


|
 |
Philip
Hoorne
Kannibaal
In de kelder hangen aan haken
in repen gereten lijven. Op een rek
liggen flessen urine van een goed jaar
naast de bokaaltjes ingemaakte oude wijven.
Ik dacht even aan vacuümverpakte zwarten
naast het schap met dranken, maar het blijken
wel degelijk in bloed gemarineerde blanken.
Op het einde van de rondleiding laat hij me
even proeven van de Nigeriaanse neuzen
aan het spit en een ratatouille van Cypriotisch wit.
En dan geef ik hem een hand, heel erg bedankt,
het was echt heel boeiend, maar hij geeft het niet terug,
neemt een servet, plaatst een bord voor hem alleen,
prikt met een vork in mijn been en in mijn rug
en vraagt -ik had het kunnen weten-
blijf toch, mijn vriend, om te worden gegeten.
|