Maar heden is het dikke mak met Ben Gourion. Misschien is het niet helemaal kosjer, maar samen met hun besneden vriendjes schieten ze vanop de Golan-hoogte op alles wat Arabisch is. Geel, neger, bruintjes, Oost-Europeaan! Bij ons is het racisme intussen grenzeloos.

Als geen ander was u overtuigd van de slechtheid van de mens. Gelijk hebt u, ze geilen op elkanders misère. We zwijgen van de natte broekjes die het gevolg zijn van goede daden... Een joods... Ik vertel het maar... psycho-analyticus... heeft het uit de doeken gedaan. Labiele persoonlijkheden hebben zwakke groepen nodig om te haten. Kinderen martelen uit gebrek aan liefde insecten en huisdieren.

Céline, koester de kater! Waart ge dierenrechtenactivist? Of vegetariër? Zoals Hitler? Zoudt ge vandaag hamburgerrestaurants in de fik steken? Handlanger zijn van José Bové? Of van Brigitte Bardot? Ah, ge waart iets uit de koelkast gaan pakken.

Altijd was u omringd door extreem-rechtse strontvliegen. Tot kort voor uw eindgeneriek waren er plannen voor een filmadaptatie van Voyage door de cineast Claude Autan-Lara. Dit overjaars sekreet zou nog europarlementslid zijn voor het Front National van Le Pen. Is Le Pen een pseudoniem? Kondt gij uw rechterarm strekken? Deze tijd collaboreert makkelijker. In De toekomst van gisteren vraagt Harry Mulisch zich af hoe de wereld er had uitgezien als de nazi's hadden gewonnen? Antwoord: zoals die waarin wij vandaag leven. Terwijl de meute geamuseerd wordt met het seksleven van beroemde malloten, registreren de computer en de camera alles. Hoe zal men binnen vijftig jaar tegenover kunstenaars en intellectuelen staan die collaboreerden met het neoliberalisme?

Ook in de marge van uw écritures kon u behoorlijk mesjoche uit de hoek komen. In volle oorlogstijd was u op een diner bij de Duitse ambassadeur Otto Abetz. Er waren nog collega-collaborateurs.
Brasillach? La Rochelle? Toen het gesprek doodbloedde, nam u het woord. 'Hitler is dood', bralde u, 'zijn plaats aan de top is ingenomen door een dubbelganger, een valse Israëlitische Hitler die de zege van de joden voorbereidt.' T'es vraiment maboul, toi! Dat ze u toen niet meteen naar hun gespecialiseerde abattoirs sleepten, was opdat ze u nog konden gebruiken. U was even overspannen. U werd in een ziekenwagen naar huis gereden. Ja, die Mofrikkanezen hadden gevoel voor theatraliteit.

Later was u werkzaam als arts in het Zuidduitse Sigmaringen, de enclave voor gevluchte collaborateurs, de jakhalzen van het Derde Rijk. Voorloper van Moeder Theresa! Al die arme mensen die gij hielp! Lucette gaf dansles aan het nichtje van Goering, dat getrouwd was met de zoon van een rabbijn. Helemaal betoeterd die nazi-Goering. Droeg damesondergoed, lakte zijn teennagels en zat behoorlijk aan de coke. Altijd had gij fijne luiden in de buurt. Na de oorlog beweerden sommigen dat de kampen decors van Walt Disney waren. Tot op het eind kont ge rekenen op de steun van de gedistingeerde Louis Pauwels, de peetvader van de Nouvelle Droite, de folteraars in maatpak.

Louis... Tornado! Sputnik! Heel uw leven hebt ge onverdroten geboeleerd en gehoereerd met den duivel. Satansgebroed, hoerengebroed, addergebroed. Bladluis! Rascar Capac! Hij-die-het-vuur-van-de-hemel-ontketent. Met de schoonheid van een wespennest. Gij verspreider van de gekke koeienziekte! Céline, gij, hondsdolleman, bandietenbakkes uit mijn boekenkast, graag zou ik u eens kloten, gaarne, kameraad, met hart en ziel u koeioneren, het schuim op uw lippen doen opspatten. Dàt wil ik zien: dat gij hier schuimbekkend over het tapijt rolt, het hartinfarct nabij. Is er een dokter in de zaal?... een vreselijk onweder koekt samen boven uw stulp...in de tuin verbleken de tulpen, de vissen in het vijvertje happen naar lucht, de wormen kruipen dieper de grond in... Boven uw dak hangt noodweer. In mijn tuin kwinkeleren de vogeltjes, planten richten zich op, de seringen komen in bloei, misschien zullen er dit jaar rozen zijn. Maar ik droom ervan hoe ik u het bloed onder uw nagels haal en er op deze veel te mooie lentedag door deze planeet een koude rilling trekt, een kwaadaardige mexican wave.


7
Op 1 juli 1951 waart ge terug op Franse grond. U wou weer van uw kloten maken en laten horen dat u er was. De rest stelde alles in het werk u dood te zwijgen. Voor zowel Féerie pour une autre fois uit '52, als voor Normance uit '54 en voor Entretiens avec le Professeur Y uit '55 bleef men doof. Potdoof.

Ik haat bedevaarten. En zeker naar Meudon. Edgard du Perron heeft hier ook gewoond. De hele zwerm intellectuelen uit het interbellum. Allemaal wereldverbeteraars. Waarom ging het fout met u en met anderen goed? Met wie in het Nederlandse taalgebied kan ik u vergelijken? Misschien met Erich Wichmann ! Who ? Een van de eerste abstracte kunstenaars van Nederland, betrokken bij de introductie van de buitenlandse avant-gardekunst tussen 1910 en 1915. Achteraf hebben ze hem onder de mat geveegd, omdat hij aan het einde lastig deed. Bekendheid kreeg hij met de Rapaille-Partij. In 1921 hadden ze twee gekozenen in de Amsterdamse Gemeenteraad: de zwerver 'Had-Je-Me-Maar' en de anarchist Bertus Zuurbier. In 1922 verzuurde het finaal. Wichman verhuisde naar Italië en raakte in de ban van foute ideeën. Gelukkig stierf hij voor het feest goed en wel begonnen was. Jullie zouden een mooi stel geweest zijn. Gij droogstoppel, hij alcoholist. Wichmann schreef Het Witte Gevaar, Melkgebruik, Melkmisbruik & Melkzucht. 

Parijs in het invallend duister, ik vraag me af of u vandaag uw tijd zou verdoen met teevee kijken? Hoe zou u reageren na een half uurtje CNN? En na vijf minuten Franse kanalen? Spelletjes en quizjes zijn het ergst. Ik zag u op video: een duivel uit een kastje, een kwaadaardige Jan Klaasen die gruwelverhaaltjes vertelt voor het slapen gaan.

Tegenwoordig is alles beter. Alles gaat stukken makkelijker. Muziek maken is zo gepiept: brtsk ting ting en verder downloaden wij godganse symfonieën. Naar het schijnt bestaat er ook een plaat met een opname van u. Hoe was uw stem? Laag? Hoog? Met al uw gezaag moet gij toch regelmatig ne stamp tegen uw kloten hebben gehad. Ge waart geen koorknaap. Ik jaag nu stemmen op het net. De mooie Franse frase maakte gij onverdroten tot een gigantische scheet... U waarschuwde tegen het hotsy-totsy-botsy op de maat van joodse negermuziek. Een van de krachten die het verwijfde vaderland verzwakten. Gij werd een roadrunner met een voorliefde voor dieven en boeven, en altijd achter de vrouwtjes aan.


8
Ik zag het levenslicht in hetzelfde jaar als D'un Château l'autre: in 1957. De aanvang van de Duitse trilogie. Twee jaar later verscheen - als tussendoortje - Ballets sans musique, sans Personne, sans Rien. De publicatie van Nord, deel twee van het trio verscheen in 1960, het was het startschot om de eindsprint in te zetten. Ik bracht u geluk, niet?

Jaren terug was ik al eens op zoek naar uw huis.
Enthousiast. 'Où-ce-trouve la maison du docteur Destouches? Waar is het huis van mijn vriend?' Na ettelijke keren afgescheept te zijn - er waren er bij die u nog gekend hadden, ik zag het aan hun smoelen - stonden we blij aan het pand. We hebben nog overwogen in te breken. We namen foto's en verlieten de plek. De twijfel begon te knagen...

Bij leven was u al onbereikbaar, al was uw faam tot aan de Amerikaanse universiteiten geraakt. Er verschenen boeken over uw werk. Rare vogels, beatniks, veelal joden die op campussen rondzwierven, zagen in u een voorloper. Burroughs en Ginsberg besloten de trip te wagen tot in Meudon. Toen ze aan uw poort stonden, was u thuis maar u vertikte het open te doen...

Vandaag weet ik het zeker. Vanop de eerste verdieping kijk ik uit over de Seine. In de verte tussen bultige molshopen bos ligt Parijs. Ik blijf u horen: zagen, zeuren, zeveren en zemmelen! 'k Heb koppijn, 'k moet braken. Tekstballonnen, uilenballen. Gij, Cerberus, Fifi, Lassy, schoothondje, poedel, tochthond, straatteef, bastaard, asbak, hotdog, Pluto! Ge puft, hijgt, gromt... Céline, ge klinkt als Donald Duck. Aan het lachgas. Ge zoudt niet misstaan in Disneyland Parijs.

Louis, de collaboratie was sterker dan u, het sleurde u mee tot ver voorbij het graf. Aan de oorlog kwam een eind, aan uw collaboratie niet. Of het nu al tijd is voor de dag des oordeels? Waarom is de eeuwige rust u niet gegund? In Brussel, waar ge in moeilijke momenten op goodwill kon rekenen, verschijnt nu al meer dan twintig jaar het Bulletin célinien. Bejubeld door extreem-rechts en het duikt al eens op bij hun manifestaties. Vandaag is het in Centraal-Europa het officieel orgaan van het schimmige Société des études célinienes de Russie. M.a.w. ze stuurden u postuum naar het Oostfront. Dit soort fratsen haalt men geregeld uit. Alice Nahon, de saaiste kantklosster ooit, wordt door blockheads op handen gedragen.
What's next? Streuvels? Verschaeve? Het schaamrood bekruipt mij als ik zie in welk literair rariteitenkabinet de boekverbranders van weleer u vandaag willen plaatsen.


9
Op 1 juli 1961, dag op dag tien jaar na uw terugkomst, begon voor u de grote vakantie. De dag daarvoor gooide u de boeken dicht; definitief. Dat was pas 'n pointe. Deze keer bleven de joden gespaard, de Chinezen moesten het ontgelden. Bij het lezen van de laatste bladzijde van Rigodon, uw laatste boek, voel ik dezelfde tristesse als bij de laatste bladzijde Kuifje. Bébert lag in de tuin begraven, schreef u, u droeg het boek op aan de dieren. Volgens u mocht men dieren - net zoals gekken - nooit laten schrikken. U hield honden om de buren te kloten. Op de meest waanzinnige tijdstippen liet u ze blaffen.

Een Rigodon is een eeuwenoude Provençaalse dans. Bestaat uitsluitend uit krachtige sprongen. Men zet viriele stappen naar voor, krachtig naar achter en gezwind opzij, démarches naar links en naar rechts; uiteindelijk blijft men op dezelfde plaats. Rigodon staat ook voor vrolijkheid. Rigodon betekent ook een schot in de roos.

Uit de zwaveldampen komen ze tevoorschijn... Een lange rij... Zwijgende figuren... Horen ze mij? De roofridders die dwalen van de ene heerlijkheid naar de andere, de langgerekte dansen uit Rigodon, het boevengild uit Guignold's Band, de christelijke jacht op joden, de duivelshumor, de galgenhumor en de grand guignol waarvan uw boeken doordrongen zijn... Ik jaag de spoken weg... Ik heb uw muilentrekkerij door. Wat vertelt ge? Uw leven? Het verhaal van uw eeuw? Kon u allemaal gestolen worden. Céline, gij zijt de laatste Middeleeuwer. Een halsslagaderbreuk deed u de das om. Voor hetzelfde geld leefde ge verder van spraak ontdaan, als een vis op het droge... Louis, Louis, wordt wakker! Niets is vergeven, nog minder vergeten. Louis, kom alstublieft terug, schreeuw de boel hier wakker, sla ze in hun smoel. Baf! baf! baf! En overal waar ge hen raakt, ontstaan drie puntjes.

© Didi de Paris