Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Nu


Ik haat gesloten deuren en geopende brieven,
het ’s morgens zo vroeg opstaan,
de eenzame zondagen en afgelijnde telefoongesprekken,
de dokter zijn advies,
hun manier van denken.

Hoe beschrijf ik deze gesloten wereld waar de sleutels dingen dicht doen zonder ze ooit terug open te maken?

Hier heerst er regelmaat en orde zodat ik niet hoef te denken aan het verloop van de dag.
Het leefpatroon biedt alle houvast die me buiten de gevangenis ontbrak en ik voel ik me hier dan ook veilig op mijn plaats, zegt de autist.
Maar het gebeurt toch wel eens dat ‘smakelijk’ een half uur te laat klinkt of dat er op woensdag geen gebakken aardappelen zijn of dat De Morgen pas ’s avonds wordt bezorgd…
En wanneer zal het eindelijk eens kloppen met de kledij en het beddengoed!?
Wanneer is het sloop eens niet te ruim of te krap voor mijn kussen? - Ik vernoem zomaar iets. Want woest mag ik niet worden.
Zelfs niet als ik gemuteerd word, onverwachts overgebracht naar een andere cel!

‘Wat is dat, mama?’
‘Dat is de Poolster en kijk daar! De grote beer!’
Vroeger zat ik ’s avonds laat soms met mijn kinderen naar de sterren te kijken.
Nu kan ik vanuit die betonnen cel amper een stukje hemel zien.

Hier hebben we alles behalve zorgen. Alles wordt voor ons gedaan. Soms vergeet ik te gaan werken om in mijn warme kamer van mijn straf te genieten. Men controleert regelmatig of ik er nog wel veilig zit. Iedereen is hier bezorgd om mij. Groetjes uit Brugge die schone!

Het vrije aan een operatie is dat je verdoofd bent. Hier opereren ze, maar verdoven doen ze niet.

Hier heb ik eindelijk rust gevonden, in een makkelijk te onderhouden hotelkamertje met bediening aan de deur. Het eten wordt op tijd geserveerd en is prima in orde.
Helaas moet ik ook luisteren naar Jan en alleman en kan ik nooit mijn zin doen.
De vraag is hoe ik hier op zoek moet naar vrouwelijk gezelschap!
Zeven lijntjes zijn meer dan genoeg voor deze rotgevangenis.

Hoe lang nog moet ik in dit plunje, in deze gedwongen verblijfplaats rondlopen en onderbetaald prutsen in het atelier?

Ik wil dat het hier vooruit gaat! De tijd moet vooruit gaan!
Eenmaal buiten mag het leven wat langzaam gaan; dan wil ik genieten van de momenten.

Een dag vliegt werkelijk voorbij! Soms vind ik de tijd niet om de scheurkalender bij te houden. De krant van gisteren zal ik morgen lezen.

Ik hou ervan als ik onverwacht bezoek krijg, iemand van wie je dacht dat hij je vergeten was.
Of je krijgt een verrassend pittige brief waarin iemand zijn ziel durft bloot te leggen.
Ik hou van de nachtelijke rust die over de gevangenis neerdaalt maar ik haat het toeslaan van de ijzeren deuren, de oneindig lange gangen, de ratelende karren, de koele, arrogante en cynische cipiers.

Hier moet je altijd met je hoofd naar het raam slapen.
Het is al gebeurd dat ik wakker werd en met mijn voeten op mijn hoofdkussen lag. Was ik er zo ingekropen of waren ze mij komen omdraaien?
Ze zullen het op de duur wel beu worden om alsmaar te schrijven hoe ik slaap. Ik slaap zoals ik wil, tuchtrapport of niet. Kan ik er wat aan doen dat ik me ’s nachts helemaal omdraai in bed?

Ik had eergisteren een gesprek met een gedetineerde die het hier goed vindt omdat hij geen elektriciteit hoeft te betalen en geen eten, geen kleren moet kopen. Hier krijg ik gewoon alles, en heb ik geen zorgen, zei hij.

Amaai, ik heb zo’n behoefte aan cafeïne! Die ellendige hufter van een bewaarder op dienst geeft geen toestemming warm water te halen.

Gelukkig zal ik eeuwig kind blijven want mijn vader was eens God.
Nu ben ik de verloren zoon. Eens vond ik het jammer dat ik geen wees was – de schroom die ik mijn vader bezorg was hem beter bespaard gebleven.
Ben ik nog zijn zoon? De parel in zijn hand?
De ketting met parels is gebroken. Alles naar de kloten.

Op zoek naar iets moois, mijmeren over hoe het vroeger was. Toen ik klein was, opgroeide, vrijde, trouwde, scheidde en tenslotte oud werd. Einde van de rit.

Sommigen zeggen dat ik ’n stil water met diepe grond ben. Laat ze maar praten; ik weet wat goed voor me is. Ik weet wat ze van mij zeggen maar zij weten niet wat ik van hen denk.

Spoken komen enkel in je slaap, of als ze even door ’t winket komen gluren, levende, geüniformeerde spoken.