|
Philip
Hoorne
Dochter
Zij is een twaalfjarige van zeventien
met bijna borstjes en een beer,
ze slorpt de kennis uit mijn hoofd
dat is niet erg ik weet te veel.
Ze heeft alles en alles nog voor zich,
straks een vriendje met een piemel
en zelfgemaakte kindjes die dollen in de zon
op het zopas door opa gemaaid gazon.
Dan kijk ik door het raam
en huil wellicht heel even,
nooit wil ik nog dood,
ik wil eeuwig blijven leven.
|