|
Jetteke
van Wijk
echo 40-45
Voor
ieder uitgesmeerd pak boter
vijf nieuwe
voor elk leeggelepeld blikje soep
ten minste twee
en rijen, rijen houdbare groenten
op doorgezegen planken
en stapels, stapels aan conserven
puilend uit het keukenmeubilair
en twee koelkasten vol met voedsel
dat nooit genuttigd worden zal
en een schuur gewijd aan proviand
voor als het oorlog is
en geen schroefje
dat mag worden weggegooid
en geen Dubrodop
die niet wordt opgeborgen
en wee de oude schoen die
sleets en afgetrapt
toch in de vuilniszak belandt
of de snipper
of de doos
of de lege envelop
want alles kan toepasbaar blijken
als het oorlog is
zes schappen lege Mona-bakjes
in scheefgezakte torens
een la gepropte boterhamzakken
omgewassen na gebruik
een zolder volgestouwd met spullen
lang afgedankt door derden
een kerkhof zeeprestanten
bewaard voor het geval
en geen tube die niet tot het eind wordt
uitgeknepen
en geen bord dat
voor de afwas
niet eerst wordt schoongelikt
en geen voedselrestje dat niet ook
als broodbeleg kan dienen
omdat het immer oorlog is
|