die glimlach op je gezicht * Het moet al tamelijk lang zo zijn: er staat aan het einde van verzen rijm. Maar het gaat ook al lang zo voort, dat je aan het einde van verzen geen rijmen hoort. Poëzie is dus dit als dat ook, klein beekje, maar een stromende rivier ook. In kleine rivieren kan de parsprototo pralen, dat weten alle kunstenaren. Wat hun hart bedrukt, verlaat hun mond, o, in de uren van Inspiratio. Maar een dichter heeft juist daarom tanden, om er goed op te kunnen kauwen.
|