|
Tim
Dankers
Dorp
De zon zoekt zoetjes in haar waken
In rode robe de einder op
Pompeus verheft de haan z'n kop
En noodt elkeen de dag te smaken
In haar schoot daar blaakt het veld
En golf geruis van kaft en koren
Moede ogen streelt haar gloren
Waarin al gauw het leven welt
Doch met de dag komt ook de nood
De kind'ren canteren hun valse fonie
Met de poes in één hels elegie
Tot ginds gaat in het rijzend rood
De man die dooft al dit malheur
Als hij zet twee flessen voor de deur.
|