|
Onno
Kosters
t Is fris voor de tijd van het
leven. Gure wind door de gang
die ik ga. Deze tocht. Vraag me af:
ben ik daar op gekleed? Klop me warm.
Klop me warm, blaas in mijn handen,
stamp met mijn voeten, trek dan mijn hoed
dieper over de oren, neem een slok,
neem een trek, neem een vriend mee naar huis.
Dan als we weer coherent kunnen denken
en eieren spetteren met spek en de melk
en het zakje, de suiker en het licht wordt,
dan even niet meer deze tijd van het leven
maar het kerende tij, maar de dood
|